Jargon, daar snapt die eenzame kneus achter zijn scherm niets van

Bo&Caro gaan elke dag naar een bedrijf. Ze zijn bij aandeelhoudersvergaderingen, productpresentaties of vrijdagmiddagborrels en willen graag weten: wie is hier belangrijk?

Wat: Een cursus jargon-vernietiging tijdens de Social Media Week in Rotterdam
Wie: Copywriter en jargonvernietiger Dimitri Lambermont

Als je al vijftien jaar als copywriter werkt moet je jezelf wel een beetje oppeppen met een stoere nickname. Destroyer of Jargon, noemt Dimitri Lambermont zichzelf daarom. Hij probeert zijn rug te rechten. Zijn oogjes priemen beschuldigend richting publiek.

“Jullie websites hebben allemaal obesitas. Volgestouwd met lange teksten en moeilijke woorden.”

Onheilspellend kijkt hij de zaal rond. “De bezoeker van je website denkt dan: What the fuck?”

Analfabete Rotterdammers klikken op de back-knop

En dat denkt de gemiddelde websurfer blijkbaar al snel. Lambermont tovert getallen van laaggeletterdheid in Nederland op zijn scherm. Er zijn volgens hem alleen al honderdduizend Rotterdammers die amper kunnen lezen.

“Die klikken gewoon op de ‘back-knop’ als ze een moeilijk woord zien staan.”

Gelukkig heeft Lambermont tips. Niet meer dan drie lettergrepen per woord. Geen zinnen langer dan vijftien woorden. Maximaal vijf zinnen per alinea. En dus géén jargon. “Blendle doet dat heel goed.” Voorbeeldje van hoe het niet moet: de gemeente Utrecht heeft het gewaagd de woorden ‘voortschrijdend inzicht’, ‘frequentie’ en ‘wijkonderhoud’ te gebruiken.

Oef.

Gewoon praten

Maar dankzij social media is het mogelijk de manier van communiceren te veranderen. “Het is directer geworden, meer als een echt gesprek,” legt Lambermont uit. Hij doet het even voor, met een man uit het publiek.

“Hé, jij. Hoe heet je.”

- “Eh. Marco.”

“Okee. Wat doe je?”

- “Ik ben stedenbouwkundige.”

“Kijk!”, roept Lambermont triomfantelijk uit.

“Ik stel een vraag. Hij geeft antwoord. We praten gewoon – is dat nou zo moeilijk?”

Op stoom gaat Lambermont verder: “Stel hè, stel, ik ga naar de bakker. Dan vraag ik toch ook gewoon om een brood en niet om een ingewikkelde, lange tekst?!”

Als hij weer een beetje tot bedaren is gekomen legt Lambermont uit dat we onze internetteksten niet moeten willen schrijven voor het Wereld Wijde Web. En ook niet voor de baas. Of voor een ijkpersoon. “Je schrijft voor een méns.” Indringende stilte.

“Voor een eenzame kneus achter een scherm.”