Brieven

Kleinkinderzorg geen plicht

Graag wil ik reageren op Ik wil later op mijn kleinkinderen passen van Phaedra Werkhoven (NRC, 20 sept.). Misschien behoor ik (51 jaar) tot een minderheid maar mijn moeder (geboren in 1930) heeft tot haar pensioen een betaalde baan gehad en daarnaast met mijn vader een gezin met 4 kinderen gerund. Toen ik zwanger was van mijn eerste kind heb ik mijn ouders gevraagd of ze structureel wilden oppassen. Mijn ouders hebben toen gezegd dat ze na hun pensioen geen vaste verplichting wilden. Ik heb daar alle begrip voor gehad, dit voelde niet als ‘een dolk in mijn hart’. Desalniettemin hebben mijn kinderen een fantastische band opgebouwd met hun grootouders.

De opvang van onze kinderen hebben wij altijd onze eigen verantwoordelijkheid gevonden. Met verbazing heb ik conversaties op het schoolplein aangehoord waarin ouders hun verontwaardiging uitspraken over het feit dat opa en oma een vakantie hadden gepland zonder overleg, nou ja zeg! Oppassen is een vrijwillige keuze, het moet geen bewijs van goed grootouderschap gaan worden. Ik vraag me af hoe Werkhoven na haar pensionering denkt over structureel oppassen. Het zou me niet verbazen als zij na een druk en hectisch werkend bestaan misschien ook kiest voor haar recht op zelfbeschikking, ook als dat betekent dat zij op de golfbaan gaat rondhangen. Het staat haar vrij.

Later worden wij vertroeteld

De meeste opa’s en oma’s passen netjes op de kleinkinderen en zijn daar tevreden mee. Gelukkig staat hun een passende beloning te wachten. In het kader van de participatiemaatschappij worden wij, ouderen, straks liefdevol opgevangen door onze kinderen.

Als de kleinkinderen de deur uit zijn, komen wij binnen. We worden tot onze dood vertroeteld en kunnen hen bijstaan met onze goede raad. Is er een mooiere oude dag te wensen?

Jan Van Gigch

Softbal

Moet Olympisch blijven

Deze zomer was het WK Softbal voor het eerst in Europa, in Nederland. Nederland behaalde een gedeelde 5e plaats. Verder is dit damesteam al drie keer op rij Europees kampioen geworden. Alleen het dames hockeyteam doet het beter. Softbal is wereldwijd een grotere sport dan hockey. Nederland is het enige Europese land bij de top 8 van de wereld. In 2020 zijn de Olympische Spelen in Japan. De voorzitter van het OS heeft al 2 keer in het openbaar gezinspeeld op softbal en honkbal als deelnemers. In Japan behoren ze tot de grootste sporten, ze hoeven niets te bouwen, alles staat er al. Maar softbal dreigt nu haar NOC*NSF A-status subsidie kwijt te raken, terwijl waterpolo en volleybal die veel lager op de wereldranglijst staan, alleen maar meer geld krijgen!

Waarom heeft softbal het zo moeilijk? Ik hoor onder andere: omdat het een kleine sport is, die niet is verankerd in het bedrijfsleven en de overheid. Maar softbal is volkser dan zeilen, roeien en paardensport en golf, die wel de volle aandacht krijgen van de NOS en NOC*NSF. Beweringen, maar ze leven wel. Wat te doen als NOC*NSF? In december valt de beslissing of softbal weer olympisch is. Ik stel voor: beslis in januari 2015 en eis dan een “Plan Japan 2015” van de KNBSB.

Bertus Voortman, Bondsraad KNSBS

Theo Hiddema

Niet rechtvaardig advocaat

De woorden die strafpleiter en advocaat Theo Hiddema in het interview Goed pleiten is pure zelfbevrediging (NRC, 20 sept.) uit, staan haaks op de verantwoordelijkheid van een jurist om rechtvaardigheidsgevoel uit te dragen. Hiddema geeft toe dat er enige schizofrenie komt kijken wanneer hij door een vormfout een zware misdadiger op vrije voeten kan krijgen. Hier raakt hij de schijnbare tegenstelling van menig intellectueel na de Tweede Wereldoorlog, bij de vraag hoe het toch kan zijn dat iemand overdag mensen de gaskamers injaagt en in de avonduren een stukje Schubert op de piano speelt?

Waar zijn gespletenheid, narcisme en een zekere wil tot macht naar geld, status en een Aston Martin leidt, ontwricht Hiddema elk gevoel van rechtvaardigheid en zaagt hij aan de fundamenten van een samenleving. De Hiddema’s van deze wereld doen er goed aan wat Musil, Canetti en Arendt te lezen. Misschien biedt het antwoord op de volgende vraag: hoe zou het zijn wanneer de moordenaar van een dierbare van Hiddema door een andere advocaat wordt vrijgepleit na het constateren van een vormfout, doordat deze collega „het ambachtelijke” laat prevaleren boven de waarheid en daar gewoon „lol” aan beleeft? Elk mens verdient een verdediging maar de maatschappij verdient ook de waarheid. Narcistische advocaten beïnvloeden Vrouwe Justitia niet bepaald op een verantwoorde wijze door moordenaars of zedendelinquenten weer direct hun vrijheid te geven op basis van een administratieve onvolkomenheid. Tast deze “schizofrenie” misschien het autonome denken aan die de rechterlijke macht bij uitstek als basis dient te nemen?

Stephan Peters

Vrouwelijke lustpil

Idee is echt geëmancipeerd

De achterliggende gedachte achter ‘de lustpil voor vrouwen’ is geëmancipeerder dan Myra Bosman (NRC, 23 september) schrijft. De wetenschappers vroegen zich af waarom er een Viagrapil voor mannen op de markt was, en voor vrouwen helemaal niets. Bosman schrijft dat ‘de makers van een lustpil voor vrouwen inspelen op het feit dat als seks niet goed is, er wel iets mis met je zult zijn’. Zo is het niet. De vrouw is geen patiënt maar iemand die net zoveel recht op seks heeft als een man. Mannen en vrouwen zitten niet vast aan de notie dat seks hoort in een relatie zoals Bosman beweert. Het verrijkende in een relatie, die diepgaande gevoelens die seks met zich meebrengt, gun je iedereen. Het is een krachtig middel om elkaar lief te hebben. De hartstocht is groter dan bij een kopje thee. Plezierpil zou al beter klinken. Daarin schuilt niet het gevaar dat seks moet. Voor plezier kies jezelf op een moment dat jij daar zin in hebt. Alsjeblieft geen debat over al de facetten van seks. Dat hebben we in de jaren zeventig allemaal gehad. Bosman schrijft tenslotte dat we soms, vrouw of man, liever schilderen. Veel schilders hebben inspiratie geput uit motieven die betrekking hebben op seks.

Cora Duin

Moslimse herenliefde

Imamdiscussie blijft echt uit

Opnieuw ben ik aangenaam verrast door het prachtige, literaire essay van Mohammed Benzakour (NRC, 20 sept.) Spitsvondig hoe hij van zichzelf object en tegelijk subject maakt en hier net zolang mee goochelt tot het lijkt alsof Yessin en de koning van de herenliefde zijn. Ik vroeg me alleen twee dingen af: Hoe ziet Benzakour de discussie tussen imams en moslimhomo’s tot stand komen, zolang alle ogen gericht zijn op ISIS, jihadisten en Wilders? Heeft Benzakour in zijn lezing ook de vrouwenliefde in ogenschouw gehad of bestaat in zijn ogen de moslimlesbienne niet?

R. Vermeend