De zaak Kreuk versus Danh Vo

Interview Bert Kreuk De Nederlandse verzamelaar Bert Kreuk heeft de populaire kunstenaar Danh Vo aangeklaagd wegens het niet nakomen van afspraken. De kunstwereld is harder en commerciëler geworden, zegt Kreuk. „Het verandert in een piramidespel.”

Hij weet nog precies wanneer hij het werk van kunstenaar Danh Vo voor het eerst zag: vier jaar geleden op een kunstbeurs. Vo toonde daar een van zijn Gold Gilded Boxes: een kartonnen doos bekleed met bladgoud. „Vanaf dat moment ben ik hem gaan volgen”, zegt kunstverzamelaar Bert Kreuk. „Ik was gegrepen door zijn levensverhaal. En ik vond het mooi hoe hij zijn culturele achtergrond in zijn kunst verwerkte. Dat concept, in combinatie met de gebruikte materialen, had ik nog niet eerder gezien. Dus heb ik zijn Duitse galerie benaderd, Buchholz, en een van Vo’s dozen gekocht. Hij was toen nog niet zo razend populair als nu. Ik vond het leuk dat ik hem zo vroeg ontdekt had.”

Danh Vo ontvluchtte als vierjarig kind zijn geboorteland Vietnam op een bootje dat zijn vader zelf had gebouwd. Ze waren op weg naar het beloofde land, de Verenigde Staten. Maar een Deens vrachtschip pikte hen op, en zo kwam de familie in Denemarken terecht. Dat bladgoud, weet Kreuk, heeft een relatie met zijn jeugd in Vietnam, waar de boeddhabeelden ook bedekt zijn met goud. „En het verwijst naar het streven van Vo’s vader om de betere wereld te vinden, het goud aan de horizon. Een mooi idee. Ik vind Vo nog steeds een goede kunstenaar.”

Kreuk zegt het met een lichte twijfeling, want inmiddels is de Nederlandse verzamelaar met Vo verwikkeld in een rechtszaak die veel stof heeft doen opwaaien in de internationale kunstwereld. Kreuk eist een schadevergoeding van 898.000 euro omdat de kunstenaar volgens hem afspraken niet is nagekomen. Volgens Kreuk zou Vo in de zomer van 2013 een grote installatie maken voor de tentoonstelling Grensverleggend – werken uit de Collectie Bert Kreuk in het Gemeentemuseum Den Haag. Een werk in opdracht dus, dat Kreuk voor 350.000 dollar zou aankopen voor zijn collectie. Maar het beloofde werk werd nooit geleverd, zegt Kreuk. Nu moet hij een gelijkwaardig werk op de vrije markt kopen, en is hij veel meer kwijt. Vandaar de negen ton schadevergoeding.

Maar de kunstenaar en zijn Berlijnse galeriehoudster Isabella Bortolozzi, die ook door Kreuk wordt aangeklaagd, ontkennen dat er afspraken zijn gemaakt voor zo’n nieuwe installatie. Vo heeft wel degelijk een werk beschikbaar gesteld voor de expositie en in bruikleen gegeven aan het Gemeentemuseum. Maar niet de „ruimtevullende” installatie die Kreuk voor ogen had. Over een aankoop was volgens Vo nooit onderhandeld, laat staan over een concrete aankoopprijs.

Het draait om de vraag: mag je als verzamelaar over je eigendom beslissen?

Uit het tussenvonnis, uitgesproken in de Rotterdamse rechtbank op 23 juli, blijkt dat er volgens de rechter wel degelijk sprake was van een overeenkomst tot het maken van een nieuw werk. „Uit correspondentie blijkt dat de kunstenaar zich in ieder geval op enig moment heeft gecommitteerd aan het exposeren van werk in het Gemeentemuseum, en dat daartoe nieuw werk zou worden gemaakt.” Kreuk moet nu bewijzen dat hij dat werk na de expositie zou mogen kopen. „Indien het gevraagde bewijs geleverd wordt, ligt toewijzing van de vordering tot nakoming in de rede”, aldus het tussenvonnis.

„Het is geen gemakkelijke beslissing geweest om een kunstenaar voor de rechter te dagen”, zegt Kreuk, op bezoek in Nederland. „Je weet dat je dan de kunstwereld over je heen krijgt. In de twintig jaar dat ik kunst verzamel, is dit de eerste keer dat ik zo’n procedure start.” Om het geld is het hem niet primair te doen, zegt de verzamelaar. „Ik schenk ook veel kunst aan musea. Ik eis in de eerste plaats nakoming van de afspraak.”

