Betalen? Even met je arm zwaaien

Vandaag krijgen tien mensen een chip in hun arm op de IT Innovation Day in Amersfoort. Waarom? Kun je er al je voordeur mee openmaken, of er in de supermarkt mee betalen? Bijna.

De handen van Amal Graafstra, die in iedere hand een chip heeft waarmee hij zijn deur kan openmaken.

Nee, het doet geen pijn, en nee, de AIVD kan mij niet tracken via de chip, zegt professioneel lifehacker Martijn Aslander. Sinds hij in juli een microchip in zijn arm liet implanteren, heeft hij deze misverstanden vaak moeten rechtzetten. Het stukje technologie in zijn pols is een NFC-chip (near field communication), waarmee je bijvoorbeeld ook je OV-chipkaart oplaadt. Naast Aslander zullen tien vrijwilligers vandaag in Amersfroort, op IT Innovation Day, ook zo’n chip geïmplanteerd krijgen. Het chippen wordt gedaan door een professioneel piercer die de chip net onder de huid plaatst.

De chips zijn ontwikkeld door Dangerous Things, het bedrijf van de Amerikaanse technoloog Amal Graafstra. Zelf liet hij zijn eerste chip al zetten in 2005. Omdat hij interesse had in biohacking – het hacken en verbeteren van het lichaam – maar vooral omdat het hem praktisch leek. „Ik sleepte destijds een enorme sleutelbos mee, erg onhandig. Dus toen ben ik gaan nadenken over een oplossing. Uiteindelijk kwam ik uit bij de RFID-microchip (radio frequency identification), gebruikt om bijvoorbeeld huisdieren mee te chippen.” Inmiddels gebruikt Graafstra zijn eerste chip om zijn huisdeur te openen, in te loggen op zijn computer en zijn motor te starten. Daarnaast heeft hij een tweede implantaat laten zetten: de door zijn eigen bedrijf ontwikkelde xNT chip, met ingebouwde NFC-technologie. Als hij zijn hand met de chip langs een Android- of Windows smartphone haalt, verzendt hij automatisch zijn digitale visitekaartje.

Straks zo betalen bij de Appie

Aslander kan zijn chip momenteel nog nergens voor gebruiken, maar verwacht binnen een paar maanden ook de nodige deuren en telefoons te kunnen ontgrendelen. „Ik vind het interessant te zien welke mogelijkheden er zijn, maar heb zelf geen technische achtergrond. Dus de chip zit er alvast in, en dan hoop ik dat er techneuten zijn die mij verder op weg helpen. Zo verwacht ik binnen een half jaar mobiel te kunnen betalen met mijn chip bij AH To Go of op Schiphol.”

Die techneuten waarover Aslander het heeft, zijn ook wel bekend als grinders, een community van gedreven doe-het-zelvers. In Nederland een club in opkomst. Graafstra: „Dan moet je denken aan zo’n vijfentwintig gasten die in hun garage allerlei nieuwe toepassingen bedenken en vervolgens testen.”

Aslander is vooral benieuwd welke vraagstukken zijn chip opwerpt. „Iemand vroeg me: hoe weet je nou zeker dat je de programmeur van je chip kunt vertrouwen? Inderdaad, dat weet je niet. Maar waarom maken we ons daar wel zorgen over, en niet over de chips in onze telefoons?”

Professor Wouter Serdijn, hoofd van de sectie Bioelectronics van de TU Delft, denkt niet dat een chip implanteren afdoet aan onze veiligheid. Al ligt het er wel aan waarvoor de chip dient. „Het is behoorlijk ingewikkeld om als crimineel zo’n chip in handen te krijgen – je moet er een hand voor afhakken, bij wijze van spreken – dus tenzij de chip bijvoorbeeld toegang geeft tot het Witte Huis, of je kunt er gigantische bedragen mee pinnen, lijkt het me niet aannemelijk.”

En Tom Cruise dan?

Hoe zit het met de privacy? Zowel Aslander als Graafstra krijgt hier vaak vragen over. Graafstra: „Dat snap ik wel, de meeste mensen kennen geïmplanteerde technologie toch vooral van Hollywoodfilms – Tom Cruise die door een kwaadaardige overheid wordt getraceerd. Maar zo werkt deze technologie niet: de chiplezer krijgt alleen informatie als de chip er heel dichtbij is. Dus stel: de overheid bouwt een heel smal poortje waar ik als burger gedwongen doorheen moet lopen, dan zou het kunnen. Maar waarom al die moeite doen? Via onze creditcardgegevens en telefoondata kunnen ze volgen waar we zijn op elk moment.”

Nu je arm nog opladen

Graafstra heeft besloten geen nieuwe implantaten te nemen, totdat er een manier wordt gevonden om deze langdurig van stroom te voorzien. „Het grootste probleem is energie: we moeten een energiebron uitvinden die klein genoeg is voor implantatie, maar wel langdurig – minimaal dertig jaar – meegaat. Dan vind ik het rendabel genoeg om iets in mijn lichaam te planten.”