Mama is boos, maar papa is razend

Filmmaker Ruud van Hemert, ooit succesvol met ‘Schatjes!’, rekende voor zijn dood in 2012 keihard af met de filmwereld. „Nederland wil mij niet, en ik Nederland niet meer.”

Zijn eerste bioscoopfilm was meteen zijn beste. Ruud van Hemert heeft de brutaliteit, de groteske grappen en het cartooneske geweld uit zijn debuutfilm Schatjes! (1984) nooit meer kunnen overtreffen. Zijn tweede, Mamma is boos (1986), was nog een behoorlijk raak vervolg. Daarna ging het echter, met Honneponnetje (1988), Ik ook van jou (2001) en Feestje! (2004), steeds verder bergafwaarts. En tot die vijf films bleef zijn oeuvre beperkt. Al liep hij nog lang rond met het idee nog één keer te laten zien hoe funest – en tegelijk lachwekkend – de kloof tussen ouders en kinderen kan zijn.

Papa is razend, had die laatste film moeten heten. Maar in juli 2012 is hij, 73 jaar oud, gestorven aan kanker.

Pas nu blijkt dat Van Hemert in zijn laatste levensjaren, toen hij eigenhandig in de bergen van Zuid-Spanje een boerderij verbouwde en een ecologische tuin aanlegde, ook nog een boek heeft geschreven. Het heet De Bruut en behelst een van bitterheid vervulde terugblik op zijn ervaringen met de Nederlandse filmindustrie, die meestal aanvaringen werden. Waarbij zijn conclusie luidt dat hij „een soort omgekeerde carrière” achter de rug had: „Bij elke volgende film liep het bezoekersaantal terug, bij elke volgende film werd mijn honorarium minder en bij elke volgende film was er meer gesodemieter.”

Armetierige ellende

Zo’n twintig jaar lang heeft hij zich voornamelijk moeten bezighouden „met niet gehonoreerde illusies, met wachten op niets, met een respectloze behandeling, met heel erg domme mensen”. Of, zoals hij op een andere pagina verzucht: „Wat een armetierige ellende!”

Het boek verscheen niet bij een reguliere uitgeverij. Wel liet Van Hemert op eigen kosten ruim 800 exemplaren drukken bij een bedrijfje dat boeken in opdracht produceert. Maar omdat bijna geen mens wist dat het bestond, bleef de oplage grotendeels onverkocht. En de drukker dreigde intussen alle exemplaren te vernietigen als er niet spoedig zou worden betaald voor de opslag van al die boeken in een schuur in Noord-Holland. Na de crematie van haar man klaagde Van Hemerts weduwe daarover haar nood tegenover Jan Doense, die in de filmwereld een groot aantal activiteiten ontplooit: van zakelijk leider van de Filmkrant tot oprichter van het fantasyfestival Imagine, horrorproducent en gangmaker van de aan filmische curiosa gewijde Nacht van de Wansmaak. Doense keek ervan op; ook hij wist niet dat dit boek bestond. En hij besloot er iets aan te doen. Samen met de Stichting Filmuitgaven, uitgever van het Filmjaarboek, kocht hij de voorraad op. Zo kan het boek toch nog in de handel komen. Het wordt op 5 november gepresenteerd op een Van Hemert-avond in het Ketelhuis in Amsterdam, extra opgeluisterd door een gerestaureerde versie van Schatjes!

De titel van het boek heeft alles te maken met de bijnaam die actrice Adelheid Roosen hem gaf tijdens de opnamen van Mamma is boos, waarin zij de vriendin van Peter Faber speelde. Voor die rol bracht ze „voldoende gekte” mee, schrijft Van Hemert, maar „met haar wijd gapende scheur” schoot ze tekort in de gevoelige scènes. Ook lukte het haar niet te lachen als de regisseur dat wilde. Nadat een opname acht keer mislukt was, liet Van Hemert onverwacht zijn broek zakken in haar blikveld. Bij het uitzicht op zijn genitalia klonk eindelijk de lach die hij nodig achtte.

Kan er geen bal van

Vanwege dit soort hardhandigheid noemde Roosen hem ‘Bruut van Hemert’. Later maakte hij er zelfs een handelsmerk van: de acteurs moesten eerst mentaal worden gesloopt voordat ze weer konden worden opgebouwd om hun rol met het vereiste inlevingsvermogen te spelen. Blijkens zijn herinneringen paste hij die werkwijze vooral toe op Antonie Kamerling, de hoofdrolspeler in Ik ook van jou en Feestje!, die volgens de regisseur werd geblokkeerd door „gevoelsarmoede” geen huilbui wist te produceren: „Van huilen was geen sprake, wel een huilstem opzetten, maar daar zijn wij niet van gediend. Net als ik er niet intrap als een kind een huilstem opzet teneinde een ijsje te bekomen.”

Bij zo veel openhartige kritiek op het peil van de gemiddelde Nederlandse acteur („die kan er geen bal van”) valt des te meer op dat Van Hemert ook een paar complimenten uitdeelt. Bijvoorbeeld aan Peter Faber („fenomenaal”) en Geert de Jong in Schatjes en Mama is boos („goed tot zeer goed”) en aan Angela Schijf („een kanjer”) in Ik ook van jou.

Maar het meest ongenadig haalt de gefnuikte filmmaker uit naar de Nederlandse filmproducenten van wie hij zoveel tegenwerking ondervond. Nooit kon hij maken wat hem voor ogen stond, stelt hij vast. Altijd moest hij bonje maken wegens beknotte budgetten, waardoor hij scènes moest schrappen die nu juist een komisch of dramatisch hoogtepunt moesten vormen. Van Hemert kent geen genade: de ene producent na de andere krijgt klappen – van Rob Houwer („je wordt belazerd waar je bij staat en als je er niet bij staat, word je regelrecht opgelicht”) tot Ik ook van jou-producent Frank Bak („een nietsnut, oplichter, luiwammes zonder enig benul van film”). Talloos zijn ook de verhalen over producenten die niets van zich lieten horen nadat ze eerst enthousiast op een plan hadden gereageerd: „Hoe krijgen die mensen het toch voor elkaar om bij alles te gaan zitten niksen?”

Hem restte nog maar één conclusie, schrijft hij: „Nederland wil mij niet en ik wil Nederland niet meer.”