Intellectueel laag voor laag gepeld in winnaar van Gouden Palm

Aydin is de uitbater van Hotel Othello in Cappadocië, bekend van zijn pittoreske grotwoningen. Tegen zijn gasten is hij hoffelijk, maar dorpsgenoten vrezen hem. Als huiseigenaar treedt hij hardvochtig op tegen huurders. Op een betaalachterstand volgt meteen een dwangbevel of er staat een ruwe deurwaarder op de stoep.

Aydin is getrouwd met Nihal, een veel jongere vrouw, en zijn gescheiden zus Necla woont bij hen in. De drie leven grotendeels langs elkaar heen: Nihal vermijdt hem en Necla gaat achter hem op de bank zitten als hij zijn wekelijkse column voor het lokale krantje De Stem van de Steppe schrijft en levert dan commentaar. Ter zake doende kritiek die hij hooghartig wegwuift.

Aydins naam onthult veel: het is Turks voor intellectueel, een terugkerend type in de films van Nuri Bilge Ceylan. Ceylan is een meester in het schetsen van mislukte, geestelijk impotente intellectuelen die een inert leven leiden. Denk aan de gedesillusioneerde fotograaf in Uzak (2002), wiens hooggestemde idealen zijn verworden tot reclamefoto’s van badkamertegeltjes, of de van zijn jongere vriendin vervreemde, tobberige en manipulatieve man in Iklimler (2006). Aydin heeft veel met zijn voorgangers gemeen: hij is een niet onbemiddelde man uit Istanbul, een gewezen acteur die neerkijkt op mensen van het platteland. Van zijn boek over de geschiedenis van het Turkse theater is het nooit gekomen: zijn winterslaap duurt al jaren.

Net als Ceylans eerdere films is Gouden Palmwinnaar Winter Sleep een treffende karakterstudie, nietsontziender dan ooit. Aydin wordt tot op het bot gefileerd, en dat Ceylan daar 196 minuten voor nodig heeft, is niet meer dan logisch. Want voordat Aydin ontmanteld wordt, moet hij eerst in de verf worden gezet. Dat doet Ceylan in het eerste uur, waarna twee lange gesprekken volgen die het hart van zijn film vormen: tussen Aydin en de verbitterde Necla en met zijn zojuist door hem genadeloos vernederde vrouw Nihal. Intense scènes die de naakte waarheid over Aydins lege bestaan en afgestompte moraal blootleggen en Nihals en Necla’s diepe frustraties, ressentiment en opgekropte woede tonen. De bruutheid ervan is bijna shockerend. Dat het in de ruimte gebeurt waar Aydin toneelmaskers aan de muur heeft hangen, is veelzeggend: hij is degene die laag voor laag wordt afgepeld en ontmaskerd als egocentrische en amorele ijdeltuit. En zijn tragiek is dat hij vervolgens nog steeds niet ziet – of wil zien – wie hij geworden is.

Hoewel gesitueerd in een prachtige omgeving is Winter Sleep minder filmisch dan we van Ceylan gewend zijn. Op de credits bedankt hij Tsjechov; de apotheose van zijn bewust toneelmatige film is een monologue interieur van Aydin, met achter hem een lamp die dienst doet al volgspot. Hij valt terug op de rol die hij kent: de acteur die anderen (en zichzelf) voor de gek houdt.