Betalen voor Wikipedia

Wat zou we doen zonder Wikipedia? Al die wanhopige scholieren die hun werkstuk morgen moeten inleveren, al die journalisten zonder inspiratie maar met internettoegang. Al die ooms die je ongevraagd trakteren op hun kennis van De Windhond of Korfbal door de eeuwen heen.

Wie betaalt er nou voor een gratis website met 500 miljoen bezoekers per maand? Ik, zei de gek. Ik heb 10 euro overgemaakt om korte metten te maken met die lelijke advertentie die bij elk lemma van de online encyclopedie staat. Deze oproep voor donaties is de enige advertentie die Wikipedia zich permitteert. De wiki-vrijwilligers kosten niets maar het in de lucht houden van zo’n grote website (nummer 6 ter wereld) is duur. De overkoepelende Wikimedia Foundation kost 50 miljoen dollar per jaar, waarvan 22 miljoen voor salarissen van zo’n 200 vaste medewerkers.

Wikipedia is een website van de oude stempel. Begonnen in 2001 en dat kun je zien; aan design is in al die jaren in ieder geval geen geld verspild. Een schoolvoorbeeld van een publiek netwerk, schreef mediaprofessor José van Dijck in haar boek The Culture of Connectivity (2013). Wikipedia is het enige sociale medium waarin mensen samenwerken zonder commerciële bemoeienis. Anders dan Facebook, Twitter en LinkedIn, die gebruikersactiviteit zien als de brandstof van hun advertentiemotor.

Wikipedia mag dan non-profit zijn, de site leeft wel in een rare symbiose met Google. Wat je ook googelt, steevast prijkt Wikipedia bovenaan in de resultatenlijst. Wikipedia speelt ook een prominente rol in de Knowledge Graph, de database die Google gebruikt om informatie in hapklare brokken op te dienen op de zoekpagina en in Google Now, de persoonlijke assistent.

Er is sprake van wederzijdse afhankelijkheid. Als umfeld voor alle commerciële boodschappen heeft Google een neutrale bron van informatie nodig: de Engelstalige Wikipedia biedt ruim 4,5 miljoen artikelen (1,8 miljoen in de Nederlandse versie). En Wikipedia leunt op Google; zonder het webverkeer dat Google doorstuurt, verliest de site aan relevantie. De 73.000 actieve schrijvers – ze dalen in aantal – hebben publiek nodig om gemotiveerd te blijven. Veel van de lemma’s worden al volgetikt door robots: The Wall Street Journal berichtte over een 53-jarige Zweed die met programmeertrucs 2,7 miljoen artikelen op Wikipedia heeft gekwakt. Dat komt de kwaliteit niet ten goede.

In 2010 kreeg de Wikimedia Foundation 2 miljoen dollar van Google. Wordt Wikipedia bevoordeeld door Google? Wikipedia-resultaten scoren ook hoog in Microsofts Bing. Blijkbaar is Wikipedia gewoon goed in zoekmachineoptimalisatie: een makkelijk te doorzoeken site met een goede reputatie en veel onderlinge referenties. Daar zijn zoekalgoritmes dol op.

Omdat Wikipedia zo goed bekeken wordt is het een krachtig instrument om reputaties te maken en te breken. De vrije encyclopedie heeft last van bedrijven die artikelen tegen betaling aanpassen. Wiki PR was een van de firma’s die aan paid editing deed via nep-accounts. Sinds kort zijn de regels aangepast. Commerciële auteurs zijn niet verboden, maar ze moeten kenbaar maken dat ze een artikel tegen betaling hebben aangepast.

Ik hoop dat mijn schamele tientje gebruikt wordt om de vrije encyclopedie, het laatst overgebleven Echte Sociale Netwerk, te vrijwaren voor nog meer commerciële invloeden. Kom op, luie scholieren, lakse journalisten en betweterige ooms: trek je poeplap!

Dat is plat Amsterdams voor portemonnee – staat ook op Wikipedia.