Column

De morsige handel van de Staatsoplichterij

De Staatsloterij ligt onder vuur. Waarom moet de overheid eigenlijk aandeelhouder zijn van zo’n malafide club als een loterij, vraagt Christiaan Weijts zich af.

Op het strand legde een jongen van de reddingsbrigade mij een raadsel voor. Als er een kind zoekraakte, kon hij voorspellen welke kant het was opgelopen. Hint: meisjes dwalen vaak af in de richting tegenovergesteld aan die van de jongentjes. Rara, hoe wist hij dat?

Ik gokte: „Jongens lopen stoer, met opgeheven hoofd, tegen de wind in?”

Hij lachte. „Precies omgekeerd. Jongens lopen juist vaker met de wind in de rug. En meisjes tegen de wind in.” Rara waarom. Ik gaf het op, zodat hij triomfantelijk de clou kon plaatsen: „Lang haar.”

Het is zo’n Sherlock-Holmesobservatie die je zelf had kunnen bedenken. Sinds dit gesprekje probeer ik dat ook, in vergelijkbare gevallen. Zo liep ik vanmorgen langs het kantoor van de Staatsloterij, schuin tegenover Paleis Noordeinde. Als de koning zich verveelt. kan hij vanaf zijn balkonraam het spelletje spelen dat ik er speelde: aan bezoekers proberen te zien of ze een grote of een kleine prijs komen innen. Hypothese: kleine winnaars (tot, zeg, vijftien mille) komen breed grijnzend naar buiten, alsof ze net de loterij hebben gewonnen, terwijl de grote winnaars (vijftig mille, een ton, twaalf miljoen) juist timide, ineengedoken de glanzende trappen afsluipen, schichtig als uit een bordeel.

Vanmorgen zag ik alleen kleine winnaars: een uitgelaten groepje van drie jongens met bontkraagjes.

Vijftig passen later liep ik onder de blauw-witte vlag door van de Griekse ambassade. Natuurlijk, daarom zag ik geen grote winnaars! De trekking is in handen van een Grieks bedrijf dat, naar deze week bleek, de uitslag kan manipuleren. Grieken onze staatsloten laten beheren is zoiets als literatoren op een wijnwinkel laten passen. Tot overmaat van ramp heeft het ministerie van Financiën de Staatsloterij ‘per ongeluk’ getipt over een geplande inval van de Kansspelautoriteit.

Dit ministerie verdient, als enige aandeelhouder, jaarlijks honderd miljoen aan deze oplichterij. Merkwaardig, dat de overheid ons aanmoedigt mee te doen aan dit malafide gokspel.

En het zijn altijd de mensen ‘aan de onderkant van de samenleving’ die erin trappen. Juist in de armere buurten regent het kras- en staatsloten bij morsige kioskjes. Juist daar jengelen de fruitmachines in de smoezelige snackbars en cafetaria’s.

Via de Staatsloterij maakt onze overheid misbruik van hun treurige posities. Als aandeelhouder troggelt de overheid ze geld af door ze het droombeeld van een grote vis voor te houden.

Opbrengst: honderd miljoen. Voor zo’n beloning zou ik ook even een waarschuwingstelefoontje plegen.

Totaal de weg kwijt, die aandeelhouder. En hij komt daar fluitend mee weg. Met opgeheven hoofd in de wind.