Column

Daar komen de Timmies

Onder etenstijd gaat hier meestal de deurbel. Deze keer stond er een stralende jongen van een jaar of twintig diep in mijn ogen te kijken, want dat hoort erbij. Hij had zijn oorlellen versierd met van die tribale gaten waar je met gemak een duim doorheen kunt steken en barstte van het zelfvertrouwen.

„Hoi! Ik ben Timmie! Van Milieudefensie!”

Ik woon in zo’n buurt als laatst in de Volkskrant treffend is beschreven in het stuk ‘Verkooppraatjes aan de deur’: mijn straatje wordt inderdaad avond aan avond platgelopen door bijklussende studenten, die donateurs werven voor goede doelen, zoals Timmie. En die daarvoor uitstekend betaald worden: 6 euro per handtekening.

Dus ik zei: „Nee bedankt, Timmie! Ik weet hoe het werkt!”

„O já!?”, riep Timmie. ,,HOE WERKT HET DAN!?”

Dit heet ‘direct dialogue’. In fondsenwerverstermen.

Vrijwillige collectanten zijn ook niet meer van deze tijd, nu we online onze goede doelen machtigen, maar die doen het tenminste nog vrijwillig. Wat ik niet kan uitstaan aan de Timmies van deze wereld, is dat ze hun eigen zakken staan te vullen met het aplomb van de wereldverbeteraar. En dit voor bedrijven voor fondsenwerving, die er ook weer leuk aan verdienen. Ze hebben al een branchevereniging die eerder aan een kartel doet denken. En een vakblad, met een hoofdredacteur die Jaap Zeekant heet en die in de Volkskrant zei:

„Hoe erg is het om tijdens het eten gestoord te worden voor de honger van Afrika?”

Dát aplomb.

De Timmies zijn pas bereid te vertrekken als je ze, schriftelijk en in tweevoud, laat weten waar je online zoal donateur bent. En dan lopen ze weg met een snauw: „Als u niemand aan de deur wilt, dan zijn daar stíckers voor. Waarom néémt u die dan niet?”

En op naar de buren.

Mijn kinderen moeten ook vaak op pad voor een goed doel. Vorige week nog de Grote Clubactie, voor de voetbalclub van mijn dochter (11). Omdat de jaarlijkse inzameling tegen kanker op school er binnenkort ook aankomt, en we de sponsorloop voor gezond drinkwater in arme landen daarbij niet mogen vergeten, en omdat je de buren dat allemaal niet óók nog wil aandoen, fietsten we maar eens naar een peperduur flatgebouw verderop. Daar zitten rijke oude mensen achter een portier veilig te vereenzamen. Daar vinden ze het weer echt gezellig als iemand aanbelt. Ik kan het iedereen aanraden.

En deze week komen dus de kinderpostzegels. Op de school van mijn dochter doen ze daar niet eens meer aan: te veel nieuwe goede doelen. Alleen koop ik ze zo graag. Die zegels raken vervolgens altijd zoek, maar daar gaat het nu even niet om. Wel om alle onhandige ijver. Al die velletjes die kinderen tegenwoordig moeten invullen – het gehannes met die semiprofessionele administratie, nu ze niet meer met geld mogen lopen. Het chaotisch zoeken naar de balpen. De regelrechte paniek als ze zien dat je geen IBAN-nummer invult.

Het uiteindelijk plechtig overhandigen van het zegeltje, voor bij de bel. Eindeloos duurt het allemaal. En ik wil er geen seconde van missen.

Dáárom, Timmie. En nou wegwezen.