De journalist die door zijn oor rookt

In het programma Dossier EenVandaag kwam hoofdofficier van justitie Frits van Straelen voorbij. Zijn uitspraak over de moord op cineast Theo van Gogh – „Ik ben ervan overtuigd dat Mohammed Bouyeri niet alleen gehandeld heeft” – was ‘nieuws’. Mijn gedachten gingen naar Stan de Jong, die dezelfde uitspraak uit dezelfde mond een paar jaar geleden ook al optekende, hetgeen toen tot weinig ophef leidde.

Wie nieuws wil maken, doet er goed aan de oude artikelen van Stan de Jong eens door te spitten. Hij had de merkwaardige gave onderwerpen uit te kiezen die pas nadat hij ze had afgelegd – soms jaren later – in het brandpunt van de belangstelling kwamen te staan.

Het definitieve portret van Fred Ros, de crimineel die kort geleden kroongetuige werd, is een paar jaar geleden al geschreven. Door Stan de Jong in Nieuwe Revu.

In de tijd dat HP/De Tijd nog een redactie had, was ik een tijdje collega van Stan de Jong, een magere jongen met een gladgeschoren schedel die iedere dag in pak naar het werk kwam. Terwijl wij gewend waren om in alle rust een tijdschrift in elkaar te knutselen, was hij er opeens. Hij kwam niet binnen, hij stuiterde binnen. Telefoons rinkelden, papieren en etensresten stapelden zich op en daarachter zat dan Stan de Jong, verzonken in dossiers.

„Sorry wat zei je? Ik zit op vier borden tegelijkertijd te schaken.”

Dat hij misschien wel de beste onderzoeksjournalist van Nederland was, wisten we toen nog niet, we maakten ons in eerste instantie vooral zorgen over zijn ijver.

„Uhm, wat is hier de bedoeling van?”, informeerde een collega eens voorzichtig, waarna De Jong hem verbaasd aankeek en met een stalen gezicht een sigaret in zijn oor stopte. Het maakte diepe indruk: nooit eerder zag ik een journalist die door zijn oor kon roken.

Zaterdag interviewde Coen Verbraak voor NRC Handelsblad advocaat Theo Hiddema, waarna ik het door Stan de Jong geschreven en net gepubliceerde boek Mr Hiddema. Stafpleiter, dandy, dwarsligger kocht.

Na de opening - ‘In een pand aan de Amsterdamse Herengracht trilt een gsm op een oud Frans bureau. Een heer in een op maat gesneden auberginekleurig jasje trekt, alvorens hij de oproep beantwoordt, nog snel een mentholsigaret uit een pakje, strijkt over zijn zorgvuldig getrimde snor, zegt dan: „Hiddema, advocaat.”’ – zat ik er meteen in.

Het boek was zo knap geschreven dat je Mr. Hiddema hoorde praten, de ene bon mot na de andere. Probeer dat maar eens. In gedachten zag ik Stan de Jong in een fauteuil tegenover de advocaat zitten. In z’n pak, een sigaret in zijn oor.