Terug naar Nederland

Verschillende bedrijven die hun productie verplaatsten naar lagelonenlanden, halen deze terug naar Nederland. „Er was zeker sprake van kippedrift.”

Garnalenhandelaar Telson kon dankzij de komst van pelmachines zijn productie in Marokko terughalen naar het Groningse Leens. Foto Rien Zilvold

Op papier lijkt het heel wat: Philips haalde productie van scheerapparaten weg uit China en bracht die onder in een fabriek in Drachten. Jachtwerf K&M in Makkum haalde productie weg uit Turkije en bouwt nu weer alles in Friesland. Garnalenhandelaar Telson is bezig de productie terug te halen uit Marokko. Houtkachelproducent Interfocus produceerde in Tsjechië, maar keerde terug naar Bladel. En Neofos, producent van ledverlichting, is vertrokken uit China en weer helemaal terug in Zaandam.

Toch is reshoring – het terughalen van productie uit een goedkoop land naar het thuisland – in Nederland eerder iets waar veel over gesproken en geschreven wordt dan dat het daadwerkelijk een trend is. „Het zou me verbazen als er al meer arbeid terugkomt dan dat er wordt uitbesteed naar lagelonenlanden”, zegt Ronald Dekker, arbeidseconoom aan de Universiteit van Tilburg.

Dekker: „Veel meer dan ‘anekdotisch bewijs’ voor reshoring, in de vorm van enkele voorbeelden van bedrijven die productie hebben teruggehaald naar Nederland, is er niet. Maar ik vind het wel positief dat er wordt nagedacht of producten niet ook in Nederland kunnen worden gemaakt.”

Dat het fenomeen hier nog zeer klein is, wordt bevestigd door onderzoeksbureau TNS Nipo, dat vorig jaar in opdracht van Het Financieele Dagblad en tv-programma Nieuwsuur berekende dat 10 procent van de Nederlandse bedrijven zijn productie in lagelonenlanden terughaalt en dat 5 procent dat overweegt.

Een van de bedrijven die terugkwamen naar Nederland is het Zaanse Neofos. Het zette in 2008 in het Zuid-Chinese Shenzhen een fabriek neer voor de productie van ledlampen voor de Europese markt. Al snel bleek dat een eigen fabriek nog geen garantie was voor goede kwaliteit.

„De werknemers soldeerden alles, terwijl wij connectoren [mini-stekkers, red.] gebruiken”, vertelt Maarten Bosch, manager R&D en mede-eigenaar van Neofos. „Daardoor gaan producten sneller kapot en dat kan niet met grote klanten als de overheid, defensie, parkeergarages en de IJ-tunnel. Ook was niet altijd bekend waar onderdelen vandaan kwamen, wat onzekerheid gaf over de kwaliteit. Ten derde bleek produceren aan het andere einde van de wereld en alles naar Europa vervoeren toch wel heel veel brandstof te kosten.”

Loonkosten in China

Neofos ging eens rekenen en besloot de productie terug te halen naar Zaandam en uit te besteden aan de sociale werkplaats. „Dat is ook goedkope arbeid, bovendien doen we op die manier aan maatschappelijk verantwoord ondernemen”, aldus Bosch.

Het voelt goed om terug te zijn in Nederland, aldus de directeur. „De kwaliteit is beter, we kunnen makkelijker inspelen op wensen van de klant en we hoeven niet meer regelmatig naar China.”

De loonkosten zijn nu wel wat hoger. „We leveren iets in op de winst, maar daar staat tegenover dat we wat meer orders binnenhalen omdat aannemers een paar procent van de bouwsom moeten besteden aan maatschappelijk verantwoord gemaakte producten en die hebben we nu.”

In Nederland produceren is inderdaad niet per se duurder dan in lagelonenlanden, aldus arbeidseconoom Dekker. „De productiekosten zijn hier hoger, maar de productiviteit ook. Verder zijn de vervoerkosten veel lager, heb je veel minder gedoe met wet- en regelgeving en beter zicht op de kwaliteit. Dan kun je per saldo wel eens goedkoper uit zijn. Bovendien stijgen in China de loonkosten veel harder dan in Nederland.”

