Ilja Leonard Pfeijffer schreef (opnieuw) de mooiste zin van het jaar

Ilja Leonard Pfeijffer bij de uitreiking van de Libris Literatuurprijs (Foto Twitter, De Arbeiderspers)

De mooiste zin van 2013 kwam uit de pen van Ilja Leonard Pfeijffer. Pfeijffer is de winnaar van de jaarlijks toegekende Tzum-prijs.
 
De zin is aan te treffen in La Superba, de roman waar Pfeijffer eerder de Libris Literatuurprijs voor kreeg.

De zin luidt:

“Het was het witte uur na het middagmaal, de blanke pagina waarop hooguit iets met potlood wordt gekriebeld in geheimschrift, iets om onmiddellijk weer uit te gummen zodra de rolluiken omhoog worden getrokken en het leven opnieuw zwart op wit een aanvang neemt met bonnetjes, bestellingen en bezwaarschriften.”

Pfeijffer krijgt 48 euro, één euro voor elk woord, en een beker.
 
Het is de tweede maal dat Pfeijffer de Tzum-prijs wint. In 2005 ontving hij met zijn roman Het grote baggerboek ook al de prijs voor de mooiste zin. Het staat voor de jury dan ook vast “dat hij één van de grootste stillisten uit de Nederlandse literatuur is”.

“In slechte romans lijkt de stijl op een kant-en-klaarmaaltijd. De zinsbouw is papperig en grauw, het geheel smaakt naar niks, tenzij naar opgewarmde, koude drukte. Bij Pfeijffer is dat duidelijk niet het geval, in zijn proza trekt hij alle registers op. Hij is een schrijver die nog dúrft te schrijven.”

En:

“Binnen deze zin wordt een tegenstelling besproken, waarbij de siësta na het middageten als een wereld beschreven wordt die nog moet beginnen. De schrijver vinden we tijdens dat witte uur. Alles is nog mogelijk, het leven is een tabula rasa. Tegenover de voorzichtige aantekeningen in potloodschrift, knalt de harde werkelijkheid van na het witte uur binnen met een alliteratie vol ambtelijkheid: ‘bonnetjes, bestellingen en bezwaarschiften’.”

De jury kon dit jaar kiezen uit een grote hoeveelheid zinnen.

Niet eerder werden er zo veel zinnen voor de Tzum-prijs genomineerd. Uiteindelijk – na het afvallen van schrijvers als Dimitri Verhulst:

“Toch gooien wij, gepensioneerden, verbolgen ons televisietoestel stuk als daarop een twintiger is te zien, parmantig zichzelf belichtend met het aureool dat hij zich droomt, een snaak in pak, met het zelfvertrouwen van iemand die zonet zijn twee auto heeft gekocht, bewerend dat hij zijn geloof in de sociale zekerheid helemaal heeft opgegeven, dat hij niet deelneemt aan de stakingen tegen de rechtste hervormingen,, want dat hij geen zin heeft om de pensioenen mee te betalen van al diegenen die zich op hun vijfenzestigste definitief hebben uitgeprikt.”

en Stefan Hertmans:

“De harten lagen uitgesneden naast de tongen, de koppen werden per kilo verkocht, en de ogen die je aankeken vanaf de koperen schaal die aan de hunsel bungelde – zo werd de handzame weeghaak door mijn grootvader genoemd, een verbastering van het woord ‘unster’ – stonden star alsof er diep werd nagedacht voorbij de grenzen van de overal aanwezige dood, een dood die dichter bij het leven stond dan alles wat ik, die nooit een oorlog heb meegemaakt, in mijn leven heb gezien.”

bleven er drie zinnen in de race: alle drie afkomstig uit La Superba. Het eindoordeel van de jury was echter unaniem.

De roman van Pfeijffer is uitgegeven door De Arbeiderspers.

De jury bestond uit de kernredactie van de literaire website www.tzum.info.

Eerdere winnaars waren: Anton Valens (2013), L.H. Wiener (2012), Peter Buwalda (2011), Tom Lanoye (2010), Erwin Mortier (2009), A.F.Th. van der Heijden (2008), Jeroen Brouwers (2007), Tommy Wieringa (2006), Ilja Leonard Pfeijffer (2005), Stijn Aerden (2004), Doeschka Meijsing (2003) en Paul Mennes (2002).