Journalist mag eindelijk zwijgen van de wet

Wetsvoorstellen regelen zwijgrecht voor media. Maar die moeten dan wel werken volgens de beroepsregels.

Het zijn een paar onnozele zinnetjes in twee beknopte wetsvoorstellen. Maar ze vormen toch een doorbraak. De rechter erkende de afgelopen jaren al met grote regelmaat dat journalisten hun bronnen geheim mogen houden. Met als argument de vrijheid van meningsuiting en de rol van de pers in een vrije samenleving. Nu staat het eindelijk in de wet, althans in een wetsvoorstel.

Na de laatste rechterlijke draai om de oren, weer uit Straatsburg, kon het kabinet er niet omheen. Deze zomer stelde minister Opstelten (Veiligheid, VVD) voor ‘journalisten en publicisten’ zwijgrecht te geven als ze in een strafproces moeten getuigen. Ze moeten hun bronnen wel onthullen als de rechter-commissaris vindt dat een „zwaarder wegend maatschappelijk belang een onevenredig grote schade” lijdt. En deze week stelde minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) voor de Wet op de Inlichtingendienst aan te passen. De AIVD zou voortaan verplicht de rechtbank eerst toestemming moeten vragen als ze de bron van een journalist willen achterhalen.

Mediajuristen gaan nu ongetwijfeld uitzoeken of het kabinet exáct de normen volgt die het Hof in Straatsburg heeft voorgeschreven. Is een ‘dwingende eis in het algemeen belang’ (Straatsburg) wel hetzelfde als dat ‘zwaarder wegend belang’ dat ‘onevenredig grote schade’ moet lijden (kabinet), dat journalisten tot praten moet dwingen? Die onevenredige schade aan een ‘zwaarder wegend belang’ klinkt als een lagere drempel. Justitie was gewend het opsporingsbelang vrij makkelijk als ‘zwaarder wegend’ te zien dan de vrije nieuwsgaring. Waarna foto’s, tapes of documenten in beslag werden genomen.

Interessant is dat nu ook het beroep van journalist/publicist wettelijk wordt omkaderd. Het kabinet omschrijft journalisten als ‘hoofdberoepsmatige berichtgevers’ die daarvoor worden beloond, niet noodzakelijkerwijs in geld. Om vast te stellen of iemand ‘publicist’ is het voldoende dat iemand eerder publicaties op zijn naam heeft. Of daarvoor een beloning is ontvangen is niet van belang. Wie publicist is en dus (ook) mag zwijgen, mag de strafrechter zelf beoordelen.

Dat zet de deur open voor zwijgrecht in strafzaken voor de vele bijdragers aan blogs, sites en andere platforms. Het wetsvoorstel dat de AIVD verplicht toestemming te vragen voordat ze journalistieke bronnen mag achterhalen, is overigens wel strikt beperkt tot journalisten. Dit tot genoegen van de Raad van State die publicist maar een ‘onbepaalde’ bezigheid vindt. Waarvan onduidelijk is aan welke beroepsregels die zich houden.

De Raad van State ziet bronbescherming als voorrecht dat zoveel mogelijk aan echte journalisten voorbehouden zou moeten zijn. Zij zouden de plicht moeten hebben zich te houden aan gedragsregels en beroepsethiek. Dat er geen landelijk toezicht op de media is, is dan ook een lacune. De Telegraaf, die deze wetswijziging in Straatsburg afdwong, weigert bijvoorbeeld aan de vrijwillige klachtprocedures van de branche mee te doen. Ook heeft de krant geen eigen ombudsman, noch een transparante klachtenprocedure.

Het kabinet erkent dat hier een gat zit, maar zegt dat het ‘vooralsnog’ niet van plan is journalistieke normen verplicht op te leggen. De Raad voor de Journalistiek krijgt de kans met de onlangs vernieuwde werkwijze de branche aan zich te binden. Media moeten hun eigen normen bekendmaken, klachtenprocedures aanbieden en zich transparant opstellen, schrijft het kabinet. Dan is een wettelijk recht op bronbescherming ook verantwoord.