Dump die kinderen niet altijd bij oma

Mogen werkende ouders verlangen dat hun ouders tijdens werkdagen op de kinderen passen? Of moet dat initiatief van de grootouders zelf uitgaan? Ik ken geen grootouders die moeilijk doen over een keertje oppassen als hun (schoon)kinderen samen een weekeindje weg willen, als er een crisissituatie is of wanneer ze geen andere oppas kunnen vinden voor een avondje uit. Maar kunnen jonge ouders aan grootouders vragen om de crèche te vervangen?

Vanaf het moment dat het verschijnsel crèche zijn intrede in Nederland deed, is er discussie over de openings- en sluitingstijden, de laagopgeleide leidsters, de hoeveelheid kinderen per groep en de kosten. Crèches zijn ondanks subsidies duurder geworden en de groepen kinderen zijn gegroeid. Daarom zoeken steeds meer ouders naar een andere oplossing om hun kind(eren) onder te brengen.

Ik ken geen grootouders die niet intens vertederd zijn over hun kleinkinderen. Maar ik ken wel een groeiend aantal grootouders die het als een probleem ervaren om twee of drie keer in de week het waarnemend ouderschap op zich te moeten nemen. De vanzelfsprekendheid waarmee hun kinderen dit hebben gevraagd, maakte weigering moeilijk.

En ja, als ze dan toch oppassen in het huis van hun kinderen, kunnen ze misschien ook een beetje opruimen, strijken of boodschappen doen?

Er zijn grootouders die dit alles met plezier doen. Ze hebben weer een doel in hun leven en maken hun kleinkinderen maximaal mee. Maar het merendeel van de grootouders wil zo’n vaste aanstelling niet, blijkt steeds weer uit allerlei gesprekken en enquêtes. En als ze het doen, dan is dat vaak omdat ze geen ‘nee’ durven zeggen, want: „Het zijn toch de ouders van je kleinkinderen.”

Sommige grootouders die op vaste dagen op hun kleinkinderen passen, laten zich daarvoor betalen, want dat is met een wat karig pensioen mooi meegenomen. Maar dan ontstaat er doorgaans wel een meer zakelijke verhouding ten aanzien van het takenpakket dat ouders menen te kunnen eisen.

Vooral oma’s vinden het vaste oppassen vaak lichamelijk zwaar en geestelijk vermoeiend. Temeer omdat de generatie onder hen vaak andere denkbeelden heeft over opvoeden. Dat kan wrijvingen geven. Bovendien ben je niet meer vrij om te gaan en te staan waar je wilt. Sommige grootouders zijn ook boos over de dwang die de ouders van hun kleinkind(eren) uitoefenen.

Oppassen op kleinkinderen? Waarom lezen we nooit iets over het feit dat je grootouders een eigen leven moet gunnen. Egoïsme? We hebben toen wij jonge ouders waren iedere cent moeten omdraaien. Onze kinderen leven nu in een weelde die wij ons toen niet eens konden voorstellen. De huidige generatie krijgt veel later kinderen, en dan moet het leven een feest blijven, want daar zijn ze aan gewend. Het patroon van werken, uitgaan en vrijheid willen ze niet loslaten. We gunnen ze hun eigen leven. Maar laten zij dan op hun beurt ons een eigen, vrij leven gunnen.

Grootouders nemen ook vaak de naschoolse opvang op zich. Komen de ouders dan aan het eind van de werkdag hun kinderen halen, dan vinden sommigen van hen het wel ‘erg prettig’ wanneer oma voor iedereen een warme maaltijd heeft.

Tijdens het eten worden de grootouders dan geconfronteerd met de opvoedingsperikelen en problemen in de gezinnen van hun kinderen. Daar hebben ze lang niet altijd zin in. „We hebben genoeg zorgen over onze kinderen gehad, willen dat niet opnieuw beleven met onze kleinkinderen. Maar we durven dat niet te zeggen omdat we bang zijn dat onze kinderen en kleinkinderen zich dan afgewezen voelen”, aldus een opa.

Grootouders van nu omhelzen hun vrijheid, het feit dat zij kunnen gaan en staan waar zij willen, dat ze in een nog goede gezondheid van alles kunnen doen waar zij tijdens hun werkzame leven niet aan toe kwamen. Dat leidt soms tot de zuchtende opmerkingen van hun kinderen in de trant van: „Ze willen wel oppassen, maar ze zijn er nooit.”

Er is nog een ander, overtuigender argument om grootouders niet in een vaste zorgrol te duwen. Als grootouders voornamelijk met de zorg en opvoeding van kleinkinderen bezig moeten zijn, zijn ze niet langer speciaal. De essentie van het grootouderschap is de vrijheid om je kleinkinderen te verwennen, een knusse, rustige omgeving aan te bieden, geduld te hebben, mooie verhalen te vertellen en speciale dingen met ze doen. De lasten voor de ouders, de lusten voor de grootouders.

En ja, de meeste grootouders zien hun kleinkinderen heel graag komen, maar ook weer graag gaan. Een luxe die je als grootouders moet waarderen, en als ouders moet respecteren.

Heleen Crul is publiciste (en oma). Ze schreef onder meer het boek Tussen de generaties. De nieuwe grootouders.