Gaan de Nederlandse F-16’s ook boven Syrië vliegen?

Het kabinet zal vandaag de Tweede Kamer informeren over de inzet in de strijd tegen IS. Maar wat is het mandaat?

Nederland gaat militair optreden tegen Islamitische Staat (IS). Vanmiddag zou de ministerraad in een extra vergadering bijeenkomen om daarover te beslissen. Terwijl premier Mark Rutte (VVD) en minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) in New York overleggen over de internationale strijd tegen groepering in Irak en Syrië, praten vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA) en minister Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) hun collega’s in Den Haag bij. Daarna wordt de Tweede Kamer geïnformeerd met een zogeheten ‘artikel-100-brief’.

De inzet van F-16-gevechtsvliegtuigen is het meest waarschijnlijk. Maar zeker zo belangrijk als de precieze militaire bijdrage aan de internationale coalitie onder leiding van de Verenigde Staten, is waar Nederland gaat optreden. En met welk mandaat.

Een mandaat om IS in Irak te bombarderen is geen probleem; daar heeft de wettige Iraakse regering zelf om gevraagd. Maar wie vormt momenteel het internationaal erkende gezag in Syrië? Een militaire actie daar zou eigenlijk een volkenrechtelijk mandaat van de Verenigde Naties moeten hebben, maar dat ontbreekt. In de informatie naar het parlement „zullen we uiteraard ook ingaan op het volkenrechtelijk mandaat. Of dat er wel of niet is, maakt de kwestie ingewikkelder”, zei Rutte in New York, waar hij de jaarvergadering van de VN bijwoont.

Formeel hoeft het parlement niet in te stemmen met militaire operaties, maar toch is de artikel-100-procedure – refererend aan het Grondwetsartikel over inzet van de krijgsmacht – uitvoerig. Geen kabinet wil immers militairen een levensgevaarlijke situatie insturen zonder steun van de volksvertegenwoordiging. Zelden was die zo gretig als de afgelopen weken. Kamerleden reageerden zelfs teleurgesteld en spottend toen Nederland in eerste instantie niet mocht aanschuiven bij overleg over de acties tegen IS.

Op de NAVO-top in Wales begin deze maand leek Nederland nog buitengesloten van de Amerikaanse coalition of the willing. Volgens minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) kwam dat omdat het zaaltje waar de betrokken landen samenkwamen te klein was. Maar het is niet onlogisch dat Nederland voor de VS niet tot het eerste garnituur van bondgenoten behoort. Sinds de missie in Uruzgan in 2010 werd beëindigd, heeft Nederland geen grote risico’s meer genomen. In Kunduz werd alleen een bescheiden clubje politieagenten getraind. En tijdens de acties in Libië weigerde Nederland te bombarderen. Inmiddels zijn militaire planners van Defensie wel aangeschoven in Tampa, Florida, waar de operatie tegen IS voorbereid wordt.

Ondanks het breed gedragen verlangen om nu mee te doen, is er binnen de coalitie onenigheid over wat Nederland mág doen. Daarbij staat het uiterst beladen begrip ‘volkenrechtelijk mandaat’ centraal.

Premier Rutte is zich duidelijk bewust van de controverse en zei vorige week dat, wanneer er geen mandaat komt voor Syrië, het Nederland staat „te bezien hoe wij onze activiteiten beperken tot het Iraakse deel”. PvdA-leider Diederik Samsom was in het programma Buitenhof nog stelliger. „Ik sluit uit dat wij meedoen zonder mandaat”, zei hij. Coalitiepartner VVD spreekt bij monde van Tweede Kamerlid Han ten Broeke ook liever over een „volkenrechtelijke grondslag”. In de praktijk betekent dit dat een resolutie van de Veiligheidsraad niet per se noodzakelijk is. Humanitaire noodzaak kan ook voldoende reden zijn voor militair ingrijpen.

De mandaatkwestie ligt gevoelig aan het Binnenhof, omdat zo’n mandaat in 2003 ontbrak voor de Amerikaanse interventie in Irak die het toenmalige kabinet-Balkenende, in tegenstelling tot veel andere Europese landen, politiek steunde.

De luchtaanvallen van de afgelopen dagen in zowel Irak als Syrië zullen door IS in ieder geval niet als gescheiden acties gezien worden. Zodra Nederland militair meedoet, hoe beperkt ook, zullen IS en zijn sympathisanten geen onderscheid maken. Behalve de militaire en politieke risico’s is er nog een reëel, maar moeilijk in te schatten, risico dat Nederland als actieve tegenstander van het kalifaat zelf ook doelwit wordt. Een Nederlandse jihadist in Syrië riep gisteren „broeders” na een bombardement daar al op tot „een sterke, stevige daad tegen de Nederlandse overheid”.