Column

In blinde paniek

In een eerdere column over de overval op de juwelier in Deurne vroeg ik me af of de juweliersvrouw als schutter een getraind natuurtalent was. Ze had immers in een chaotische situatie zeer doeltreffend opgetreden. „De enigen die dat tot dusver moeiteloos lukte, waren John Wayne en James Bond.” Na het zien van het filmpje over de overval ben ik niet meer zo zeker van mijn zaak. Marina, de juweliersvrouw, lijkt begrijpelijkerwijs vooral te handelen in blinde paniek. Ze heeft gehoord dat haar man Willy in levensgevaar verkeert en ze reageert door vlug door de kier van de deur van haar kantoortje te schieten. Daarbij raakt ze overvaller Abdel recht in het hart. Hij loopt nog wat rond en stort dan stervend neer.

Vervolgens schiet ze eenmaal dwars door de deur en nog tweemaal door een kier van de deur: drie kogels die de andere overvaller, Youssef, alle drie treffen – een ervan doorboort zijn longen en is dodelijk. Ik vermoed dat we hier eerder van geluk (en ongeluk voor de overvallers) dan van kunde bij de schutter kunnen spreken.

Vier kogels, viermaal raak. Een perfecte score, maar als Quentin Tarantino zo’n geweldsscène in een speelfilm had opgenomen, zouden we het ongeloofwaardig hebben gevonden. „Tarantino overspeelt zijn hand met een karikaturale geweldsorgie aan het slot van zijn toch al zeer gewelddadige film”, zou de filmrecensent van dienst hebben opgemerkt. Om eraan toe te voegen: „Het is ook wel erg clichématig om zo’n scène in een juwelierszaak onder te brengen.”

In Pauw woedde een discussie tussen de twee betrokken advocaten, Jan-Hein Kuijpers namens het juweliersechtpaar en Bénédicte Ficq namens de nabestaanden van een van de overvallers. Kuijpers vond het juist dat het Openbaar Ministerie geen vervolging van de vrouw wilde omdat ze uit noodweer had gehandeld. Ficq begreep wel dat die vrouw niemand had willen doden, maar ze meende dat de rechter moest oordelen of er van noodweer sprake was; dat gebeurt altijd in dergelijke zaken van eigenrichting.

Om dat alsnog te bereiken zal ze een procedure moeten aanspannen bij het gerechtshof. De nabestaanden moeten uitmaken of dat wenselijk is, zei ze. Of ze het zelf vond? Dat liet ze in het midden, maar ze zei nog wel met nadruk: „Er zit een aspect van willekeur aan de wijze waarop deze zaak níét voor de rechter wordt gebracht.”

Van haar advies aan de nabestaanden zal veel afhangen. Het lijkt me geen gemakkelijke afweging. Een proces betekent dat de juweliersvrouw, toch al getraumatiseerd door een eerdere gewapende overval, de gruwelijke gebeurtenis nog eens stap voor stap in de rechtszaal zal moeten overdoen. Géén proces betekent dat de nabestaanden van de overvallers met een gevoel van rechteloosheid zullen achterblijven.

Dat Willy, de juwelier, in ieder geval vervolgd wordt wegens illegaal wapenbezit heeft ogenschijnlijk iets ironisch. Doden mag, onder bepaalde omstandigheden, maar voor wapenbezit bestaat nooit een excuus. Toch heb ik er vrede mee, al was het alleen maar om al die andere winkeliers van Nederland duidelijk te maken dat ze geen gewoonte moeten maken van wapenbezit.

Onlangs is in Amsterdam een onschuldig mens geliquideerd door een persoonsverwisseling; je moet er niet aan denken dat een overspannen winkelier zijn pistool trekt omdat hij je meent te herkennen van een eerdere overval. „Hij droeg ook zo’n bril”, zegt hij later tegen zijn rechters.