Iraniërs verdwalen in doolhof

Mohammad Rasoulof is een van de Iraanse filmmakers die rond 2010 een filmverbod kregen opgelegd. Toch slaagde hij er net als de bekendere Jafar Panahi (Gouden Leeuw voor The Circle, Zilveren Beer voor Offside) in een film te voltooien die reflecteert op de censuur en de angst voor de verbeelding in zijn land. Die werd het land uitgesmokkeld en beleefde vorig jaar in Cannes zijn wereldpremière.

Manuscripts Don’t Burn is dus een moedige film die je graag goed en belangrijk wilt vinden, maar die lijdt onder mystificatie en somberte. Het is een film die niet kan gaan waar hij over moet gaan – zelfs cast en crew moesten anoniem blijven. Dus vermomt Rasoulof zijn verhaal als politieke thriller, gebaseerd op een reeks moorden op tegenstanders van het Iraanse regime van 1988 tot 1998. Z’n titel ontleent hij aan Michael Boelgakovs De meester en Margarita, dat over de stalinistische zuiveringen gaat.

Twee agenten van de geheime dienst moeten een dissidente schrijver liquideren, en dan blijken menselijk geweten en goddelijke sharia niet zo makkelijk met elkaar in overeenstemming te brengen. Bijkomend probleem: de schrijver was getuige van een moordaanslag op collega-intellectuelen en heeft zijn ooggetuigenverslag verstopt. Rasoulof creëert een interessant narratief doolhof dat hem onzichtbaar moet houden voor sancties van het regime. Helaas ontnemen die rookgordijnen ook het zicht op de film die daarin verstopt zit.