De nieuwe president is anders. Heel anders

De nieuwe president van Afghanistan trad op bij TED. Hij noemde zijn eigen land onderontwikkeld. Wat gaat hij veranderen?

Ashraf Ghani wil Afghanistan bevrijden van drugsmaffia en buitenlandse invloeden. Foto Reuters

Wie werkelijk wil weten wat voor man de nieuwe president van Afghanistan is, moet zich niet laten misleiden door zijn verkiezingscampagne en de verhalen die over hem de ronde doen. In Afghanistan, met zijn hoge analfabetisme en zijn hechte tribalisme, is de kunst van het kwaadspreken zo hoog ontwikkeld, dat geruchten geregeld als feiten in de krant opduiken. Zo zou Ashraf Ghani een heethoofd zijn, die niet geschikt is in teamverband te werken – en hij zou een vazal van de Amerikanen zijn.

Wie zich een nauwkeuriger beeld wil vormen, kan beter op internet zijn TED-talk bekijken uit 2005. Daar staat de toekomstige president van Afghanistan, zonder traditionele kleding, zonder het gedistingeerd ringbaardje dat hij nu heeft, maar mét de opvattingen die hij nog steeds huldigt. Hij was 56 toen hij optrad bij TED, een gratis internetplatform waar creatieve denkers de kans krijgen hun denkbeelden te ontvouwen voor een potentieel wereldpubliek. Nu is hij 65 – een leeftijd waarop weinigen afstappen van waar ze in geloven.

Een kalende wetenschapper

Ghani sprak voor TED over het „repareren van kapotte staten”. Uiterlijk leek hij toen nog in niets op de trotse presidentskandidaat die zich bij de campagne de hand liet kussen en en zijn opwachting maakt op stammenbijeenkomsten van de Pashtuns, Afghanistans dominante, etnische groep waaruit hij zelf afkomstig is. Voor het oog van de wereld staat daar een kalende wetenschapper, met zijn grijze overhemd diep weggestopt in een pantalon.

Hij noemt zichzelf „onconventioneel” en richt zich tot westerse economen. Hij noemt hen „egoïstisch” omdat ze weigeren hun theorieën aan te passen aan een land als Afghanistan, waar corruptie aan de orde van de dag is en zó onderontwikkeld, dat moderne noties van ‘kapitaal’ er geen enkele betekenis hebben. „Mijn land wordt gedomineerd door drugs en maffia. De economische theorie uit de lesboeken werkt er niet”, zegt hij.

Ghani behaalde een doctoraat in de culturele antropologie aan Columbia University in de VS. Hij werkte op hoog niveau bij de Wereldbank en was VN-adviseur voor Afghaanse kwesties. Eind 2001 keerde hij naar zijn vaderland terug als rechterhand van president Hamid Karzai, die hij nu zal opvolgen. Ghani weigerde salaris, ook toen hij in 2003 minister van Financiën werd. In die functie kritiseerde hij de Amerikaanse hulpverlening, waarbij Amerikaanse aannemers vermogens verdienden.

In 2009 stelde hij zich al eens kandidaat voor het presidentschap. Hij gaf er zijn Amerikaanse staatsburgerschap voor op, maar eindigde als vierde. Hij leerde ervan. In de recente campagne poseerde hij niet als wetenschapper, maar als gewortelde Afghaan. Hij sprak mild over de Talibaan in Kandahar – de stad waar de beweging ontstond – en sloot een verbond met de bloeddorstigste aller Afghaanse krijgsheren: de Oezbeek Abdul Rashid Dostum. Dat verzekerde hem van veel stemmen in het noorden, waar de Pashtun zwak staan en de Oezbeken sterk. Hij kreeg kritiek. Eerder verzette hij zich juist tegen corrupte krijgsheren en politici.

Hij zal wel in het nieuws blijven

Ghani zal zijn rivaal Abdullah Abdullah aan zijn zijde moeten dulden in een functie die lijkt op een premierschap. Tijdens onderhandelingen over het delen van de macht heeft hij zich daar hard tegen verzet. Niet omdat hij geen macht wil delen, maar omdat hij zich herinnerde hoe de Amerikanen die functie al in 2009 in het leven wilden roepen om president Karzai, die hen flink dwarszat, te controleren.

De strijd tegen het extremisme in Afghanistan, met grote gevolgen voor de regio en het Westen, is nog lang niet voorbij. Ghani zal dus net als Hamid Karzai geregeld in het nieuws zijn. Zie je Ghani in traditioneel Pashtun-gewaad, denk dan niet dat hier een marionettenheerser staat die siddert voor de VS. Weet dat in deze man een onafhankelijke geest schuilt, die zijn land wil bevrijden van de drugsmaffia en badinerende buitenlandse invloeden.

Dat hij akkoord gaat met een blijvende aanwezigheid van Amerikaanse en internationale troepen, toont zijn realisme. Dat hij een pact sluit met de duivel, die in Afghanistan komt als krijgsheer, is onvermijdelijk om zich als president te kunnen handhaven. Maar hij is uit op ingrijpende hervormingen die Afghanistan onafhankelijker, minder corrupt en economisch stabieler moeten maken. De vraag is echter hoeveel ruimte hem daartoe gegeven is.