Haast geboden met jeugdzorg

Praktische oplossingen moeten voorkomen dat de specialistische jeugdzorg in de knel komt. Deze mededeling lieten de staatssecretarissen Van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) en Teeven (Justitie, VVD) gisteravond de deur uitgaan.

Voor praktische oplossingen is het inderdaad hoog tijd. Nog maar iets meer dan drie maanden en dan zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg, in plaats van de provincies, en de alarmerende berichten dat ze daar in veel gevallen niet klaar voor zijn, houden aan. In een brief aan Van Rijn liet de Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd (TSJ) onlangs weten dat er sprake is van knelpunten die reëel zijn en verstrekkende gevolgen kunnen hebben, en daarom serieus moeten worden genomen.

Er is inderdaad maar één uitgangspunt: jongeren voor wie georganiseerde jeugdzorg een noodzaak is, mogen daarvan niet verstoken zijn. Toch is nog steeds niet waterdicht geregeld dat de jongeren die nu deze hulp krijgen, daar ook na 1 januari 2015 verzekerd van zijn. Volgens de TSJ , ingesteld om de overgang van de jeugdzorg naar de gemeenten te begeleiden, hebben verreweg de meeste zorgaanbieders nog steeds geen afgeronde afspraken over de budgetten die zij beschikbaar moeten krijgen.

De boodschap is duidelijk: gemeenten moeten worden gemaand om nu eindelijk vaart te maken bij hun onderhandelingen met de zorgaanbieders. Ze hebben de keuze om zorg in te kopen of te subsidiëren. Maar meer keuzes hebben ze niet: ze hebben eenvoudigweg de wettelijke verplichting om deze taak op zich te nemen. Het zal daarbij in totaal gaan om zo’n 100.000 jongeren, een aantal dat het Centraal Bureau voor de Statistiek over 2012 registreerde.

In de kern is het probleem te omschrijven als: ruzie over geld. Daarom stelde het kabinet eerder dit jaar 200 miljoen euro beschikbaar, tot 2018, voor jeugdinstellingen die in financiële problemen dreigen te komen. Misschien behoort tot de praktische oplossingen dat hier nog wat bij moet. Maar gemeenten realiseren zich hopelijk ook dat de goedkoopste zorg gewoonlijk niet de beste zorg is, ook al kampen zij zelf met financiële problemen. Behalve over de kosten zouden de gesprekken met de zorgaanbieders dus ook wel wat vaker mogen gaan over de kwaliteit van de hulpverlening.

Intussen wordt het taalgebruik van de staatssecretarissen dreigender. Gisteravond hadden ze het over „bestuurlijke maatregelen”. Het ultimum remedium is dat het Rijk de zorg inkoopt en daarvoor de rekening naar de bewuste gemeente stuurt. Het is een dreigement dat uitvoering verdient als daarmee kan worden voorkomen dat hulpbehoevende jongeren tussen wal en schip vallen.