Politiek neemt megastal de maat

Boeren die varkens en kippen houden krijgen te maken met strengere regels om gezondheidsrisico’s te beperken. Hoe ver zullen die maatregelen gaan?

Minder vee in kleinere stallen is niet per se beter, zegt varkensboer Gerbert Oosterlaken. Foto Rien Zilvold

Geen megastallen op minder dan 250 meter afstand van woningen. Zo’n harde ‘afstandsnorm’, gisteren verwoord in een motie in de Tweede Kamer, was een onaangenaam scenario voor zowel veehouders als voor staatssecretaris Sharon Dijksma (Economische Zaken, PvdA).

Wellicht is er een meerderheid in de Kamer voor zo’n norm. Volgens sommigen kan zij nieuwe crises als die rond Q-koorts, die tussen 2007 en 2010 zeker 25 levens eiste, helpen voorkomen. Maar de SP-motie over de afstandsnorm werd gisteren uiteindelijk niet in stemming gebracht. Dijksma’s eigen PvdA wil eerst afwachten met welke voorstellen de staatssecretaris zelf komt.

In de sector worden de politieke besluiten met spanning afgewacht. De veehouderij staat onder druk. In het dichtbevolkte Nederland nemen de zorgen toe over de gezondheid van omwonenden van veehouderijen.

De Q-koorts besmette tussen 2007 en 2010 in Oost-Brabant en elders naar schatting honderdduizend mensen. De verspreiders van de bacterie – geiten – worden nu gevaccineerd. De overheid staat voor de vraag hoe te voorkomen dat een nieuwe infectieziekte van dieren overslaat op mensen. Dijksma wil gemeenten en provincies daarbij een grotere rol geven. Als de volksgezondheid gevaar loopt, zouden zij moeten gaan bepalen hoeveel koeien, kippen en varkens er in de stal mogen staan.

Megastallen

Maar Dijksma’s voorstel is omstreden. VVD, CDA en SGP vrezen dat de ruimte voor boeren te veel wordt beknot, met alle economische gevolgen van dien. Linkse fracties, waaronder SP, Partij voor de Dieren en GroenLinks, denken juist dat Dijksma’s plan de deur openzet voor megastallen.

Ook boeren zijn kritisch. Volgens Herman Litjens van de Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO) ontbreekt een wetenschappelijke onderbouwing voor de stelling dat veehouderijen een gevaar vormen voor de gezondheid van omwonenden. Hij wijst erop dat de Gezondheidsraad onlangs nog concludeerde dat er onvoldoende bewijs is voor een relatie tussen volksgezondheid en veehouderij. Hij noemt nieuwe maatregelen „voorbarig”. LTO verwacht dat die leiden tot maatschappelijke onrust en rechtszaken.

Jos van de Sande van de GGD in Noord-Brabant, waar de schrik van de Q-koortsepidemie er nog goed in zit, is blij dat er nu al maatregelen komen. Ook al is er weinig wetenschappelijke onderbouwing die de gezondheidsrisico’s van grote stallen aantoont en is het RIVM nog volop bezig met onderzoek. „We moeten niet op een crisis gaan wachten.”

In 2010 heeft het RIVM een lijst opgesteld van 86 wereldwijd voorkomende bacteriën die dieren op mensen kunnen overdragen en mogelijk een bedreiging vormen voor Nederland. „Als een ziekteverwekker eenmaal toeslaat, is er geen tijd te verliezen”, zegt Van de Sande.

Wetenschappelijke onderbouwing van gezondheidsrisico’s vindt Van de Sande niet nodig. De ervaringen met de Q-koorts zijn voldoende. „Bij elke uitbraak is nieuw bewijs nodig. Zolang er geen duidelijkheid is, moet je met je gezonde verstand uit voorzorg beperkingen opleggen.”

Meer dieren, meer risico’s

Zolang er geen bewijs is, stelt Van de Sande voor zowel de afstand van stallen tot de bevolking als het aantal dieren te begrenzen. Hij verwacht dat afstand en aantal bij elke crisis een rol zullen spelen. „Hoe meer dieren, hoe meer kans op bacteriën en virussen in een stal. Hoe kleiner de afstand tussen stallen en omwonenden, hoe groter de kans dat de bevolking in aanraking komt met ziekte in een stal.”

Minder vee in kleinere stallen is niet per se beter, zegt daarentegen varkensboer Gerbert Oosterlaken. Ook niet voor de dieren. „Als een boer zich inzet voor de gezondheid van zijn dieren, is er voor de omgeving ook weinig gevaar.”

Oosterlaken breidde vorig jaar zijn megastal in het Brabantse Beers uit naar 2.400 vleesvarkens. Dat kostte hem, zegt hij, vijf jaar touwtrekken met regionale overheden, 800.000 euro waardeverlies en een procedure bij de rechter. Maar uiteindelijk lukte het hem om een moderne stal te bouwen die een goede gezondheid van zijn dieren bevordert.

In de nieuwe, grotere stal leven zeugen, biggen, drachtigen en vleesvarkens gescheiden. „Zo is er een kleinere kans dat bacteriën uit een bepaald gedeelte zich verspreiden naar een andere zone in de stal”, legt hij uit. Om te zorgen dat een infectie niet overslaat, komen medewerkers de stal binnen via de douche. „Alles gaat uit en daarna trekken ze bedrijfskleding aan. Voor elk stalgedeelte gebruiken ze een andere overall.”

De GGD zegt dat aantallen niet het enige criterium moeten zijn. Het hogere aantal longinfecties bij omwonenden heeft bijvoorbeeld eerder te maken met luchtinstallaties dan met de grootte van de stal, zegt Van de Sande. „Door techniek en management kan een boer al veel risico’s indammen.”

Litjens van LTO vindt dat Dijksma boeren moet stimuleren hun stalsysteem te verbeteren. „Denk aan gezonder voer, een beter luchtklimaat en milieuvriendelijke verwerking van mest.” Door harde grenzen aan aantallen te stellen, groeit de kans dat veehouders uitwijken naar oudere locaties waar de gemeente ruimte geeft. „Dat betekent dat stallen niet verbeterd worden, maar de oude, ongezonde systemen juist in stand blijven.”