Column

Als iedereen bang is, mag ik dan bij jou?

Claudia de Breij inDe Wereld Draait Door.

Wilfred de Bruijn, de in Parijs wonende tafelheer van De Wereld Draait Door (DWDD), had het dinsdag goed gezien: „Angst is wel een beetje het thema vandaag.” Bioloog Freek Vonk zette een vogelspin op tafel, in een scène uit de speelfilm Bloedlink zei een kidnapper tegen de ontvoerde vrouw die hij voor de camera een mes op de keel zette dat ze nog niet bang genoeg was. Dat laatste was feitelijk ook de boodschap van de Belgische historicus Jonathan Holslag: we zijn nog niet bang genoeg.

Holslag is een verstandig man, die iets heel zinvols betoogt, namelijk dat Europa de consequenties op lange termijn van de politieke instabiliteit aan haar grenzen nog niet goed overziet. Dat heeft met ongelijkheid te maken. Maar gretig pakte DWDD die ene boodschap op: wees nog banger dan je nu al bent.

Het doel van terrorisme is door intimidatie van de publieke opinie met gruwelijkheden een veel machtiger tegenstander te verlammen. Dat leek deze week aardig te lukken in de Nederlandse media. Alle opiniërende tv-programma’s herhaalden de video-oproep van de Nederlandse jihadist in Aleppo tot een „sterke, stevige daad”. De chocoladeletters van De Telegraaf dat we allemaal schietschijf zijn geworden, kregen alom televisieondersteuning.

In Arena (EO) werd woensdag gediscussieerd over de stelling of de radicale islam een gevaar is voor Nederland. Aan het begin was 91 procent van internet het daarmee eens, maar dat daalde na het debat tot 84 procent. En daar tussendoor werd door de nieuwe speelfilm 2/11 Spel van de Wolf ook de vraag nog eens opgerakeld hoe veel mensen Theo van Gogh hebben vermoord en of de AIVD dat aantal opzettelijk voor ons verborgen houdt.

Kortom: de voorzichtige detente na bijna anderhalf decennium van verhitte debatten over het moslimgevaar leek in een paar dagen tijd weer terug bij af. Leek, want het proces van normalisering laat zich niet zo snel compleet terug draaien. Gisteravond viel er ineens een heel andere toon te beluisteren in de talkshows.

Pauw en DWDD hadden gasten uitgenodigd die een tegenframe neerzetten. Het leidde tot verzuchtingen van advocaat Jan Vlug (Pauw) dat een mens het meest lijdt onder het lijden dat hij vreest (Herman van Veen zong het al veertig jaar geleden) en van journalist Rob Wijnberg dat de kans hier te overlijden aan terrorisme kleiner is dan die op het winnen van de Staatsloterij.

Het meest overtuigend was de bijdrage op film in DWDD van cabaretier Claudia de Breij. Gisterochtend had ze al op Twitter gezegd dat het tijd was om met 16 miljoen mensen in militair uniform van het openbaar vervoer gebruik te maken. Recht in de camera zei ze precies wat publieke massamedia misschien nu de hele tijd zouden moeten overdragen: „Er is geen enkele reden om bang te zijn, want er is alle reden om bang te zijn. Bang als voor de bliksem. Ik ben sowieso de lul, want ik ben een vrouw, een homoseksueel, ik ben uitgesproken. Wees niet bang.”

Haar directe verwoording ontroerde me zeer. Met angst kun je scoren in de media, maar ook met moed en hoop. Mag ik dan bij jou, Claudia?