...en Obama gaat het om veel meer dan IS

De strijders van IS zijn gewaarschuwd: Obama wil de terreurbeweging vernietigen, zei de president gisteren tegen de VN. Maar het gaat hem om veel meer dan alleen de uitschakeling van IS.

De oorlog die Amerika voert tegen de Islamitische Staat in Irak en Syrië is onderdeel van een veel bredere missie: de bestrijding van gewelddadig extremisme, vooral in de islamitische en Arabische wereld. Dat zei president Obama gisteren in een toespraak tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York.

Hij verzekerde dat Amerika niet in oorlog is met de islam, en dat ook nooit zal zijn. Over het geweld dat IS in naam van dat geloof begaat, zei hij: „Geen enkele god keurt zulke terreur goed.” En hij riep de verzamelde staatshoofden en regeringsleiders in de zaal op om met hem „concrete stappen te zetten om het gevaar van religieuze fanatici aan te pakken”. Hij beloofde dat de VS voor de lange termijn bij het Midden-Oosten betrokken zullen blijven.

Naar de toespraak van Obama was reikhalzend uitgekeken. De rede voor de VN bood hem de eerste gelegenheid om voor de wereldgemeenschap uiteen te zetten waarom Amerika zich toch weer in een oorlog in het Midden-Oosten stort, terwijl Obama zich de afgelopen jaren juist zo had ingespannen om de Amerikaanse rol in Afghanistan en Irak af te bouwen.

Uitdrukkelijk zei Obama dat de Verenigde Staten met de aanvallen op IS niet alleen handelen, maar samenwerken met een brede coalitie van tientallen landen. Wat die landen precies gaan doen, is nog niet duidelijk – lang niet allemaal zullen ze een militaire rol spelen, sommige landen willen alleen humanitaire hulp leveren.

Enkele uren later kwam Obama ook nog een speciale bijeenkomst van de Veiligheidsraad voorzitten, over het aanpakken van mensen die zich in andere landen bij terreurgroepen voegen, zoals jihadgangers.

Daar werd unaniem een resolutie aangenomen die landen aanspreekt op hun verantwoordelijkheid om het uitreizen en financieren van terroristen in spe te verbieden. Hoewel Nederland niet in de Veiligheidsraad zit, zou premier Rutte de raad toespreken – een uitzonderlijke gebeurtenis voor een Nederlandse minister-president. Deze krant was toen al naar de drukker.

Beschaafde volkeren: sluit een pact!

In de prekerige stijl die in de Algemene Vergadering van de VN bij veel sprekers geliefd is, zei Obama dat de wereld een collectieve verantwoordelijkheid heeft om het extremisme aan te pakken en met name jongeren een alternatieve levensvisie te bieden – één waarin samenwerking tussen religies mogelijk is in plaats van strijd. „Het is tijd voor een nieuw pact tussen de beschaafde volkeren van deze wereld om oorlog uit te roeien bij zijn fundamenteelste bron: het bederf van jonge geesten door gewelddadige ideologie.”

Maar Obama, die in 2009 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, sprak tegelijk als een oorlogspresident. Hij waarschuwde de strijders van IS dreigend om „het slagveld te verlaten zo lang dat nog kan”. „De enige taal die deze moordenaars verstaan”, zei hij, „is de taal van het geweld”. Hij herhaalde nog eens het doel van de oorlog tegen IS: deze organisatie „af te breken en uiteindelijk te vernietigen”.

Hoe de oorlog tegen IS in de praktijk beslecht kan worden, en wat er precies moet gebeuren als de organisatie eenmaal „afgebroken en vernietigd” is, zei Obama niet. Wel zei hij over Syrië dat uiteindelijk alleen een politieke oplossing voor het conflict denkbaar is. „Cynici kunnen zeggen dat dat er nooit van komt. Maar er is geen andere manier om een eind te maken aan deze waanzin.”