IS vernietigen? Vergeet het maar

de luchtaanvallen op IS-doelen. Tientallen aanhangers zouden zijn gedood bij deze gezamenlijke operatie van de VS en vijf Arabische landen. In Irak werden de aanvallen toegestaan door de regering. Maar hoe zit dat in Syrië?

Gevechtsvliegtuigen, bommenwerpers en raketten zijn gelanceerd vanaf Amerikaanse oorlogsschip in de Perzische Golf en de Rode Zee. Foto US Navy/EPA

De Verenigde Staten hebben maandagnacht met vijf Arabische partners – Jordanië, Saoedi-Arabië, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein – luchtaanvallen uitgevoerd op IS-doelen in het oosten en noorden van Syrië. Met de operatie openen de VS een nieuw front in Syrië in de strijd tegen IS, een sterke escalatie van de Amerikaanse militaire betrokkenheid in het Midden-Oosten. Opvallend is dat de luchtaanvallen precies samenvallen met de jaarvergadering van de Verenigde Naties.

1Waarom voeren de VS nu luchtaanvallen uit op Syrië?

IS heeft de afgelopen maanden een enorme opmars gemaakt, in zowel Syrië als Irak, waar haar strikte interpretatie van de sharia met harde hand wordt afgedwongen. De extremistische groepering, ooit onderdeel van Al-Qaeda, heeft in juni in haar gebied een islamitisch kalifaat uitgeroepen, waar de strenge sharia geldt. Internationale aandacht kwam er pas echt toen duizenden yezidi’s, een religieuze minderheid in het noorden van Irak, dreigden om te komen. Verschillende westerse landen besloten in te grijpen. Enkele landen, waaronder de Verenigde Staten, voeren sindsdien luchtaanvallen uit op Irak.

Daarna kwam er grote aandacht vanwege de onthoofdingen van twee ontvoerde Amerikaanse journalisten, James Foley en Steven Sotloff en een ontvoerde Britse hulpverlener, David Haines. Twee weken geleden presenteerde president Obama zijn strategie om IS „waar dan ook” af te breken en te vernietigen, zonder daarvoor grondtroepen in te zetten.

Irak stond centraal, aanvallen op Syrië werden niet expliciet aangekondigd. Syrië ligt namelijk veel gevoeliger. Het Westen vindt immers dat president Assad het veld moet ruimen, terwijl ze in Irak aan de kant van de regering staan. En Assad strijdt ook tegen IS. Het aanvallen van extremisten betekent in feite het helpen van Assad, en dat is niet iets wat de Verenigde Staten willen. Wat ook meespeelt is dat ze geen lokale strijdgroepen hebben die de gevechten op de grond kunnen uitvoeren. Maar het feit blijft: het hoofdkwartier van IS is gevestigd in Syrië , net als de meerderheid van de – naar schattingen van de CIA – 20.000 tot 31.500 strijders.

2Welk gebied is aangevallen?

Centraal in de aanvallen stond de noordoostelijke Syrische stad Raqqa, de hoofdstad van het door henzelf uitgeroepen kalifaat. De stad is al sinds maart 2013 niet meer in handen van het Syrische regime van president Bashar Assad. Volgens het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten (SOHR) dat informatie verzamelt via een netwerk van activisten in Syrië, zijn er zeker vijftig luchtaanvallen uitgevoerd op doelen in en rond Raqqa: gebouwen van IS, wapenopslagplaatsen en controleposten.

Rami Abdurrahman, de man achter het SOHR dat de burgeroorlog in het land monitort, zei gisteren dat bij de aanvallen „tientallen” IS-strijders zijn gedood. De aanvallen zijn uitgevoerd door gevechtsvliegtuigen, bommenwerpers en Tomahawk-raketten die zijn gelanceerd vanaf Amerikaanse oorlogsschip in de Perzische Golf en de Rode Zee. The Wall Street Journal meldde dat de VS voor het eerst F-22’s hebben ingezet, jachtbommenwerpers voorzien van stealth-technologie die ze lastig waarneembaar maakt voor de Syrische radarsystemen. Los van deze aanvallen voerden de VS nog een afzonderlijke reeks van acht luchtaanvallen uit in het noordwesten van Syrië.

