George Sluizer kon mooi vertellen en deed het gewoon

Meryl Streep zou hij nooit voor een film vragen. „Ik hou niet zo van acteurs die de hele tijd moeten laten zien hoe goed ze wel niet kunnen acteren.”

In Nederland zijn er twee regisseurs uit wier mond deze zin niet potsierlijk klinkt. Een van hen overleed dit weekeind op 82-jarige leeftijd: George Sluizer. Twee jaar geleden bracht ik een middag door in zijn woning in Amsterdam-Zuid. Sluizer had zijn gedoemde Amerikaanse speelfilm Dark Blood alsnog afgemaakt: hij zou in Utrecht in première gaan. In 1993 waren de opnames abrupt gestaakt toen hoofdrolspeler en jeugdidool River Phoenix aan een overdosis stierf.

Sluizer kon mooi vertellen over Dark Blood. Hoe zijn producer in een lift in Cannes geldschieters overblufte, ‘tweede keus’ Johnny Depp het script maar niet las, hij zo’n beetje bij River Phoenix’ agent op de deurmat bivakkeerde en actrice Judy Davis („een heks!”) hem hartkloppingen bezorgde. En dan die laatste dagen met Phoenix in Los Angeles, vol omineuze voortekens en coke die als stuifsneeuw uit zijn hotelkamer woei.

Verhalen waarvan je het waarheidsgehalte niet direct kon vaststellen. Maar wee je gebeente als je twijfel uitte: een collega werd subiet bedreigd met juridische stappen. Al was het ook weer niet goed hem gewoon te citeren. „Leuk hoor”, sneerde hij toen ik hem mijn stuk liet lezen. „Ik wist niet dat je voor de Story werkte.”

George Sluizer was een lastpak, vermoed ik. Maar juist zijn bluf, branie,strijdlust en doorzettingsvermogen maakten hem tot een unieke, internationaal opererende filmmaker. Je moet stevig in je schoenen staan om als productieleider te worden gevraagd voor Fitzcarraldo (1982), waarbij diep in de Amazone een stoomschip van 320 ton over een heuvel moest worden getakeld en de geschifte acteur Klaus Kinski iedereen te lijf ging. De nog vrij onbekende Sluizer maakte in 1978 zoveel indruk dat grote namen als Anthony Perkins en Bibi Andersson in zijn lesbische drama Twee Vrouwen wilden spelen. Hij had het lef al aan doorbraakfilm Spoorloos (1988) te beginnen terwijl het budget nog niet rond was. Soms, vertelde George Sluizer, reed hij die zomer van de set in Nîmes naar Nice om bij Franse maffiosi woekerleningen te sluiten voor de catering.

Was dat waar? Vast niet helemaal, vast wel deels: Sluizer deed het gewoon. „Ja zeg, Cobofonds en Filmfonds, die luxe had ik niet. Je gaat toch niet zitten wachten tot er genoeg geld is voor je film”, zei hij. „Zeker niet nu je met een mobiele telefoon al een film kan maken.”

Zo is het. Maar Sluizers zijn zeldzaam.