Penoze uit de polder

Vandaag begint in Utrecht de jaarlijkse showcase van de Nederlandse film. De trend: veel sterk en relevant misdaaddrama. En nrc.next tipt waar je de komende anderhalve week heen kunt.

Sarah Chronis staat tegenover hoofdrolspeler Marwan Kenzari in Bloedlink, een bikkelhard gijzelingsdrama van Joram Lürsen. Still uit de film

De harde misdaad tiert welig op de 34ste editie van het Nederlands Film Festival, vanaf vandaag in Utrecht. Het begint al met de openingsfilm Bloedlink van regisseur Joram Lürsen, een bikkelhard, cynisch gijzelingsdrama met enkele knappe en verrassende wendingen.

En de voortreffelijke televisieserie Hollands Hoop van Dana Nechushtan, die ook in Utrecht in première gaat, biedt een geestige kijk op oer-Hollandse gezinsnijverheid in de grootschalige wietteelt, met van tijd tot tijd een brute geweldsexplosie.

En dan is er ook nog Infiltrant, het veelbelovende speelfilmdebuut van de kersverse regisseur Shariff Korver. Hij laat de Marokkaans-Nederlandse politieman Shamir, gespeeld door Nasrdin Dchar, undercover gaan in de Marokkaanse drugsmaffia.

De Nederlandse misdaadfilm ontworstelt zich zo aan de dominantie van de ‘literaire thrillers’ van auteurs als Esther Verhoef, Herman Koch en Saskia Noort, die de afgelopen jaren veelvuldig zijn verfilmd, of nog op de rol staan voor een film. In dat type films is de misdaad meestal vooral een aanleiding voor een zedenschets van het leven van de welgestelde middenklasse, al dan niet op een vinexlocatie. De nieuwe misdaadfilm is harder, staat dichter op de realiteit van de grote stad en legt soms ongemakkelijke waarheden bloot over de multiculturele werkelijkheid – iets waar Nederlandse filmmakers in het verleden zich vaak niet aan wilden branden.

Trendsetter was Wolf, de baanbrekende, realistische misdaadfilm van regisseur Jim Taihuttu, over twee Marokkaans-Nederlandse vrienden en hun pijlsnel escalerende criminele carrière: van brommers stelen uit een winkeletalage tot een extreem gewelddadige, zwaarbewapende overval op een geldtransport. Die film bleef akelig dicht bij de werkelijkheid en die is sindsdien alleen maar grimmiger geworden, met de golf liquidaties en aanslagen die het laatste jaar Amsterdam opschrikt.

De Utrechtse openingsfilm Bloedlink is een remake van het Britse The Disappearance of Alice Creed, maar wel een goede. Marwan Kenzari (die doorbrak met zijn hoofdrol in Wolf, waar hij zeer verdiend een Gouden Kalf voor kreeg) en Tygo Gernandt zijn twee zware jongens die elkaar kennen uit de bak. Ze besluiten een miljonairsdochter van de straat te plukken om losgeld te eisen. Hun voorbereidingen zijn precies en secuur, hun methoden bruut en het plan is strak. Maar toch loopt de hele operatie gierend uit de klauwen.

Bloedlink: beter dan het origineel...

Op zich is het natuurlijk een teken van armoede dat het Nederlands Film Festival opent met een remake. Maar het festival is nu eenmaal een reflectie van de staat van de Nederlandse film zelf, en heel veel te kiezen was er niet voor de festivalorganisatie.

Dorsvloer vol confetti, dat zich afspeelt in een Zeeuws gereformeerd milieu, ging begrijpelijk genoeg al in première op Film by the Sea in Vlissingen. En Brozer van Mijke de Jong, over de ongeneeslijke ziekte en het overlijden van actrice Leonoor Pauw, werd door de makers te breekbaar en intiem bevonden voor een met toeters en bellen opgetuigde openingsavond in Utrecht. Veel keus was er dus niet, en Bloedlink is wel uitstekend gemaakt. De film is net iets spannender, sfeervoller en beter geacteerd dan het origineel. Misschien omdat het een remake is: wie het wiel niet meer helemaal hoeft uit te vinden, kan gaan vijlen aan details.

