Drankliefhebbers voelen keel minder branden dankzij hun DNA

Houdt u van sterke drank of bier, of gruwt u juist van alcoholische dranken? De basis daarvoor ligt waarschijnlijk in kleine genetische verschillen in bitter- en pijnreceptoren in de smaakpapillen op de tong. Dat schrijft een team van Amerikaanse en Australische wetenschappers in het oktobernummer van het blad Alcoholism: Clinical & Experimental Research.

De onderzoekers bepaalden van 93 vrijwilligers de DNA-volgorde van de genen voor twee bitterreceptoren (TAS2R13 en TAS2R38) en die van het gen voor de pijnreceptor TRPV1. Ze zochten naar kleine variaties in de erfelijke code die van invloed zijn op hoe sterk de receptor reageert. Van de bitterreceptoren was in eerdere onderzoeken al vastgesteld dat bepaalde varianten samenhangen met de hoeveelheid alcohol die iemand drinkt. De kans om bijvoorbeeld bierliefhebber te worden is groter bij mensen met relatief ongevoelige bitterreceptoren.

Variaties in de pijnreceptor TRPV1 blijken nu ook van invloed. TRPV1 werd ooit ontdekt als de receptor die gevoelig is voor capsaïcine (de scherpe stof in Spaanse pepers) maar bleek later allerlei pijnprikkels te kunnen overbrengen. Inclusief – zo blijkt nu – het branderige gevoel dat sterke drank in de keel en mond kan geven.

Maar, schrijven de onderzoekers, genetische invloed is niet allesbepalend in de voorkeur voor alcoholische dranken, want zoals altijd bij smaakvoorkeuren: gewenning speelt ook een rol. Bovendien maskeert de zoete smaak van veel alcoholische dranken de bittere nasmaak, waardoor mensen het toch lekker vinden.

Bij het ontstaan van alcoholverslaving speelt genetische aanleg ook een rol, maar het is de vraag of deze genetische verschillen in smaakvoorkeur daarbij doorslaggevend zijn.