De jonge wouw trekt laat en met haast

Jonge zwarte wouwen zijn net pubers: ze gaan veel te laat weg. Het gaat om de reis die jonge vogels maken vanuit hun overwinteringsgebied. Ze haasten zich onderweg wel en maken per dag meer kilometers dan oude vogels, maar arriveren toch te laat. De oudere vogels hebben de beste broedgebieden dan al weer bezet. Oudere wouwen vertrekken eerder, doen het onderweg wat rustiger aan, maar winnen het toch van de jonkies. Ze maken beter gebruik maken van rugwind en laten zich minder van koers brengen door zijwind.

De jaarlijkse voorjaarstrek van zwarte wouw (Milvus migrans) is een race om een broedterritorium te bemachtigen. De roofvogels overwinteren in Afrika en broeden van maart tot augustus in Europa. Tijdens de voorjaarstrek vliegen ze gemiddeld 180 kilometer per dag. De ouderen 175 – jongere dieren wel 195 kilometer.

Spaanse en Italiaanse biologen hebben voor het trekonderzoek 92 zwarte wouwen, van eerstejaars tot vogels van 27 jaar oud, met satellietzenders uitgerust.

Er zijn twee redenen waarom wouwen later vertrekken naarmate ze ouder worden, denken de biologen. De sterfte onder late trekkers is hoger. Daarnaast leren de overlevers elk jaar beter om te gaan met wind. Het onderzoek verschijnt vandaag in Nature.