Anonieme materialisten

Je zou het een trendje kunnen noemen. Vorig jaar werd in het Fridericianum in Kassel de tentoonstelling Speculations on Anonymous Materials gehouden, met werk van ruim twintig internationale kunstenaars, allemaal rond de dertig, die in hun werk een opmerkelijke omgang tonen met hun materiaal. Niet alleen zijn hun beelden of installaties min of meer abstract, hun materiaal bestaat vaak uit ‘anonieme’ prefab materialen die ze op onverwachte, associatieve manieren combineren. Ineens krijgen materialen als een gedroogde sinaasappel, een liter Fristi, een plastic buis of een waterverstuiver een andere betekenis – maar welke laat zich niet zo makkelijk bepalen. Lastig werk is het vaak, ongrijpbaar, maar ook intrigerend.

Nu duikt deze ontwikkeling ook op tijdens de seizoensopening in de Amsterdamse galeries. Op een groepstentoonstelling bij Fons Welters is onder anderen werk van Olga Balema, Saskia Noor van Imhoff en David Jablonowski te zien en Galerie Martin van Zomeren heeft een solo van Anne de Vries. Hoe verschillend het werk van deze kunstenaars ook is (zo is Van Imhoff poëtischer, De Vries banaler), bijna al deze installaties zijn opgebouwd uit ‘anonieme’ materialen die je bekend voorkomen, en die als collages zijn gecombineerd tot... nou ja, wat eigenlijk? Abstracte beelden, zeker, tamelijk minimalistisch ook, maar doordat de materialen meteen allerlei associaties oproepen met dingen uit de wereld van alledag, ontstaat er ook een ongemakkelijke relatie met de bestaande wereld. Veel houvast krijg je verder niet en voor de traditioneel ingestelde kunstkijker is het ook nog eens verwarrend dat deze kunstenaars opvallend weinig aan de kunstgeschiedenis refereren – natuurlijk, er zitten links naar abstractie en minimalisme in dit werk, maar vooral De Vries, Balema en Van Imhoff lijken eerder een soort omgekeerde alchemie te bedrijven: ze scheppen geen goud, maar weten de suggestie te wekken dat de wereld ooit een coherent geheel was, die je nu voor je ogen in de meest banale materialen uit elkaar ziet vallen. Mooi is het niet, maar die spanning tussen scheppen en deconstrueren is wel wringend en prikkelend – genoeg om deze ‘generatie’ (als het er al een is) goed in de gaten te houden.