Want wat is er nu precies afgesproken tussen de kunstenaar en de kunstverzamelaar, toen zij elkaar op dinsdag 8 en woensdag 9 januari 2013 voor het eerst ontmoetten? Volgens Kreuk heeft hij Danh Vo en diens galeriehoudster van Schiphol gehaald en hebben ze ’s avonds in een Rotterdams restaurant gegeten. De directeur en de hoofdconservator van het Gemeentemuseum waren daarbij aanwezig. Kreuk: „De dag erna zijn we naar het museum gegaan. Omdat Vo de spil zou worden van mijn tentoonstelling, mocht hij kiezen welke zaal hij wilde. Vo koos voor de centrale ruimte, zaal 38, omdat het daglicht daar zo mooi het goud in zijn installatie zou weerkaatsen.”

Voor zijn werk We the People maakt Danh Vo delen van het Vrijheidsbeeld op ware grootte in koper na.Foto Nils Klinger

Volgens Kreuk heeft hij die ochtend ook duidelijk aangegeven van welk werk van Vo hij gecharmeerd was, namelijk de goudkleurige Amerikaanse vlaggen. „De installatie zou uit meerdere dozen en vlaggen moeten bestaan en in ieder geval drie wanden bedekken. We zijn op het bedrag van 350.000 uitgekomen door een eenvoudige rekensom: de prijs van Vo’s individuele stukken, maal drie, met een klein beetje discount. Uiteraard was dat bedrag bestemd voor de aankoop.” De hoofdconservator van het Gemeentemuseum bevestigde die lezing middels een schriftelijke verklaring: „Er is alleen over aankoop gesproken, van een speciaal gemaakte installatie.”

Galeriehoudster Isabella Bortolozzi bevestigde voor de rechtbank dat zij in januari 2013 het Gemeentemuseum heeft bezocht, maar noemde het een bezoek met een „verkennend” karakter. „Kreuk en Vo kenden elkaar niet, en wij kenden het museum en de mensen daar niet.” Over een aankoop is volgens haar niet gesproken. „Daarvoor was het te vroeg. Ook het bedrag komt nergens vandaan.” Vo verklaarde dat er nooit over prijzen is gesproken. „Er is in dat opzicht wat ‘geflirt’, maar er is niet over details gesproken of een overeenkomst bereikt.”

Was het niet slimmer geweest om de afspraak zwart op wit vast te leggen?

„Dat wordt in de kunstwereld zelden gedaan”, reageert Kreuk. „Ik heb bij diezelfde galerie Bortolozzi al mijn werken zonder contracten gekocht. En dat geldt voor 99 procent van de werken in mijn collectie. Ook bij grote galeries als Gagosian heb ik nooit contracten getekend. Je wijst iets aan wat je mooi vindt. Dat wordt weggezet, je krijgt een factuur en die betaal je. Dat is de gebruikelijke gang van zaken.”

U verzamelt nu twintig jaar. Is de kunstwereld commerciëler geworden?

„Ja enorm. In Nederland is mijn ervaring met galeries over het algemeen zeer positief, maar bij de grote internationale galeries zijn de belangen van de galerie groter dan die van de kunstenaar. Jonge verzamelaars worden vaak expres buiten de deur gehouden. Het gaat erom wat je als verzamelaar kunt betekenen voor een galerie. Ben je bereid om een tentoonstelling te financieren, dan krijg jij eerste keus of meer korting. Doe je dat niet, dan word je weer op de wachtlijst gezet. Ik heb verzamelaars bijna huilend zien smeken of ze een stuk mochten kopen. Het is er niet leuker op geworden. Zeg maar gerust onbeschoft. Het is me gebeurd dat ik al had betaald voor stukken, en dat ze ondertussen alweer voor meer verkocht waren aan andere verzamelaars. Maar zelfs toen me dat overkwam, heb ik geen rechtszaak aangespannen.”

Waarom zit deze zaak u zo dwars?

„Ik ben bijna twee jaar met die tentoonstelling bezig geweest. Er waren ook andere kunstenaars die graag hadden geëxposeerd in de ruimte die ik voor Vo gereserveerd had. Tot vlak voor de opening liet Vo me geloven dat het zou lukken. Vo had me, via Bortolozzi, gevraagd hotels te regelen voor vijf dagen installatietijd. Toen dat kunstwerk niet kwam, heb ik daags voor de opening flink moeten schuiven met stukken. Dat heeft me heel wat kopzorgen bezorgd. Waarom heeft Vo me niet gebeld dat hij problemen had, of het niet op tijd af kon krijgen? Dan hadden we het samen kunnen oplossen.”

