Duik niet onbezonnen in een oorlog met IS

IS moet bestreden worden maar we hebben daar geen bondgenoten. Zonder strategie krijgen wij er iets ergers voor in de plaats, schrijven Haroon Sheikh en Frank Botman.

Onlangs plaatste Islamic State (IS) Flames of War op YouTube, een oorlogsverklaring aan Amerika in het format van een actiefilmtrailer. Coming soon, eindigde dit vijftig seconde durende filmpje. Radicale islamitische bewegingen zijn onderdeel van ons mediatijdperk. Het is een vergissing te denken dat het primitieve traditionele organisaties zijn die losstaan van de moderne wereld. Al-Qaida’s terroristische aanval op de Twin Towers volgde het script van de Hollywoodrampenfilm uit de jaren negentig. IS voert een pr-campagne op YouTube, het mediaplatform van onze tijd.

Belangrijke strijders van deze organisaties komen niet uit achtergestelde gebieden, maar hebben een moderne achtergrond. Veel Al-Qaida-leiders, zoals Osama bin Laden en Ayman al-Zawahiri, komen uit de rijke ‘Leninistische’ intelligentsia. IS heeft prominente rekruten uit de straatbendes van het Westen. Twee belangrijke figuren, waaronder de vermoedelijke dader in de onthoofdingsvideo’s, hebben een verleden als rapper. Net als in de sociale media, maakt de dader het met veel symboliek en show persoonlijk door de Amerikaanse president direct aan te spreken. Wij burgers in het Westen worden ook persoonlijk aangesproken, want zijn Londens accent voedt de angst dat mensen als hij zich gewoon onder ons bevinden.

Dit soort beelden kan tegenwoordig direct wereldwijd verspreid worden. Ze vervullen de kijker met afschuw en roepen daarom onmiddellijke reactie op. Het zet beleidsmakers aan tot actie, zoals onze ministerraad, die gistermiddag besloot om zes Nederlandse F 16 straaljagers in te zetten tegen IS. Alhoewel IS zeker bestreden moet worden, mogen impulsiviteit en emotie ons niet blind maken voor de complexiteit daarvan. Het is misschien moeilijk voor te stellen, maar er zou iets ergers voor in de plaats kunnen komen.

Het Westen, onder leiding van de Amerikanen, heeft geen interesse in een landoffensief. In plaats daarvan levert het luchtaanvallen die door regionale strijdmachten op de grond aangevuld moeten worden. Dat klinkt plausibel, maar hoe dat moet gebeuren is allerminst duidelijk. De keuze voor een regionale partner die als onze plaatsvervanger moet dienen, opent een gevaarlijk schaakspel.

Een lokale partner waar wij veel over horen, zijn de Koerden in Noord-Irak en hun befaamde peshmerga-leger. Maar er is een reden dat zij tot nu toe voorzichtig zijn geweest in het bestrijden van IS. Koerdistan heeft al lang een conflict met de sjiitische regering in Bagdad over regelgeving en energie en wil graag meer autonomie. Het bewapenen en trainen van de Koerden kan later het conflict met de centrale regering vergroten. En al hebben de Koerden van Irak een goede relatie met Turkije, dat land is wel bevreesd dat het conflict met de eigen Koerdische separatistenpartij, de PKK, hierdoor gevoed wordt.

Een tweede potentiële partner is het sji’itische kamp. Het leger van de regering in Bagdad is in slechte conditie, maar hun bondgenoten in Iran hebben de capaciteit en motivatie om IS te bestrijden. Iran is bovendien bezig met een toenadering tot de VS. Maar de lokale soennieten in het Irakese gebied waar IS nu de dienst uitmaakt, verwelkomden de groep omdat zij zich onderdrukt voelden door de sji’ieten. Een sji’itische invasie zal deze bevolking enkel verder alarmeren. Bovendien zijn de betrekkingen tussen Iran en de VS ook nog niet voldoende verbeterd om dit toe te staan. De VS verzet zich dan ook tegen een toetreding van Iran tot de coalitie tegen IS, omdat Iran daar te veel invloed van zou krijgen en de Amerikaanse bondgenoot Saoedi-Arabië in het harnas gejaagd zou worden.

Dan hebben we ook nog de anti-Assad rebellen in Syrië als potentiële partner, die bovendien al langer door het Westen worden gesteund. Deze groepen zijn echter erg verdeeld en het is de vraag hoe capabel ze zijn. Nog belangrijker is het feit dat Assad hun primaire vijand is. Het is in hun belang om de hulp die ze zouden krijgen tegen Assad in te zetten in plaats van tegen IS, waartegen zijn bondgenoten in Bagdad en Iran zich weer zullen verzetten.

Een pact met Assad dan? Dit is de meest capabele partij om IS in Syrië te bestrijden. Maar dat is politiek bijzonder problematisch voor het Westen, dat zijn regime al jaren als illegitiem bestempelt. Het zal bovendien de Syrische rebellen van ons vervreemden, evenals de Turken die zich tegen Assad hebben gekeerd.

Andere regionale machten als Saoedi-Arabië, Egypte of Israël zijn ook politiek of militair onhaalbare bondgenoten om IS met een grondoffensief terug te dringen.

Een simpele aanpak wordt door allerlei regionale belangen onmogelijk gemaakt. Als het Westen zelf geen land wil bezetten, is het onhelder met welke lokale partij en in wat voor raamwerk tot een oplossing gekomen kan worden.

De paradoxale situatie is dat er voldoende militaire capaciteit is om IS te bestrijden, maar dat diplomatiek gezien die capaciteit niet eenvoudig benut kan worden zonder tot regionale conflicten te leiden. Alleen met een strategisch plan dat rekenschap geeft van de complexe relaties in het Midden-Oosten, kunnen wij tot een oplossing komen.

Het gevaar dreigt dat wij uit impuls en emotie zonder strategie tot handelen over gaan en daarmee andere onvoorziene effecten in gang zetten. Dat dreigt ook in het conflict tussen het westen en Rusland over Oekraïne.

Gebrek aan strategie veroorzaakte IS. Uit afschuw voor Assads beleid, steunden wij de oppositie in Syrië zonder zelf in het conflict betrokken te willen raken of een plan te hebben over hoe Assad te vervangen. Uit de chaos in het land is een groter monster, IS, opgekomen en is het conflict de grens met Irak overgestoken.

IS moet gestopt worden en het is goed dat Nederland daaraan wil bijdragen. Maar de kracht van mediabeelden kan leiden tot impulsief gedrag met onvoorziene gevolgen. Alhoewel dat nu moeilijk voor te stellen is, kan het brengen van wapens naar het middelpunt van het Midden-Oosten zonder strategische visie een groter probleem veroorzaken, als de strijd zich over meer grenzen verspreidt en in een regionaal conflict verandert.