Obama’s argumenten voor oorlog overtuigen niet maar ...

Het betoog waarmee president Obama gisteren bij de Verenigde Naties steun vroeg voor de oorlog tegen de zogenaamde Islamitische Staat (IS), was niet overtuigend. Hij had gelijk dat van deze groep gewelddadige extremisten, die aanzienlijke delen van Irak en Syrië in handen heeft, een groot gevaar uitgaat. In de eerste plaats voor de veiligheid van de lokale bevolking, maar ook voor de stabiliteit van de regio en mogelijk zelfs voor landen in Europa en elders van waaruit burgers naar het slagveld afreizen om zich bij de beweging aan te sluiten.

Maar om een militaire interventie te rechtvaardigen, is het niet voldoende om te laten zien dat er een gruwelijke, gevaarlijke of zelfs onacceptabele situatie bestaat. De executies, verkrachtingen en vervolging van religieuze groepen waaraan IS zich te buiten gaat, hebben de roep tot ingrijpen aangewakkerd. Dat is begrijpelijk. Maar wie aan een militaire interventie begint moet zich bovenal afvragen of zo’n missie effectief kan zijn. Of er een doordacht plan ligt dat verder gaat dan het bombarderen van de vijand en op hoop van zegen op zoek gaan naar lokale bondgenoten voor het vuile werk op de grond. Garanties voor succes zijn er in oorlogen nooit. Maar het is onverantwoordelijk om louter uit verontwaardiging of angst naar de wapens te grijpen.

Obama zegt dat voor deze oorlog een lange adem nodig is. Maar hij heeft niet uitgelegd wat er na de luchtaanvallen komt, of wie de plaats van IS inneemt als het lukt om deze groepering „af te breken en uiteindelijk te vernietigen”. De gematigde Syrische oppositie waarop hij zijn hoop heeft gevestigd, is voorlopig politiek en militair onbetekenend.

Door gewapend in te grijpen dreigen de VS en hun bondgenoten nu partij te worden in twee uiterst complexe en met elkaar verbonden burgeroorlogen en tegelijk in een groter regionaal conflict in het Midden-Oosten gezogen te worden. Wordt de coalitie nu in feite de luchtmacht van het Iraakse leger, dat de afgelopen maanden zo beroerd gepresteerd heeft? Verbinden Obama en zijn partners zich nu volledig aan de pas aangetreden Iraakse premier, die zich nog maar helemaal moet bewijzen? En zullen de aanvallen op IS de positie van de Syrische president Assad niet ongewild versterken? Het risico dat de interventie de situatie erger maakt dan zij nu is, moet serieus onder ogen worden gezien.

De Amerikaanse regering heeft wel een aantal belangrijke valkuilen vermeden. Dit is niet alleen een oorlog van Amerika, zegt Obama steeds – en het bewijs daarvan is in de eerste plaats geleverd door de vijf Arabische landen die zich bij de missie hebben aangesloten. Inmiddels treden ook andere landen toe tot de coalitie tegen IS, waaronder gisteren Nederland.

Obama analyseerde scherp dat IS gezien moet worden als onderdeel van het veel grotere probleem van religieus extremisme in de Arabische en islamitische wereld. Cruciaal, zei hij terecht, is dat mensen die zich daartoe aangetrokken voelen, een alternatief wordt geboden. Wijze woorden, maar ook hier ontbrak een concrete uitwerking die het vertrouwen in zijn aanpak zou kunnen versterken.