‘Ik teken die tuttige Alice met wat meer pit ’

Aanvankelijk leken kinderboekenillustraties Gouden Penseel-winnaar Floor Rieder (29) „veel te tuttig.”

Floor Rieder: „Je ziet heel veel plaatjes van beestjes met kleertjes aan.” Foto Mieke meesen

Twee jaar geleden wist Floor Rieder (29) nog niet wat ze later wilde worden. Nu hoort ze bij de Nederlandse illustratorentop, want gisteren won ze het Gouden Penseel, de prijs voor het best geïllustreerde kinderboek. Grote woorden van de jury, die vond dat Rieder in Het raadsel van alles wat leeft - en de stinksokken van Jos Grootjes uit Driel (2013) „terugkeert naar de bakermat van de boekillustratie: een boek versieren, verluchtigen en verrijken, met illustraties die én vernieuwend, én grappig, én informatief zijn.”

Rieder ging naar de ArtEZ hogeschool voor de kunsten waar ze de richting illustratie volgde. Maar tijdens haar studie verzette ze zich juist tegen het tekenen. „Iedereen in mijn klas deed het, er was niets stoers aan.” Daarom maakte Rieder video’s en installaties. Na haar afstuderen ging ze daarmee verder en regisseerde ze toneelstukken. En toen rolde ze toch weer de illustratiewereld in. Eerst vroeg Winfried Baijens, een bevriende journalist, of ze zijn interviews wilde illustreren voor Het Parool – een jaar maakte ze dat ‘getekende interview’. Uitgeverij Gottmer zag de reeks en vroeg Rieder in 2013 om Het raadsel te illustreren.

Nu maakt ze voor uitgeverij Gottmer een bewerking van Alice in Wonderland die eind dit jaar moet verschijnen. Haar Alice is wat steviger en grover getekend dan het origineel. „Die tuttige Alice mocht wel wat meer pit hebben. Ze draagt een hoody, een rugzakje en All Stars. En ze heeft donker haar in plaats van blond.’’

Rieder zag nooit een carrière als kinderboekenillustrator voor zich. Dat was veel te tuttig, vond ze. „Ik houd van stoere dingen met ballen.” ‘Kinderboekenmensen’ vielen niet in die categorie. „Het leken me altijd van die knutselmeisjes. King Louie-jurk aan en nog een vlecht in je haar op je dertigste. Tuttig en suf.” Nu ze zelf een kinderboekenmens is geworden, ontdekt ze dat er in die wereld ook veel „leuke lui” zijn die „van een borrel houden”.

Wat was er volgens u mis met kinderboekenillustraties?

„Je ziet veel plaatjes van beestjes met kleertjes aan. Veel kleur, een glimmende kaft, dat werk. Het is te gemakkelijk. Dan neem je kinderen niet serieus. Ken je die mensen die met zo’n hoog stemmetje tegen kleuters praten? Die toon hebben veel kinderboeken ook. Heel betuttelend en moralistisch.’’

Hoe stoer mag een illustratie voor kinderen zijn?

„Een collega had een illustratie gemaakt van vuilnis, voor de gein lag er een condoom bij. Die moest weg van de uitgever. Idioot. Zelf heb ik voor Het raadsel God in een hangmat getekend. Dat beeld heeft het niet gehaald, want als het in Amerika zou worden uitgegeven, zouden ze erover struikelen. Ik heb er wel een beetje om gestreden, maar omdat het mijn eerste kinderboek was, heb ik niet doorgezet. Dat zou ik nu wel doen.

„Nederland vertrut. Als kind was De avonturen van Lena Lena van Harriët van Reek mijn lievelingsboek. Er stond een tekening in van Lena die bij de andere Lena een takje in haar bil stak. Volgens mij kan dat nu niet meer.”

Vindt u dat kinderen niet beschermd hoeven te worden?

„Als je je kind steeds beschermt, leef je in een soort bubbel – daar blijf je in zitten als je geen kennis maakt met de echte wereld. Ik ben gelukkig niet beschermd opgevoed. Anders durfde ik misschien nooit voor mezelf te gaan werken.”

U had een aversie tegen kinderboekenillustraties, maar toch besloot u deel te worden van die wereld.

„Ik werd gevraagd voor het boek van Jan Paul Schutten en dacht: dit wil ik wel doen. Ik kom uit gezin dat van wetenschap houdt. Mijn broer is sterrenkundige en we houden allemaal van het mysterie en het raadsel. Jan Paul Schutten ontrafelt in zijn boek de evolutietheorie.

„Mijn werk is eigenlijk best wiskundig. Ik houd van ingewikkelde patronen. Een tekening moet in elkaar passen. Dat meet ik niet met een liniaal maar op gevoel. Als ik door mijn oogharen kijk, moeten er weinig ‘gaten’ te zien zijn. Op de cover van de vorige druk van Het raadsel zaten allemaal gaten. Daar werd ik naar van.”

Stort u zich nu voortaan op kinderboeken?

„Ik hoop niet dat ik dit het enige is wat ik ooit nog doe. Het is een eenzaam beroep. Ik zou dolgraag een keer een heel pand willen beschilderen met illustraties, of een theaterstuk maken.”