De bedoeling is dat de luchtaanvallen vertragend en verzwakkend werken. Het probleem voor de VS is dat er in Syrie geen lokale troepenmacht is die gebruik kan maken van de luchtaanvallen om territorium op IS te heroveren. De gematigde rebellen waar de VS het over hebben, het Vrije Syrische Leger, is een zwak allegaartje van milities die verschanst zitten in het noorden. Zij gaan het verschil niet maken op het slagveld. IS alleen daarmee vernietigen, dat gaat niet gebeuren. Je kunt het meer zien als tijd winnen zodat gematigde Syrische rebellen, die strijden tegen zowel IS als Assad, kunnen worden getraind en bewapend om zo op de grond IS terug te dringen.

3Welke landen doen mee, en waarom?

Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Jordanië en Bahrein zijn betrokken bij de operatie, maar het is onduidelijk wat hun rol is. Qatar zou alleen een ondersteunende rol vervullen. Frankrijk beperkt zijn militaire acties tot Irak.

Het is opmerkelijk dat de Arabische landen deelnemen aan de operatie. Hoewel diverse Arabische landen een sterke luchtmacht hebben, stelden ze zich terughoudend op bij de Amerikaanse verzoeken om steun in de strijd tegen IS. Ze zijn bang voor aanslagen of onrust binnen hun eigen grenzen. Ook hebben ze weinig vertrouwen in de daadkracht van Obama, die vorig jaar op het laatste moment afzag van luchtaanvallen op het Syrische regime.

De Arabische landen zijn bovendien sceptisch in hoeverre de VS betrokken willen raken bij het complexe conflict in Syrië, waarin talloze politieke en religieuze breuklijnen in het Midden-Oosten samenkomen en dat een cruciale rol speelt in de regionale machtsstrijd tussen het sunnitische Saoedi-Arabië en het shi’itische Iran. Veel sunnitische landen voelen zich wel bedreigd door IS, maar luchtaanvallen werken in het voordeel van het Syrische regime en zijn bondgenoot Iran.

De deelname van Arabische bondgenoten is van groot belang voor de geloofwaardigheid van de Amerikanen. Zeker in aanloop naar de VN-vergadering, waar Obama een speciale zitting van de Veiligheidsraad zal leiden. Obama wil de zitting gebruiken om zich te verzekeren van internationale steun voor een krachtige resolutie tegen IS, onder meer met een reisverbod voor buitenlandse strijders door andere landen.

4Zijn deze aanvallen legitiem?

In Irak waren de aanvallen in feite geen probleem, doordat ze werden toegestaan door de regering. Zo is er ook geen officieel VN-mandaat nodig, iets wat normaal gesproken is vereist bij een dergelijke buitenlandse inmenging. In Syrië is de situatie veel complexer. De Syrische regering van president Assad en bondgenoot Rusland hebben gezegd dat aanvallen een „flagrante overtreding van internationale wetgeving zijn”. Rusland heeft in de VN-Veiligheidsraad vetorecht, dus een mandaat was sowieso gesneuveld.

Nu heeft de Syrische Nationale Coalitie, de voornaamste oppositie in het land, wel om hulp gevraagd.

Zo schrijft The New York Times dat de aanvallen van maandagnacht enkele uren na een oproep van Hadi al-Bahra, president van de Nationale Coalitie, kwamen. Hij riep op tot militaire actie van de VS.

Hoewel veel westerse landen de Nationale Coalitie als de rechtmatige vertegenwoordiging van het Syrische volk beschouwen, hebben ze haar niet als de Syrische regering erkend. Dus dat betekent dat de Nationale Coalitie niet de autoriteit heeft buitenlandse militaire operaties goed te keuren.Wat de Verenigde Staten wel kunnen aanvoeren is dat het voornaamste doel van aanvallen in Syrië hulp aan de Iraakse regering is.

IS is immers ook het probleem van Irak en van Irak mag IS worden bestreden. Maar of dat genoeg reden is om de soevereiniteit van een land te schenden, valt te betwijfelen.