Kloof tussen Oost- en West-Duitsland blijft

Oost- en West-Duitsland groeien, 25 jaar na de Duitse eenwording, op economisch terrein niet naar elkaar toe. Oost-Duitsland loopt leeg.

Bevolking en bbp

De deelstaten in de voormalige DDR blijven, ook 25 jaar na de Duitse eenwording, ten opzichte van de rest van Duitsland achterlopen. Qua economische kracht, arbeidsproductiviteit, belastinginkomsten en inkomens wordt West-Duitsland zelfs niet een beetje ingehaald.

Uit het gisteren gepresenteerde ‘Jaarverslag van de bondsregering over de Stand van de Duitse Eenheid’ blijkt bijvoorbeeld dat het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking in de ‘nieuwe deelstaten’ stationair eenderde lager ligt dan in de ‘oude deelstaten’.

De regeringscommissaris voor de nieuwe deelstaten, Iris Gliecke (SPD), zei gisteren een beetje tegen beter weten in dat „alleen pessimisten en zwartkijkers” denken dat het zogeheten economische „convergentieproces” tussen nieuwe en oude deelstaten tot stilstand is gekomen. Zij benadrukt in het jaarverslag dat het bbp weliswaar lager is, maar toch sinds 1990 meer dan verdubbeld is.

De economische denktank IFO, die de cijfers ook heeft geanalyseerd, stelt vast dat de economie in deelstaten die tot de voormalige DDR behoorden tussen 1995 en 2013 weliswaar met 20 procent is gegroeid, maar die in de West-Duitse deelstaten in diezelfde periode met 27 procent toenam.

Blijvend zwakkere regio’s

En waar Gliecke meent dat de nagestreefde „benadering van de levensomstandigheden” is geslaagd, schrijft het IFO dat Duitsland dit niet voor elkaar heeft gekregen. Maar zowel Gliecke als het IFO vreest dat grote delen van Oost-Duitsland ook in de toekomst economisch zwakkere regio’s van de bondsrepubliek blijven.

Dat heeft ook de maken met de onderliggende economische en demografische omstandigheden in de voormalige DDR. Het ontbreekt in het oosten van Duitsland bijvoorbeeld aan vestigingen van echt grote ondernemingen, waardoor de arbeidsproductiviteit lager uitvalt dat in het westen. Niet behulpzaam is ook het feit dat veel jongere Oost-Duitsers in de loop der jaren zijn weggetrokken naar het welvarendere westen.

Regeringscommissaris Gliecke signaleert weliswaar dat die leegloop de afgelopen jaren duidelijk is teruggelopen. Maar op langere termijn, erkent zij, moet uitgegaan worden van een enorme krimp van de bevolking in Oost-Duitsland en dat heeft invloed op alle levensomstandigheden.

Het oostelijk deel van Duitsland zal volgens Gliecke aangewezen blijven op extra steun van de federale regering. En met die claim doet zij een eerste zet in de de politieke strijd die de komende jaren gevoerd zal worden over de verdeling van de federale steunfondsen voor zwakkere regio’s .

Solidariteitspact

Sinds de Duitse eenwording betalen alle Duitsers een ‘solidariteitsheffing’ ten behoeve van de deelstaten in het oosten. Deze in het westen veel gesmade Soli loopt in 2019 echter af. „Als we ophouden met die steun dan waren alle opbouwwerkzaamheden in het oosten tot nu toe voor de kat”, waarschuwde Gliecke.

Zij is zich er wel van bewust dat er na het huidige, tweede ‘solidariteitspact’ geen derde komt. „Die steun moet er komen voor regio’s die dat het hardst nodig hebben en dat geldt in gelijke mate voor het oosten als het westen”, vindt Gliecke. Uit welke broekzak de fondsen moeten komen, is haar om het even. Als ze maar komen.

Minister Wolfgang Schäuble (Financiën, CDU) wil de opbrengst van de solidariteitstoeslag (op dit moment ongeveer 15 miljard euro) compenseren via de belastingen. Dit tot grote schrik van leidende politici in Oost-Duitse deelstaten en ook van regeringscommissaris Gliecke. Zij zegt: „Het valt te vrezen dat deelstaten met hoge belastingopbrengsten eenvoudig nog meer geld ophalen, terwijl armere regio’s nauwelijks zullen profiteren.”

Overigens blijkt uit een vandaag gepubliceerde peiling onder duizend mensen dat 75 procent van de Oost-Duitsers positief is over de eenwording. In het westen is dat 48 procent.