Ze mochten het wapen niet hebben, maar wel gebruiken

Er was sprake van noodweer toen juweliersvrouw Marina beide overvallers doodschoot. Maar ze schoot met een verboden vuurwapen, die van haar man. Wringt dat niet?

De forensische tent bij het pand van juwelier Goldies in Deurne, waar de overval met fatale afloop plaatsvond. Foto ANP

„Wij zijn niet over één nacht ijs gegaan”, zegt hoofdofficier van justitie Bart Nieuwenhuizen over het besluit om juweliersvrouw Marina niet te vervolgen wegens het doodschieten van twee overvallers in haar winkel in het Oost-Brabantse Deurne. Haar man Willy wordt overigens wél vervolgd, voor verboden wapenbezit.

Na zijn eerste verzuchting, een dag na de overval, dat het vermoedelijk om noodweer was gegaan, besloot Nieuwenhuizen om ook het „onafhankelijke” oordeel van andere officieren van justitie te vragen en dat van rechtssociologen en hoogleraren die zijn gespecialiseerd in het begrip noodweer. Nieuwenhuizen: „Ik ben vrij snel geweest met mijn voorlopige oordeel. Wat ik niet wilde, is dat een van mijn officieren in een zaak er alleen maar op uit zou zijn mijn voorlopig oordeel te bevestigen.”

Teleurstellend zo zonder rechter

Unaniem oordeelden de adviseurs dat er inderdaad sprake was van noodweer. Eén rechtssocioloog vond dat dit oordeel wel aan een rechter moest worden voorgelegd. Net zoals de advocaat van de nabestaanden van een overvaller gisteren zei dat het „teleurstellend” was dat er geen rechter aan te pas komt. Tegen het besluit van het Openbaar Ministerie kunnen zij bezwaar maken bij het Gerechtshof. Nieuwenhuizen: „Als er sprake is van noodweer, heeft het Openbaar Ministerie de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid de zaak daarmee af te doen. In dit geval is dat een zware beslissing, want er zijn wel twee jonge levens te betreuren. Je kunt bovendien redeneren: is het maatschappelijk belang in deze zaak niet zo groot dat je toch wel naar de rechter moet gaan? Daarvan zeggen wij: wij erkennen het belang van een openbare rechtszitting voor nabestaanden. Maar dat belang is te licht. In die zittingszaal zal er niets anders of meer gebeuren dan wij in een openbare persconferentie kunnen brengen. De officier zal ontslag van rechtsvervolging eisen en de advocaat van de verdachte zal zeggen: helemaal mee eens, zo maar doen. Binnen twee minuten kan zo’n zaak gedaan zijn. Daar komt nog bij de psychische toestand van de juweliersvrouw. Zij is al eerder overvallen en zij heeft daarbij een posttraumatische stress-stoornis opgelopen. Deze overval heeft deze stoornis versterkt. De gang naar een openbare zitting zou voor haar een te zware psychische belasting zijn.”

De reconstructie van de overval in Deurne, die 71 seconden duurde, heeft aan het licht gebracht dat juweliersvrouw Marina in het kantoortje, gescheiden door een zeer dun wandje van de winkel, op monitoren zag dat haar man Willy werd aangevallen door twee overvallers. Zij pakte een vuurwapen, enkele jaren geleden door Willy illegaal aangeschaft na een vorige overval. Toen de jongste van de twee overvallers het kantoortje trachtte binnen te dringen, heeft zij de deur tegengehouden en door een kier met het vuurwapen geschoten. De kogel doorboorde diens hart. De overvaller trok zich terug, heeft nog door de winkel gelopen en is toen overleden. Marina opende de deur naar de winkel en zag vervolgens haar man in hevig gevecht verwikkeld met de tweede, gewapende overvaller. Zij deed de deur dicht en heeft volgens justitie „in blinde paniek” door de deur heen geschoten en daarbij haar eigen man in de hand verwond en de tweede overvaller gedood met een schot door de longen.

Het ging om een verboden wapen

Wat precies maakt dat Marina zich bij deze dubbele doodslag kan beroepen op noodweer? Wringt het niet dat de juwelier enerzijds verboden wapenbezit wordt verweten, maar dat zijn vrouw anderzijds dat wapen wel mocht gebruiken om twee mensen neer te schieten? „Dat wringt”, zegt hoofdofficier Nieuwenhuizen. „Maar verboden wapenbezit staat sinds 1983 los van het recht op zelfverdediging.”

Dat Marina zich moest verdedigen, is volgens Nieuwenhuizen een uitgemaakte zaak. „Kijk, stel dat de vrouw alleen in dat kantoortje was geweest en dat kantoortje had een achterdeur gehad. Dan hadden wij geredeneerd: je had niet hoeven schieten, je had kunnen vluchten, je hebt een verkeerde keuze gemaakt. Dan was het geen noodweer geweest. Maar het kantoortje had geen achterdeur, en haar man had hulp nodig bij zijn verdediging, die kon zij niet alleenlaten. Wat de vrouw deed, was in dit geval proportioneel.”