Eén grote oefening in aandacht

Kunstenaar herman de vries (83) zal Nederland volgend jaar vertegenwoordigen op de Biënnale van Venetië. Op twee exposities in Schiedam toont hij nu zijn door de natuur geïnspireerde kunst.

herman de vries, journaal van essaouira, 2013 (detail), gemengde techniek, 25 × 35 cm (45 stuks) Foto collectie herman & susanne de vries

Duizenden keren, in allerlei verschillende kleuren, staat het woordje ‘all’ geschreven op een blad papier van 1,70 bij 3 meter. Kunstenaar herman de vries (Alkmaar, 1931, hij schrijft zijn naam zonder hoofdletters) wijst er steeds willekeurig één aan en leest hardop voor: „all. all. all. all. all …” Elk woord leest hij aandachtig. Net als ieder handgeschreven woord ‘all’ anders is dan ieder ander, zo is ieder hardop uitgesproken ‘all’ dat ook. Meelezend met de woorden die de vries aanwijst, luisterend naar zijn stem, lijkt zich op een wonderlijke manier iets te openbaren van de alomvattendheid van alles.

Iets soortgelijks gebeurt wanneer je kijkt naar het tweeluik different en identic. Op het ene blad schreef de vries in potlood steeds het woord ‘different’, op het andere ‘identic’, een woord dat door de vries is bedacht. Zijn handschrift heeft de vries gereconstrueerd om het te doen lijken op zijn favoriete lettertype, de Futura. De woorden moeten met de hand worden geschreven, legt de vries uit, ze kunnen niet worden gedrukt, want dan zijn het klonen. Omdat de woorden met de hand zijn geschreven, zijn ze allemaal verschillend, ook al is het steeds hetzelfde woord. En ze zijn allemaal identiek, ook al zijn ze verschillend geschreven. Het werk van de vries is één grote oefening in aandacht.

In Schiedam zijn nu twee tentoonstellingen van de vries te zien. Het Stedelijk Museum Schiedam heeft een overzichtstentoonstelling gewijd aan zijn oeuvre en de Ketelfactory toont zijn recente tekeningen. De aanleiding is dat de vries volgend jaar Nederland zal vertegenwoordigen op de Biënnale van Venetië. Dit gebeurt op voorstel van freelance auteur en tentoonstellingsmaker Cees de Boer, en van Colin Huizing, conservator in Schiedam. De kunstenaar heeft internationale faam, maar in Nederland heeft hij tot dusverre niet de erkenning gekregen die hij verdient. Daar komt nu eindelijk verandering in.

Geestbewegende planten

Sinds 1970 woont de vries in het Duitse Eschenau, grenzend aan het Steigerwald. Het woud is zijn atelier, zegt hij, hij brengt er dagelijks zo’n twee uur door, wandelt en kijkt. Hij heeft een grote kennis van planten, met name van geneeskrachtige en „geestbewegende” planten. De belangstelling voor planten heeft de vries van jongsaf aan. Van 1949 tot 1951 volgde hij een opleiding aan de rijkstuinbouwschool in Hoorn, waarna hij tien jaar lang werkte bij de plantenziektekundige dienst in Wageningen.

In dezelfde jaren maakte hij de eerste kunstwerken: witte, ruwe, monochrome schilderijen, gedaan in caseïneverf vermengd met kwartszand. Wit is belangrijk voor de vries, wit is geen leegte maar aanwezigheid, wit is een veld van mogelijkheden. Een klein kunstenaarsboekje uit de vroege tijd, vrijwel leeg, is een ode aan het wit: ‘wit is overdaad / blanc est surabondance / white is superabundance / weiss ist übermässig / wit /wit / wit is overdaad’.