Dekker is met collega-economen bezig om een model op te zetten op basis waarvan ondernemers kunnen uitrekenen of het loont om productie terug te halen uit goedkope landen. ,,We hebben een groot aantal beslisfactoren verzameld. Niet alleen factoren die in geld kunnen worden berekend, maar ook zaken als veiligheid, minder reizen, duurzaamheid.”

Garnalenhandelaar Telson haalt om een heel andere reden zijn productie terug uit Marokko: was garnalen pellen tot nu toe noodgedwongen handwerk, omdat er geen pelmachines bestonden, nu buurbedrijf GPC Kant zo’n machine heeft ontwikkeld, kan het pellen ook in Nederland gebeuren. „En machines zijn altijd goedkoper”, volgens Robert Pikkert, directeur en mede-eigenaar van het bedrijf in het Groningse Leens. „Transportkosten en lonen stijgen, de prijs van machines niet.”

Telson had nooit weg gewild uit Nederland, vertelt Pikkert, maar „moest wel” toen thuispellen in 1990 verboden werd. Het bedrijf ging eerst naar Polen, maar toen de lonen daar stegen, week het uit naar Litouwen en later naar Wit-Rusland en Marokko. Maar werken wordt daar duurder, vertelt Pikkert: „Grote multinationals als Renault en Danone hebben er fabrieken geopend en daar werken is voor veel mensen aantrekkelijker dan garnalen pellen. Het wordt dus lastiger om werknemers te vinden.”

Toen de buurman ook nog een pelmachine uitvond, was de keuze om terug te keren naar Nederland snel gemaakt. „Inmiddels wordt 10.000 kilo per week, ofwel 2 procent van de Nederlandse markt, hier machinaal gepeld. De machines kunnen nog geen diepgevroren garnalen aan, dat is nog in ontwikkeling. Maar ik denk dat we over tien jaar alles weer in Nederland pellen”, schat Pikkert.

Kortzichtigheid

De voordelen zijn aanzienlijk, somt hij op: nu zijn de garnalen van de Waddenzee naar Marokko en retour in totaal veertien dagen onderweg voordat ze bij de klant zijn. Pikkert: „Als we hier pellen, haal je de garnalen ’s morgens uit zee en liggen ze morgen in de winkel. Veel verser. We hebben dus veel minder brandstof en conserveringsmiddel nodig. Al met al is de productie een stuk duurzamer.”

Is de westerse wereld nu collectief dom bezig geweest door sinds de jaren ’80 productie naar lagelonenlanden te verplaatsen? „Er was zeker sprake van kippedrift”, aldus econoom Ronald Dekker. „Iedereen ging naar China, dus ‘wij’ ook. En dat is niet voor alle bedrijven verstandig geweest. Alleen maar naar de arbeidskosten kijken, is te kortzichtig. Er zijn een heleboel voetangels en klemmen als je zo ver van huis gaat produceren. Maar in bedrijfsvoering heb je nu eenmaal modes.”

Soms dicteert de managementliteratuur diversificatie, op andere momenten moeten bedrijven zich juist richten op hun kernactiviteiten. Nu eens zijn lokale producten in de mode, dan weer is goedkoop produceren het toverwoord. Dekker: „Reshoring is een correctie op de mode dat alles goedkoop moest.”

Maar ook op de wonderen van reshoring moeten we ons niet verkijken, waarschuwt Dekker: „In de afgelopen decennia zijn productieprocessen in Nederland verder geautomatiseerd, onder meer door de inzet van robots. Waar eerst honderd werknemers nodig waren, zijn nu dertig werknemers voldoende. Maar goed, dat zijn toch dertig nieuwe banen. Ik noem het voorlopig: een positieve managementhype.”