Italië als pretpark voor Britse upper class

Xxx

In The Trip to Italy is het voor de Britse komieken Steve Coogan en Rob Brydon weer een kwestie van dineren, imiteren, overspel en ruzie.

Volgens Lord Byron had Italië „the fatal gift of beauty”, een rake paradox die in veel Britten-in-Italië-films opduikt. De verlokkingen van Italië zijn ongekend en daardoor gevaarlijk. Je kunt jezelf makkelijk verliezen in uitspattingen die niets meer met hooggestemde humanistische idealen en fraaie fresco’s te maken hebben. In het land van de paus is het vlees meestal zwak.

In Britse ogen is Italië een idylle. Het klimaat is prettig, het eten lekker, het uitzicht prachtig, de levensstijl aanstekelijk, de cultuur imponerend. The Trip to Italy omarmt deze onontkoombare clichés: Steve Coogan en Rob Brydon zijn dan ook bepaald niet de eerste Britten die naar Italië trekken. Ze treden in de voetsporen van de romantische dichters Shelley en Byron die in Italië op zoek gingen naar de resten van de Klassieke Oudheid en haar in de Renaissance herontdekte schoonheidsidealen. Zoals zoveel jonge Britse aristocraten vóór hen, die in het kader van de 18de-eeuwse traditie van de Grand Tour in Italië cultuur kwamen opsnuiven.

In The Trip to Italy volgen Brydon en Coogan de Grand Tour van Byron en Shelley, van Piemonte tot het eiland Capri. Tegelijk doen ze hun eigen film The Trip (2010) dunnetjes over, met schranspartijen onderweg, imitatiewedstrijdjes, melancholie over ouder worden en overspel – Coogan doet het opnieuw met de fotografe met wie hij in het superieure The Trip eveneens een slippertje had. Daarbij gedragen ze zich als hun voorgangers in Italië: ze leren hooguit het woord ‘grazie’. Want echte interesse in Italië en de Italianen ontbreekt: ze nemen foto’s van plekken met Byron en Shelley-parafernalia en zijn verder vooral geobsedeerd door elkaar.

Het weinige dat Coogan en Brydon van Italië weten, komt uit films als Roman Holiday, La Dolce Vita, Le mépris (met Casa Malaparte op Capri) en het aan de Amalfikust opgenomen Beat the Devil met Humphrey Bogart. Waarbij een van hun reisgenoten ze er ook nog op moet wijzen dat La Dolce Vita eigenlijk een film over de leegte van het ‘zoete leven’ is, geen omarming ervan.

Die blindheid voor de omgeving herinnert aan Tea with Mussolini, waarin een stel aristocratische Britse vrouwen in de jaren dertig totaal geen oog heeft voor het opkomende fascisme: een van hen gaat zelfs gezellig op de thee bij Il Duce.

Gaat het om Britten in Italië, dan is E.M. Forsters in 1985 verfilmde A Room with a View zo’n beetje dé bron. Forster contrasteerde Italiaanse passie en levenslust met Engelse kilte en reserve – de eeuwige cultuurschok tussen Noord- en Zuid-Europa, de praal van het katholicisme en de kaalheid van het protestantisme. In A Room with a View zoekt de Britse upper-class verfijning in kunst en cultuur, maar met de reisgids van Baedeker altijd binnen handbereik. Dat voorkomt verrassingen. Heldin Lucy staat als enige ook open voor het Italiaanse temperament en lossere zeden, en dat leidt tot zelfbevrijding. Niet toevallig vergeet zij haar Baedeker en ontdekt dan in zonnig Florence Byrons ‘fatale schoonheid’ achter het marmer. Terug in somber Engeland zal ze nooit meer dezelfde zijn.

Zo’n ommekeer is vrij zeldzaam: doorgaans blijven Britten op hun Grand Tour zelfgenoegzaam op de gebaande paden. Italië is voor hen een hedonistische projectie waar ze tijdelijk de teugels laten vieren. Zo beleeft Brydon in The Trip to Italy een erotisch avontuur – hij kan de gastvrouw van een jacht niet weerstaan en ontwaakt met knagend schuldgevoel over zijn echtgenote, die thuis voor hun vijfjarige dochtertje zorgt. Dat schuldgevoel blijkt een paar dagen later weer weggeëbd als hij haar wil uitnodigen in Rome.

Zo parodiëren Coogan en Brydon de notie van Italië als pretpark voor de Britse upper class, bewoond door amusant, maar irrelevant personeel, waar reizigers vooral op elkaar letten. Het komische duo bezoekt net als Ingrid Bergman en George Sanders in Viaggio in Italia Pompeii, waar de gestolde slachtoffers van de vulkaanuitbarsting in een laatste omhelzing verstrengeld liggen. Bij Brydon leidt dat niet tot meditaties over de liefde: hij voert een nummertje met een lijk op, waarna Coogan uit ergernis en schaamte wegloopt. Een verzoening volgt, want net als Bergman en Sanders kunnen ze niet met, maar ook niet zonder elkaar leven. Maar prima zonder Italië.