Begin jaren zestig ontstonden geometrische reliëfs en patronen op papier, ‘toevalsstructuren’, waarbij het erom ging de eigen signatuur en de persoonlijke expressie uit te schakelen. De werkelijkheid zélf zou tot uitdrukking worden gebracht. Om tot een volkomen ‘random objectivation’ te komen, zoals de vries het werk uit deze periode noemt, paste hij mathematische tabellen en getallenreeksen toe die hij ontleende aan het onderzoek zoals het werd gedaan in Wageningen. Met zijn voorkeur voor monochromie en witte geometrische structuren vond de vries aanvankelijk op natuurlijke wijze aansluiting bij de Zerobeweging.

In zijn zoektocht naar de meest directe uitdrukking van de werkelijkheid volgde in 1975 een belangrijk inzicht: het beste model voor de werkelijkheid is de werkelijkheid zelf. Het directe resultaat was het werk 1 2 en 3 uur onder mijn appelboom, bestaande uit drie vellen papier waarop boombladeren zijn geplakt, de bladeren die gedurende 1, 2 en 3 uur op het blad vielen. Het principe van ‘random objectivation’ maakte plaats voor ‘chance and change’. Vanaf dit moment creëert de vries niet langer constellaties waarin het toeval een bepalende rol speelt, maar laat hij het proces zelf zien waardoor een bepaalde constellatie tot stand komt. Het werk is een uitsnede uit de realiteit, bedoeld om de aandacht te intensifiëren. Doordat de boombladeren geïsoleerd worden op het witte papier, is er aandacht voor hun individuele verschijningsvormen.

Sommige werken zijn letterlijk uitsneden. Na een bos gepluimd riet gedurende langere tijd geobserveerd te hebben, klemde de vries het riet tussen twee platen karton en sneed het langs de randen af. Vervolgens lijstte hij het riet in en noemde het werk das grosse rasenstück (2004).

Natuur, zegt de vries in een videoportret, is de primaire werkelijkheid, het is de oorspronkelijke biotoop van de mens. Cultuur is secundair en virtualiteit is tertiair, is slechts informatie. Zijn uitgangspunt is dat er een eenheid bestaat tussen de mens en zijn omgeving, tussen het zijn en het zien; we zijn niet alleen wat we doen en denken, maar we zijn vooral ook wat we waarnemen, met alle zintuigen.

Het liefst schakelt hij het actieve denken en alle concepten uit, ze staan de directe ervaring in de weg. Hij ziet het als zijn functie als kunstenaar „om bewustzijnsprocessen in te leiden”, hij is een bemiddelaar die betekenisvolle ervaringen biedt, die de voorgeprogrammeerde waarneming deconditioneert. Het gaat niet om een bewustzijn, maar om bewust zijn. Geest en lichaam zijn samen, ze zijn één. Ook wil hij zo duidelijk en zo eenvoudig mogelijk zijn, reden dat hij ongekleed is tijdens de opnamen voor het videoportret. de vries loopt ook graag naakt door de bossen: „Ik ben dit, ik ben hier. Daarom werk ik vanuit mezelf en sta ik in verbinding met de wereld om me heen.”

De sterke samenhang van doen en denken, en dat inmiddels meer dan zestig jaar, maakt het oeuvre van de vries en zijn kunstenaarshouding bijzonder overtuigend. Hij maakt niet langer, hij „oogst” of „ontvangt” het werk. Soms is een boomstam waar hij jaren naar gekeken heeft, ‘klaar’ en neemt hij die mee uit het bos. Of schedels van dieren en stukken verbrand hout. Soms verricht hij één handeling meer dan het oogsten, zoals de ‘aarduitwrijvingen’, waarbij hij aarde uitwrijft op papier, de kleurschakeringen zijn onbegrensd. Sinds kort tekent hij weer, Zen-achtige kalligrafieën met houtskool en fijnmazige structuren met kleurpotlood, met dertig kleuren groen of een explosie van geel licht.

De kunstenaar zit op een stoel, concentreert zich, de ogen gesloten. Dan staat hij op, pakt een stuk houtskool en loopt naar een groot vel papier aan de muur. Met enkele krachtige, felle bewegingen stoot en veegt hij de houtskool op het papier. Hij loopt naar achteren. Er staat J O Y.