Een ebolavirus in de lucht, dát is pas erg

Kan het virus zich door de lucht verspreiden? Dat is niet waarschijnlijk, zeggen deskundigen. Maar ze durven het ook niet helemaal uit te sluiten.

Een ebolavirus dat zich onzichtbaar door de lucht verspreidt, van doodzieke patiënten naar nieuwe, toevallige slachtoffers. Dat spookbeeld waart rond. Op internet. In gesprekken. In de film Outbreak (1995) bezwijken alle inwoners van een dorp aan zo’n gemuteerd ebolavirus. Een ebolavirus dat zich door de lucht verspreidt is ook bedreigend voor westerse landen.

In Guinee, Sierra Leone en Liberia, waar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) deze week de 6.000ste ebolapatiënt en de 3.000ste dode zal tellen, is van verspreiding door de lucht geen sprake. Daar zijn de omstandigheden zo belabberd dat de ziekte voortwoekert doordat familie en verzorgers onvoldoende beschermd speeksel, uitwerpselen, braaksel, tranen, zweet en bloed van patiënten aanraken.

Om in een land met goede zorg en een oplettende overheid een epidemie te veroorzaken, moet het virus méér kunnen dan besmetten via het lichaamsvocht van mensen die al ziek zijn.

Verspreiden via de lucht, dat zou pas een ramp zijn. „Nooit eerder in mijn carrière ben ik zo bezorgd geweest”, zei infectieziekte-onderzoeker Michael Osterholm vorige week tegen CNN. CNN, en alle andere Amerikaanse persbureaus, stapten op Osterholm af na zijn opinie-artikel in The New York Times (11 september). „Als bepaalde mutaties optreden”, schreef hij, „kan alleen ademhalen al een risico zijn om ebola op te lopen.”

In de VS liep de discussie hoog op. Een enkele collega-infectieziektekundige viel hem bij. Maar de meesten vonden dat hij zich maar ergens anders druk over moest maken.

En in Nederland? „Ik kan verzínnen dat een olifant ineens gaat vliegen, maar het is onwaarschijnlijk dat het ooit gebeurt”, zegt Ron Fouchier, hoogleraar virologie, die aan het Erasmus MC in Rotterdam onderzoekt door welke mutaties het griepvirus beter of slechter door de lucht verspreid wordt. Fouchier: „De virusfamilie waar ebola toe behoort, is er de afgelopen 100 jaar niet in geslaagd om te muteren tot een luchtverspreider. Er zijn virusfamilies waarin dat wel gebeurt.”

Het staat overigens wetenschappelijk vast dat ook een ongemuteerd ebolavirus door de lucht zoogdieren kan besmetten. Maar wel onder geforceerde lab-omstandigheden. Bioterroristenbestrijders gaan ervan uit dat ebola tijdens een aanslag in een nevel verspreid zal worden. Dat lukt als het virus vers in een vloeistof onder druk wordt verneveld. In het onderzoek zijn de proefdieren blootgesteld aan forse nevelstromen, zoals ze uit een spuitbus of verfspuit komen. Fouchier, verbaasd dat dat onderzoek überhaupt is gepubliceerd: „Die vernevelaars zijn gewoon voor iedereen te koop.”

Net als Osterholm waarschuwt ook Fouchier voor de doorgaande groei van het virus in mensen. Dat past zich aan zijn nieuwe gastheer aan, met onbekende gevolgen. Fouchier: „Ebola is, net als hiv en influenza, een RNA-virus. Dat zijn snel muterende virussen. Bij vorige uitbraken kon ebola zich nooit langer dan een paar weken in mensen vermenigvuldigen. Dan was de uitbraak de kop ingedrukt en de virusvariant stierf uit. Nu heeft ebola al meer dan een half jaar de mogelijkheid om zich beter aan de mens aan te passen. Darwins evolutietheorie is er nu volop aan het werk. Dat is zorgwekkend.”

Maar de kans dat een luchtverspreidend ebola ontstaat, acht Fouchier heel klein. „Het ligt meer voor de hand dat je betere transmissie via de bestaande routes krijgt. Dat er een virus ontstaat dat massaler wordt uitgescheiden in lichaamsvloeistoffen en daarin ook langer in leven blijft.”

De meeste virussen die van een dier naar de mens overspringen, worden minder dodelijk. Gebeurt dat met ebola ook?

„Als dit virus altijd in de mens blijft, dan zal het over duizenden jaren een mild virus zijn. Zoals herpes, dat al miljoenen jaren aan de mens is aangepast, en omgekeerd. Maar op een termijn van enkele jaren valt daar niks over te zeggen.”

Ondanks zijn ongeloof in een airborn ebola heeft Fouchier meteen een disclaimer: „Zeg nooit nooit. De virologie is een betrekkelijke jong vak. Een gevleugelde uitspraak in ons vakgebied is: het enige voorspelbare aan een virus is zijn onvoorspelbaarheid.”