Hoe Hitler bekeerd wordt door Ghandi

De Nederlander Hans van Dijk (1946-2002) ontdekte en begeleidde vanaf de jaren tachtig tientallen Chinese kunstenaars. In de Rotterdamse kunstruimte Witte de With brengen velen van hen nu een ode aan hem.

Foto Cassander Eeftinck Schattenkerk

Een zaal vol schilderijen met kruisjes in allerlei vormen. Geschilderd met acrylverf op geruite wol of met krijt op doek. De werken, zowel uit de jaren negentig als het heden, hangen er of kunstenaar Ding Yi nooit getwijfeld heeft of zijn werk uit kruisjes moet bestaan, zoals een Jan Schoonhoven nooit geaarzeld lijkt te hebben over zijn witte monochrome reliëfs. De Chinese docenten van Ding Yi begrepen er in de jaren negentig niets van dat hij zo abstract ging werken. De Nederlander Hans van Dijk overtuigde hem juist door te zetten. Tegenwoordig brengen topschilderijen van Ding Yi 1,5 tot 2 miljoen euro op bij veilingen in Hongkong en Beijing.

Hij is succesvol. En dat geldt voor veel van de Chinese kunstenaars die eind jaren tachtig en in de jaren negentig ontdekt en begeleid werden door Hans van Dijk. In Nederland is hij nauwelijks bekend, al was hij een van de ontwikkelaars van de tentoonstelling China Avantgarde die de Kunsthal in 1993 van Berlijn naar Rotterdam haalde. In die periode dat Chinese kunstenaars het na de tragedie op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 in eigen land moeilijk hadden, probeerde hij ze zoveel mogelijk in tentoonstellingen in het Westen onder te brengen. Als het nodig was, hielp hij ze vluchten. Hij was agent en adviseur van kunstenaars en begon in 1998 met de Belg Frank Uytterhagen en de Chinees Ai Weiwei zijn galerie China Art and Archives Wharehouse. Hij was toen al jaren bezig een archief aan te leggen met informatie over ruim 5.000 Chinese kunstenaars. Dai Hanzi werd hij door zijn Chinese vrienden genoemd.

Witte de With wijdt nu een tentoonstelling aan de in 2002 overleden Van Dijk en de kunstenaars die met hem bevriend waren. Zij hebben daarvoor veelal werk uit hun eigen collecties ter beschikking gesteld. Groot op de wanden zijn teksten van brieven te lezen die zij aan curator Marianne Brouwer hebben gestuurd met hun herinneringen aan de Nederlander. Hoe ze bijvoorbeeld samen met hem leefden in appartementen in Beijing, in wijken waar hij eigenlijk helemaal niet mocht wonen als buitenlander. In armoede, levend op een dieet van sterke espresso, zware Chinese sigaretten en vriesknoedels. Brouwer: „Hij meed het exotisme waarvoor veel Europese curatoren kwamen shoppen voor hun biënnales. Die lieten kunstenaars naar hun hotel komen om dia’s te laten zien. Hij leefde tussen de kunstenaars en ging gerust 25 kilometer door de modder fietsen om ze in hun studio op te zoeken.”

Van Dijk trok, bijna veertig jaar oud, in 1986 naar China om daar Chinees te leren. Hij was kunstenaar en industrieel ontwerper geweest, beïnvloed door zijn docenten Henk Peeters en Peter Struycken. Maar hij vond zichzelf niet goed genoeg als kunstenaar. Door het maken van ‘Mingmeubelen geïnspireerd door Rietveld’ als geschenk aan vrienden – ook te zien op de expositie – raakte hij gefascineerd door China.

In Nanjing kwam hij terecht in een scene van kunstenaars die aan het pionieren waren in de jaren tot 1989, toen de vrijheden in China nog toenamen. Van Dijk herkende de vrolijke, ludieke geest van de kunstenaars uit de jaren zestig met wie hij was opgegroeid. En dus liggen er in de vitrines originelen en vertalingen van absurde manifesten van de Vijverbeweging. Van Dijk bleef deze pioniers trouw. Van een van hen, Zhang Peili, is het eerste Chinese videokunstwerk A gust of wind te zien uit 1998: een heel simpel beeld op één monitor van de kunstenaar die een spiegel steeds breekt en dan weer aan elkaar lijmt – totdat deze niet meer te breken is.

In dezelfde zaal wordt zijn video Ravage getoond, gemaakt in 2008 vlak voor het uitbreken van de financiële crisis. Over vijf grote schermen pendelt de camera door een huiskamer van een Chinese nouveau-richefamilie met designmeubels, een groot aquarium, een scheepsmodel, een fles wijn op tafel. Totdat een storm uitbreekt en de kamer vernielt, daarmee de angst symboliserend van de Chinese middenklasse onder wie kunstenaars, dat hoe goed ze het ook hebben, het noodlot altijd om de hoek wacht.

Van Dijk was niet alleen uit op de schilderkunst die het goed deed in de Hongkongse kunsthandel, die zijn greep op de kunstenaars vanaf de jaren negentig sterk vergrootte. Hij stimuleerde fotografie, videokunst en grote installaties die verzamelaars in hun huis niet kwijt kunnen. Op de expositie komen alle disciplines terug. Met als blikvanger dan wel weer kleurrijke schilderijen van Wang Xingwei die zichzelf steeds portretteert in parodieën van politieke of kunsthistorische gebeurtenissen. Zo bekeert hij Hitler in 1936 tot het gedachtengoed van Gandhi in Mein Kampf, Wang Xingwei in 1936.

Van Dijk overleed in 2002 in een ziekenhuis aan de gevolgen van een maagbloeding. In een roerende brief aan Brouwer beschrijft Hong Lei „hoe een hele rij kunstenaars aan het bed van Van Dijk verschijnt die met slangen aan apparatuur ligt om afscheid van hem te nemen”. Dat herkende Brouwer ook bij de kunstenaars die ze heeft gesproken: „De kunstenaars die met hem gewerkt hebben spreken nog steeds met een diepe emotie over hem die we hier in het Westen niet eens kennen.”