In de internationale pers wordt u nu een ‘art flipper’ genoemd; iemand die speculeert met kunst. Klopt dat?

„Nee, die term dekt de lading niet. Een collectie is iets heel persoonlijks. Alleen ik weet wat ik ermee voor ogen heb. Ik ben begonnen met het verzamelen van de romantische landschappen van B.C. Koekkoek en van impressionistische schilderijen. Ik wilde het verloop van de moderne kunst laten zien, dat was mijn streven. En zo belandde ik uiteindelijk bij de hedendaagse kunst. Gedurende de twee jaar van voorbereiding voor de tentoonstelling in Den Haag ben ik heel agressief gaan verzamelen. Ik heb toen wel tweehonderd stukken gekocht. Het was echt een ontdekkingsreis. Soms kwam ik tot de conclusie dat ik toch niet het beste werk van die kunstenaar had gekocht, en heb ik dat werk weer verkocht. Maar vrijwel altijd om er beter werk van diezelfde kunstenaar voor terug te kopen. Verkopen is ook onderdeel van het beheren van een collectie, daar ben ik altijd open in geweest. Zo heb ik in het verleden eerdere aankopen van Camille Pissarro verkocht, om te eindigen met een van zijn meesterwerken, een gezicht op Montmartre.”

U heeft kunstwerken bij Sotheby’s laten veilen. Is het geen ongeschreven regel dat je kunstwerken eerst aanbiedt aan de galerie waar je ze gekocht hebt?

„Ja, maar daar heb ik zo mijn bedenkingen over. Ik vind dat dealers die rijkelijk worden beloond voor hun tussenkomst tussen kunstenaar en verzamelaar in principe na verkoop elk recht tot dat kunstwerk verliezen. Want om die vraag draait het: mag jij als verzamelaar over je eigendom beslissen? Natuurlijk, als ik een goede relatie heb met een galerie, bied ik de kunst eerst bij hen aan. Maar het opmerkelijke is dat ze vaak slechts geïnteresseerd zijn in de 5 procent van de werken die inmiddels meer waard zijn geworden. Als jij niet meedoet aan die ongeschreven regels van de kunstwereld, word je dus een art flipper genoemd. En waar praat je nu over? Ik heb in november bij Sotheby’s elf kunstwerken laten veilen.”

Bent u niet bang dat musea en galeries straks niet meer willen samenwerken?

„Samenwerking met een galerie heeft vrijwel uitsluitend een commercieel uitgangspunt, die met musea een artistieke. Dat laatste is veel interessanter; er zijn heel veel musea die werken uit mijn collectie willen tonen. Als galeries niet meer aan mij willen verkopen, is er altijd nog de secundaire markt. Als je de voordeur barricadeert, vind ik wel een zijdeur. Er wordt zoveel kunst doorverkocht. Je wilt niet weten wat er in mijn verzameling zit waarvan de galeries denken dat het nog in bezit is van een andere collectioneur. De markt laat zich niet manipuleren.”

Is kunst voor u een belegging?

„Het is een realiteit dat er veel belegd wordt in kunst. Omdat prijzen zo snel omhooggaan, trekt het speculanten aan. En daar is iedereen bij betrokken: de galeries, de kunstenaars, de collectioneurs. Door de enorm toegenomen belangen zie je de internationale kunstwereld langzamerhand veranderen in een soort piramidespel. Galeries openen wereldwijd en op toplocaties nieuwe afdelingen, die daarna snel moeten worden gevuld met kunst. Populaire series worden heel berekenend opnieuw gemaakt. De beste werken worden soms ook door de galeries zelf vastgehouden, tot ze flink in waarde gestegen zijn. Een paar jaar later worden die werken dan op de secundaire markt verkocht, zonder dat de kunstenaar daar een extra cent van terugziet. Dan gaat zo’n galeriehouder naar een verzamelaar op de wachtlijst en zegt: ik heb nu een mooi stuk in de aanbieding. Alsof dat geen flippen is!

„Wat dat betreft hebben zij boter op hun hoofd. De meeste galeries zitten wel in deze business voor het geld. Ik koop in eerste instantie iets aan omdat ik het mooi vind. Verzamelen is mijn hobby, mijn passie. Ik hoef er niet aan te verdienen.”