‘Het is tijd om het oude KPMG te begraven’

Toezichthouder AFM stelt grote tekortkomingen vast bij het uitvoeren van de kerntaak van accountants: het controleren van de boeken van bedrijven. In 45 procent van de gevallen gaat het mis.

Welk accountantskantoor bezorgt de sector zijn slechte naam? Dat bleef lang onduidelijk, want hun toezichthouder, de Autoriteit Financiële Markten (AFM), deed tot nu toe nooit aan aan naming and shaming. Altijd beoordeelden ze het collectief. Tot vandaag. Voor het eerst is nu openbaar hoe de big four – KPMG, PwC, Deloitte en EY – onderling verschillen. Wie doet het slecht en wie minder slecht? Wie doet het misschien zelfs goed?

Niemand doet het goed, blijkt uit het rapport dat de AFM vanmiddag heeft gepubliceerd over de kwaliteit van hun werk, het controleren van jaarrekeningen. Wel doet eentje het significant slechter dan de rest: KPMG – het kantoor dat al in moeilijkheden zat.

Van de tien beoordeelde controles van KPMG zijn er zeven „onvoldoende”, naar het oordeel van de AFM. Dat betekent dat de accountants bij het controleren van die jaarrekeningen „geen voldoende en geschikte” informatie hebben verkregen. Met andere woorden: de accountant zette zijn handtekening terwijl hij niet kon weten of de informatie in de jaarrekening wel klopte. Dat betekent niet dat de informatie in die jaarrekeningen ook onjuist is. Het betekent dat er te weinig is gedaan om te kunnen vaststellen dat bijvoorbeeld de omzet of waarde van de bezittingen die het bedrijf vermeldt, kloppen.

De andere grote drie hebben ook te makkelijk jaarrekeningen ondertekend, alleen iets minder vaak. Bij PwC en Deloitte zijn vier van de tien controles onvoldoende. EY scoort met drie onvoldoendes het minst slecht. Maar góéd is dat zeker niet. „Het moet nul zijn”, zegt AFM-bestuurder Gerben Everts, verantwoordelijk voor het toezicht op accountants. In totaal gaat het in 45 procent van de onderzochte controles mis. Een hoog percentage, vindt de AFM. „Hoger dan verwacht”, zegt Everts. De vorige keer dat de AFM de big four doorlichtte, in 2010, was dat 52 procent.

Sindsdien hebben accountantskantoren geprobeerd zichzelf te verbeteren. Maar zonder „het gewenste resultaat”, zegt Everts. En dat is een probleem. Accountants hebben het wettelijk monopolie op de uitvoering van een publieke taak: het controleren van de boeken van bedrijven. Een handtekening van de accountant moet garanderen dat wat er in een jaarrekening staat ook klopt. Maar die handtekening blijkt dus niet altijd evenveel waard.

Verhullen

Het predikaat ‘slechtste van allemaal’ komt altijd ongelegen, maar is voor KPMG wel heel onhandig. Het kantoor zit al diep in de problemen. Eind vorig jaar schikte KPMG voor 7 miljoen euro met justitie vanwege het verhullen van omkoping. In april bleek dat KPMG verdacht wordt van belastingfraude bij de bouw van het eigen hoofdkantoor. In mei stapte topman Jurgen van Breukelen op vanwege een omstreden vastgoedbelegging. Eerder raakte KPMG in opspraak door de gebrekkige controle van woningcorporatie Vestia.

Dat KPMG nu ook slechter scoort dan zijn concurrenten verbaast de AFM niet. „De uitkomsten van het onderzoek bevestigen het beeld dat we al hadden”, zegt bestuurder Everts. De AFM had KPMG „al op de radar”, zegt hij. „De grootste incidenten hebben daar plaatsgevonden. Het is een bedrijf in crisis.”

Onder druk van de AFM heeft KPMG al een aantal veranderingen doorgevoerd – voor de anderen uit. Jan Hommen, oud-bestuurder van ING en Philips, is ingeschakeld om het kantoor te redden. Onder zijn leiding besloten de partners onder meer dat KPMG toezichthouders van buiten het bedrijf gaat benoemen en beloningen gaat koppelen aan prestaties op de lange termijn. Maatregelen die hard nodig zijn, zegt Everts van de AFM. „Ze moeten het oude KPMG begraven en met nieuw elan starten.”

Vertrouwen

Kunnen we onze accountants nog wel vertrouwen? Het is een vraag die al langer hardop wordt gesteld. Door deze nieuwe slechte scores zullen ze nog meer moeten doen om het vertrouwen terug te winnen. Dat kan alleen als ze bereid zijn tot ingrijpende veranderingen. Daartoe heeft de beroepsorganisatie vandaag een lange lijst maatregelen voorgesteld. En de AFM heeft zelf ook een wensenlijstje gemaakt – onder meer gericht op het versterken van zijn eigen toezicht.

Maar de échte oplossing, vindt ook de toezichthouder, ligt bij de kantoren zelf. De eerste signalen geven wat reden tot hoop. „De kantoren erkennen nu dat ze een fundamenteel probleem hebben”, zegt Everts. Een heel andere reactie dan die op de eerste rapportcijfers in 2010. „Toen ontkende een te groot deel van de sector nog dat er überhaupt iets mis was.”