Plasterk: hulp aan Mohammed B. is nooit bewezen - Kamer houdt snel debat

Plasterk op het Binnenhof. Foto ANP / Martijn Beekman

Het is niet uitgesloten dat de moordenaar van Theo van Gogh, Mohammed B., hulp bij zijn daad heeft gekregen, maar wettig bewijs is hier nooit voor gevonden. Dat schrijft minister Plasterk van Binnenlandse Zaken (PvdA) vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

“De zaaksofficier van justitie heeft zijn vermoedens over het bestaan van handlangers van Mohammed B. al tijdens het proces in 2005 uitgesproken”, aldus Plasterk, mede namens minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten (VVD).

“De rechtbank stelt in haar vonnis van 26 juli 2005 ten aanzien van dit punt onder meer dat er wel aanwijzingen waren, maar geen wettig en overtuigend bewijs voor een nauwe en bewuste samenwerking van een of meer anderen met Mohammed B.”

Rechercheofficier Frits van Straelen zei maandag in een documentaire van tv-programma Eenvandaag dat B. hulp heeft gehad bij zijn daad. Van Straelen, destijds de officier van justitie die B. moest vervolgen, wees er onder meer op dat er aanwijzingen zijn dat er mensen zijn die de route van Theo van Gogh zijn nagegaan en voor het vuurwapen hebben gezorgd.

Kamer houdt snel debat over ‘flutbrief’

De Tweede Kamer houdt snel een debat over de moord op Theo van Gogh. Een verzoek hiertoe van PVV-leider Geert Wilders en de SP kon op brede steun rekenen in de Tweede Kamer. Wilders: “Een grotere flutbrief hadden we ons niet kunnen voorstellen.” Volgens hem is de minister nauwelijks ingegaan op de beweringen van Van Straelen.

Het onderzoek moet worden heropend en daarover wil Wilders debatteren met Plasterk en met minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten (VVD). Wilders en de SP kregen vrijwel unaniem steun voor hun verzoek, al eisten de regeringspartijen VVD en PvdA wel eerst een nieuwe brief over de zaak. (Novum)