Wat Bloedlink vooral bijzonder maakt, is het spel van acteur Marwan Kenzari als Rico. Hij laat hier zien dat zijn bekroonde hoofdrol in Wolf bepaald geen toevalstreffer was. Rico is het enige personage in Bloedlink dat zich in de loop van de film ontwikkelt. Kenzari slaagt er voortreffelijk in die verschillende kanten van zijn personage voor het voetlicht te brengen: hij is zowel charmant als doortrapt, gewelddadig én teder. Kenzari is een van de opwindendste filmacteurs van dit moment; een internationale doorbraak behoort tot de mogelijkheden.

... en in Infiltrant schittert Dchar weer

De zeer succesvolle Nasrdin Dchar speelt de hoofdrol in Infiltrant van Shariff Korver, die zijn wereldpremière beleefde op het filmfestival van Toronto. Korver viel al op door zijn afstudeerfilm Geen weg terug, die een ongemakkelijke blik wierp op morele ambiguïteit, list en bedrog in een asielzoekerscentrum.

Ook zijn eerste lange speelfilm zoekt die morele ambiguïteit weer op. Dchar, die drie jaar geleden een Gouden Kalf won voor zijn rol in Rabat, de eerste film van Taihuttu, speelt hier rechercheur Samir die infiltreert in een Marokkaanse drugsfamilie. Maar dat brengt hem nogal in verwarring. Hij is de zoon van een Nederlandse moeder (knap neergezet door Betty Schuurman) en een Marokkaanse vader die hij nooit heeft gekend („Ik heb geen vader”). Samir heeft altijd zijn uiterste best gedaan zich aan de regels te houden en een succes te maken van zijn bestaan in Nederland, maar nooit hoorde hij er helemaal bij in het gesloten, soms racistische Nederland. Die warmte ontmoet hij wel in de extended family waarin hij als infiltrant terechtkomt, maar die hij dus achter de tralies moet zien te krijgen.

Dat is het fraaie uitgangspunt van deze knappe debuutfilm, al komt het drama niet helemaal uit de verf. Daarvoor zit de rem er net iets te veel op. Wel is Dchar wederom heel sterk en weet hij vooral met zijn expressieve blik een wereld van verhulde emoties te suggereren. Let ook op de sterke bijrol van Rachid El Ghazoui, beter bekend als de omstreden rapper Appa, als een rouwdouwende straatjongen, die in de auto wel zachtjes meezingt met André Hazes, tot hilariteit van zijn vrienden („Wat nou? Hazes is een Marokkaan, hoor”).

Zowel voor Dchar als Kenzari ligt het gevaar van typecasting op de rol: Dchar als de gevoelige, goede jongen; Kenzari als de stoere slechterik, hoewel hij nooit simpele, rechtlijnige baddies speelt. Een slimme filmmaker cast ze in de toekomst daarom eens andersom. Dat zou vuurwerk kunnen opleveren.

En Breaking Bad in de polder

Minder dicht op de werkelijkheid, maar bijzonder onderhoudend en geestig – en naar recept van de Amerikaanse successerie Breaking Bad gaandeweg ook donkerder – is de serie Hollands Hoop van Dana Nechushtan, die vanaf zaterdag op televisie te zien is. Psychiater met een burn-out en een huwelijkscrisis Fokke (glansrol van Marcel Hensema) erft de oude boerderij van zijn vader, met wie hij al jaren in onmin leeft. Daar aangekomen is net een Oost-Europese misdaadbende bezig de wietteelt te oogsten, want pa blijkt tot over zijn oren in de drugscriminaliteit te hebben gezeten.

Ja, dat lijkt op het uitgangspunt van Breaking Bad: leraar scheikunde begint als drugsdealer. En nee, dat mag de pret niet drukken. Het hedendaagse gezinsleven en de ruige drugswereld botsen geestig en overtuigend op elkaar, al komt de serie ook weer niet in de buurt van het raffinement van Breaking Bad, waarin scheikundeleraar Walter White akelig geloofwaardig transformeerde tot moreel monster.

Psychiater Fokke stuitert daarentegen alle kanten op – van bang tot stoer, van doetje tot dader. Maar mede door een paar uitstekende bijrollen valt er genoeg te genieten in Hollands Hoop: Martijn Lakemeier als blowende puber die plots in een wietparadijs belandt, Peter Paul Muller als stug sigaren knauwende boer die de spil van een drugsnetwerk blijkt. Overigens: ‘Hollands Hoop’ is een stugge, kranige wietsoort die het goed doet in de Hollandse klei en regen.