‘Ik ken mijn eigen zwakheid al te goed’

De Turkse cineast kreeg de Gouden Palm van het filmfestival van Cannes voor zijn epos ‘Winter Sleep’. „Kunstenaars kunnen zichzelf enorm voor de gek houden.”

Winter Sleep van de Turkse cineast Nuri Bilge Ceylan, winnaar van de Gouden Palm van Cannes, gaat over illusies en zelfbedrog. Hoofdpersoon Aydin (Haluk Bilginer) heeft een bescheiden carrière achter de rug als acteur, maar hij leeft inmiddels van het onroerend goed van zijn familie. Hij baat ook een klein hotel uit in Cappadocië, in Centraal-Anatolië. Hij ziet zichzelf als een goedwillende patriarch en een scherp denker – hij heeft een rubriek in de plaatselijke krant, De Stem van de Steppe. Maar in tergende confrontaties met zijn armlastige huurders, zijn onlangs gescheiden zuster Necla (Demet Akbag) en zijn veel jongere vrouw Nihal (Melisa Sözen) raakt hij zijn illusies stap voor stap kwijt.

Uw hoofdpersoon is een man met intellectuele ambities, met wie u fijntjes de spot drijft. Heeft u een bepaald soort intellectuelen op het oog?

„Daar zit wel een element van zelfkritiek in. Ik deel ook wat speldeprikken uit in de richting van sommige van mijn vrienden.”

Die spot over de intellectuele neigingen van uw hoofdpersonen zat ook al in uw eerdere film ‘Uzak’. Wat maakt intellectuele personages zo geschikt voor die ironische benadering?

„Intellectuelen leven in hun eigen wereld. Ze leven niet, ze denken na over het leven. Het vermogen om jezelf voor de gek te houden van intellectuelen is vaak groter dan van veel andere mensen, omdat ze meer wapens in handen hebben om de werkelijkheid op afstand te houden.”

Hoe zit dat met filmmakers?

„Kunstenaars hebben vaak heel complexe manieren om hun ego af te schermen. In dat opzicht zit er zeker ook iets van mezelf in de hotel-eigenaar.”

U toont uw hoofdpersoon niet in één relatie, maar in verschillende relaties: met zijn zuster, zijn vrouw, zijn huurders en zijn personeel. Waarom zo uitgebreid?

„Aydin is heel anders in de verhouding met zijn zuster dan in de relatie met met zijn vrouw. En als hij een buitenstaander ontmoet, is hij weer een andere man. Ik wilde al die verschillende gezichten zien. Maar ik vel daar verder geen hard oordeel over. Zulke verschillende gezichten hebben we allemaal. Deze man is helemaal niet zo anders dan wij zijn. Ik hoop dat de kijker van de film ziet dat we allemaal een beetje lijken op Aydin.”

Het landschap in Cappadocië is fraai. Heeft u daarom deze locatie uitgekozen?

„Nee. Dat was voor mij volstrekt onbelangrijk. Ik was zelfs bang dat het landschap misschien iets té mooi zou zijn. Ik wilde daar niet te veel aandacht op vestigen. We zijn op zoek gegaan naar een geïsoleerd gelegen hotel. Hoewel het verhaal zich in de winter afspeelt, moest het geloofwaardig zijn dat er nog wat toeristen zouden verblijven. Dan kom je al snel uit bij een gebied met een mooi landschap.”

De film duurt meer dan drie uur. Waarom zo lang?

„Toen het scenario af was, wist ik dat het een lange film zou worden, want het script was twee keer zo lang als dat van mijn vorige film, Once Upon a Time in Anatolia. De eerste versie van de film duurde 4,5 uur. Dat heb ik met veel moeite weten te bekorten tot de huidige lengte, tot drie uur en 20 minuten. Korter kon ik de film echt niet maken. Maar ik besef dat het lastig ligt. De distributeurs zitten niet op zo’n lange film te wachten, de meeste bioscopen ook niet, een deel van het publiek haakt af. Maar zelf hou ik juist heel erg van lange films. Bedenk wel: je krijgt veel meer film voor de prijs van hetzelfde bioscoopkaartje.”

Waarom wilde u meer met dialogen werken dan in uw eerdere films?

„Met elke film probeer ik iets nieuws te doen: hier was dat om meer dialogen te gebruiken, en ook nog eens behoorlijk literaire dialogen. Ik wist niet of de kijker dat zou aanvaarden. In het theater zijn lange, literaire dialogen algemeen geaccepteerd, maar bij film ligt dat een stuk moeilijker. Dat is ook een reden waarom ik van mijn hoofdpersoon een intellectueel en een acteur heb gemaakt. Dat maakt het wat eenvoudiger te accepteren dat hij zich op een literaire manier uitdrukt.”

Uw films gaan over relaties en existentiële problemen, maar u schetst ook een scherp beeld van sociale verhoudingen: hier vooral de kloof tussen arm en rijk.

„Dat is bijvangst. De sociale realiteit wil ik ook in beeld brengen, maar voor mij is dat niet de hoofdzaak. Wat ik wil laten zien, is het innerlijk leven van mensen. Maar om dat op een realistische manier te kunnen doen, heb je die achtergrond van sociale omstandigheden wel nodig, ook al gaat het mij daar niet in de eerste plaats om. Het enige wat ik wil laten zien, is de complexiteit van menselijke verhoudingen, de complexiteit van de menselijke ziel.”

Onder het vaderlijke masker van Aydin gaat soms enorme wreedheid schuil, als hij zich gekwetst voelt door zijn vrouw en verbaal hard terugslaat.

„Zo gaat dat bij ruzies. Mensen die met elkaar getrouwd zijn, kennen elkaars zwakste, kwetsbaarste punten. Daar blijf je meestal bij uit de buurt, totdat de ruzie een bepaalde grens overgaat. Als mensen het gevoel hebben dat dat het enige wapen is dat ze nog hebben, zullen ze dat gebruiken, ook al doen we dat eigenlijk liever niet. De mens is zwak. Dat geldt voor ieder van ons, zonder uitzondering. En dat geldt dus zeker ook voor mij. Als je een film maakt, moet je zo eerlijk mogelijk naar jezelf durven kijken. Dat is namelijk de enige manier om erachter te komen of wat je in een film wilt zeggen ook de waarheid benadert.”

Uw hoofdpersoon is een patriarch in zijn dorp, in zijn bedrijf. Maar hij is zwak.

„Hij is niet enorm macho, want hij beschouwt zichzelf als verlicht burger; een voorstander van de rechten van de vrouw. Hij is een man die zachter is dan de traditionele mannenrol in Turkije voorschrijft. Zo zie ik veel mannen om me heen: mannen worden zachter, vrouwen worden dominanter. Als vrouwen eenmaal de kans krijgen om sterker te zijn dan zijn ze ook meteen veel sterker. Ze overbruggen het verschil met mannen in razend tempo.

„Vrouwen zijn in psychologisch opzicht vaak sterker dan mannen, ze hebben meer balans in hun leven en in hun relaties. De man loopt zich veel eerder stuk op een relatie, zeker in Turkije. Als een vrouw verliefd wordt op een ander dan stort voor haar man de wereld volledig in. Dat heeft te maken met de cultuur, waardoor die man zich enorm vernederd voelt. Voor vrouwen geldt dat veel minder, dan is het niet zo’n vernedering als de man een ander heeft. Ik heb een heel goed ontwikkeld gevoel voor de zwakke kanten van de man, omdat ik mijn eigen zwaktes heel goed ken.”