Een decor van concentratiekampen

De Poolse kunstenaar Miroslaw Balka reisde langs de concentratiekampen Majdanek, Treblinka en Auschwitz-Birkenau en maakte daar acht sobere, aangrijpende video’s. De werken zijn nu in Arnhem te zien, ter herdenking van de Slag om Arnhem.

Boven: Videostill uit Winterreise (2003) van Miroslaw Balka Foto’s Marc Pluim

Hier is iets weggevaagd, zoveel is wel duidelijk. Wie Fragment, de grote expositie van Miroslaw Balka in Museum Arnhem binnenloopt, ziet meteen hoe leeg het er is, hoe karig en schemerig. Balka (1958) was lange tijd vooral bekend van installaties en beelden waar de geest van Joseph Beuys sterk doorheen leek te ademen. Net als Beuys neemt Balka voor zijn beelden eenvoudige materialen (beton, onbewerkt metaal, zeep, haar) of voorwerpen die een zichtbare geschiedenis hebben. Die geeft hij een nieuwe betekenis door ze op subtiele wijze te ordenen en ‘anders’ te combineren en ze zo te verbinden met de geschiedenis van Polen, de Tweede Wereldoorlog of Balka’s eigen verleden – hij ‘herijkt’ de voorwerpen en materialen als het ware.

De overduidelijke verwijzing naar Beuys (al is Balka bepaald geen sjamaan of prediker) maakt de link met geschiedenis nog extra fascinerend. Beuys namelijk, stond tijdens de Tweede Wereldoorlog onmiskenbaar aan de foute kant (hij was radiotechnicus in een Stuka-bommenwerper), terwijl Balka’s (Poolse) familie juist tot de slachtoffers van het nazibewind hoorde. Zo lijkt het alsof Balka in zijn werk de geschiedenis naar zich toe trekt, maar zonder er de pretentie op na te houden (zoals Beuys) dat hij iets goed kan maken. Balka streeft andere doelen na.

Maar welke?

Dat is de grote vraag op Fragment. De expositie, die eerder onder andere in Moskou, Berlijn en Warschau te zien was in het kader van het project Geest van de plek, dat zeventig jaar Slag om Arnhem herdenkt, bestaat uit acht sobere videowerken. De meeste daarvan zijn gefilmd tijdens een tocht die Balka aan het begin van deze eeuw ondernam langs de concentratiekampen Majdanek, Treblinka en Auschwitz-Birkenau – meestal werden ze in, of net buiten de kampen gedraaid. Daarmee lijkt de tentoonstelling een artistiek en ethisch waagstuk, want er kan veel misgaan als je ruim zeventig jaar na dato de concentratiekampen als decor gebruikt van je kunst. Daarom is Balka’s terughoudendheid en soberheid meteen een goede keuze: het geeft je het gevoel dat hij de geschiedenis niet naar zich toe trekt, dat hij de historische gebeurtenissen waar hij naar verwijst niet met zijn werk probeert te overschaduwen.

Rooksignalen

Sterker nog: op sommige momenten is Balka zo subtiel dat je blij bent dat het museum aan het begin van de tentoonstelling een kleine folder ter beschikking stelt waarin per werk een korte toelichting wordt gegeven. Die helpt: zonder die toelichting is het vermoedelijk onmogelijk te begrijpen dat de rookwolken die je ziet in de film AAA + Rauchsignale (2007) worden uitgestoten door een brandweerwagen, op het ritme van een populair Pools lied. Maar toch: ook als je dat weet is het twijfelachtig of je aan de Poolse geschiedenis of de concentratiekampen moet denken, zoals dezelfde folder suggereert. Om eerlijk te zeggen: ik betwijfel het. In die zin is Fragment dus een waagstuk, want Balka laat opvallend veel over aan de verbeeldingskracht van de toeschouwer.

Maar dat vertrouwen betaalt zich uit. Naarmate je meer Fragment-werken ziet, des te beter je beseft dat de expositie voor een belangrijk deel draait om symbolen en de meerduidige manier waarop ze worden geïnterpreteerd. Een intrigerende keuze, zeker als je in ogenschouw neemt hoe belangrijk symbolen waren voor de nazi’s. Balka gebruikt symbolen van allerlei orde: van de rook in AAA, de douchekoppen aan het plafond van een barak in Majdanek in Bottom en een appelboom in Treblinka tot het korte, gesampelde videofragment uit Claude Lanzmanns klassieke Shoah, waarin we SS’er Franz Suchomel telkens opnieuw het woord ‘primitieve’ horen uitspreken.

Door dat nadrukkelijke gebruik van symbolen, die in hun ongrijpbaarheid en meerduidigheid natuurlijk heel veel op kunstwerken lijken, wordt Balka’s expositie spannend – door de symbolen hoeft hij niet meer te zeggen, uit te leggen, te beklemtonen, hoe ongrijpbaar zulke dramatische historische gebeurtenissen zijn, en hoe moeilijk het blijft je ertoe te verhouden. Dat betekent soms irritatie, of onmacht bij de toeschouwer, zoals bij de video waarin Balka met zijn camera door het gebladerte van een appelboom tast – de gesuggereerde link met de boom van kennis is net te ver gezocht.

Meesterwerk

Maar het leidt ook tot werken die diepe indruk maken, in het bijzonder het afsluitende, drie schermen beslaande meesterwerk Winterreise – The pond – Bambi (2003). Het middelste scherm toont een meertje nabij Birkenau waarin tijdens de oorlog een groot aantal gestorven gevangenen werd gedumpt – maar nu is het winter, het meer is bevroren en het landschap eromheen bedekt met lieflijke, verstilde sneeuw.

Dat contrast werkt nog aangrijpender bij de andere twee korte films in dezelfde zaal. Daarin zien we de hertjes (opnieuw in de sneeuw) die Balka even buiten het hek van Treblinka aantrof. Het beeld grijpt je bij de keel: niet alleen door de dartelheid van de herten, maar ook doordat ze zo nadrukkelijk het symbool lopen te zijn van onschuld en kwetsbaarheid. En dat wordt nog sterker als je leest dat Walt Disney’s klassieker Bambi werd gemaakt in 1942, hetzelfde jaar waarin (bijvoorbeeld) de Wannsee-conferentie plaatsvond waarbij de Endlösung werd gepresenteerd. En juist doordat de hertjes óók nadrukkelijk aan kitsch refereren, besef je dat Balka je zwaar in zijn greep heeft.

Door de onnadrukkelijke presentatie van Fragment (pas aan het einde besef je dat de tentoonstelling nauwelijks kleur bevat), doordat Balka de kijker niet met gruwelen om de oren slaat maar je het gevoel geeft dat je de diepere verbanden zelf hebt kunnen ontdekken (met een beetje hulp van buitenaf) blijf je achter met een intens gevoel van beklemming. Deze films zijn niet het verleden. Ze tonen het nu.