Wereld wil ontbossing stoppen, maar Brazilië doet nog niet mee

In New York werden weer grote woorden gesproken over het gevaar van opwarming van de aarde.

Op het Christusbeeld in Rio de Janeiro is een tekst geprojecteerd over de ‘klimaatmars’ op 21 september, voorafgaand aan de top in New York Foto’s AP

Op de dag dat de VS bombardementen uitvoerden in Syrië, noemde president Obama klimaatverandering „het onderwerp dat de contouren van deze eeuw dramatischer zal tekenen dan welk ander onderwerp ook”. Tijdens de grote klimaattop in New York, georganiseerd op verzoek van VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon, zei Obama dat „het klimaat sneller verandert dan onze pogingen om er iets tegen te doen”.

Obama was niet de enige die gisteren mooie woorden sprak. Ban Ki-moon had eerder de deelnemers aan de top, onder wie meer dan 120 staats-en regeringsleiders, opgeroepen „de wereld op een nieuwe koers te zetten”. Klimaatverandering, zei Ban, „bepaalt het heden en onze antwoord erop zal onze toekomst bepalen”.

Dat antwoord bleef gisteren vaag. De concreetste belofte ging over de bestrijding van ontbossing. Dertig landen ondertekenden de ‘New York verklaring over bossen’, waarin staat het verlies aan bos in 2020 moet zijn gehalveerd en vanaf 2030 volledig moet zijn gestopt. Dat scheelt jaarlijks net zo veel broeikasgassen als wanneer wereldwijd alle auto’s van de straat worden gehaald.

Verschillende landen hebben geld toegezegd om ontbossing te voorkomen. Zo betaalt Noorwegen, een van de initiators van dit thema, de komende jaren 300 miljoen dollar (ruim 230 miljon euro) aan Peru en 150 miljoen aan Liberia om houtkap te voorkomen (en tegelijk eigen uitstoot van broeikasgassen af te kopen). In totaal hebben de dertig landen die het akkoord steunen een miljard dollar beloofd. Ook multinationals als Unilever en Nestlé hebben hun handtekening gezet. Als grootgebruikers van palmolie is hun steun van groot belang. Want veel bossen worden gekapt om plaats te maken voor palmolieplantages.

Probleem is wel dat Brazilië, het land met het grootste areaal aan tropisch regenwoud, de New York-verklaring niet ondertekent. De Braziliaanse regering is verbolgen dat ze niet bij de onderhandelingen betrokken is geweest en vreest dat het akkoord in strijd is met de wat ruimhartiger kapmogelijkheden van de nationale wetgeving. Gehoopt wordt dat Brazilië in een later stadium alsnog aanschuift.

Met de bijeenkomst in New York wilde Ban momentum creëren voor de klimaatonderhandelingen die eind volgend jaar in Parijs moeten leiden tot een nieuw akkoord. Toen hij vorig jaar met zijn voorstel kwam voor de speciale top, hoopte Ban nog dat deelnemers concrete beloftes zouden doen. Maar het bleef bij een reeks min of meer vrijblijvende toezeggingen.

Zo beloofde de Franse president Hollande één miljard euro voor een klimaatfonds voor arme landen. Maar onduidelijk is of dit ‘nieuw’ geld is of een bedrag dat toch al aan ontwikkelingshulp zou worden besteed. Ook met de Franse bijdrage haalt het fonds nog lang niet de 10 tot 15 miljard dollar die de rijke landen al op de klimaattop in Kopenhagen in 2009 hebben beloofd. Laat staan dat het in de buurt komt van de 100 miljard, die de geïndustrialiseerde landen vanaf 2020 beloofden jaarlijks te investeren.

Met spanning werd gisteren uitgezien naar wat de VS en China zouden toezeggen. Maar alle mooie woorden ten spijt, kwam Obama niet veel verder dan een herhaling van wat hij al in Kopenhagen heeft beloofd. China, vertegenwoordigd door zijn vicepremier, beloofde „zo snel mogelijk” te beginnen met de reductie van broeikasgassen.

Terwijl Ban Ki-moon aan het eind opgelucht constateerde dat de deelnemers „geleverd” hadden, wees Graça Machel, de weduwe van Nelson Mandela, in haar slotwoord op „het immense verschil tussen de omvang van de uitdaging en het antwoord dat we hier hebben gehoord”.