Column

Wilders’ waarheden

In oorlogstijd sneuvelt de waarheid als eerste, zo luidt het gezegde, maar dat wil nog niet zeggen dat de waarheid er in vredestijd altijd ongeschonden vanaf komt. Neem het rumoer rond een aantal uitspraken van Geert Wilders tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen van vorige week.

Was het nu waar of niet waar wat hij daar over Nederlandse moslims debiteerde? Hij baseerde zich op onderzoek, maar de onderzoekers bleken achteraf niet gediend van de manier waarop hij dat deed.

73 procent van de moslims vindt jihadgangers helden, riep Wilders. Nee, zegt onderzoeksbureau Motivaction, wij onderzochten in mei 2013 wat Nederlandse moslims vonden van de moslims die naar Syrië gingen om Assad te bestrijden; van de IS was toen nog amper sprake in de Nederlandse media. Kortom, Wilders had de uitkomsten gemanipuleerd door ze uit hun tijdgebonden context te halen. Samsom had Wilders daar in het debat trouwens ook al op gewezen, maar die zei toen: „Niets mee te maken.”

Gecompliceerder ligt het bij de uitlatingen die Wilders baseerde op onderzoek naar religieus fundamentalisme door Ruud Koopmans, hoogleraar migratie in Berlijn. Volgens Wilders prefereert 70 procent van de Nederlandse moslims de sharia boven Nederlandse wetten. Koopmans wees er desgevraagd op dat het niet om de sharia, maar om de Koran ging. Wilders had overdreven, stelde hij.

KRO’s Brandpunt zocht Koopmans zondag op. Volgens Geen Stijl was de uitkomst van dat interview: „Wilders heeft gelijk.” Nu is Wilders de grote held (en profeet!) van Geen Stijl, dus ik dacht meteen: even checken.

Ik zoek dat interview op en hoor Koopmans zeggen: „Wilders gaat ermee aan de haal op een manier die ook niet met de bevindingen van het onderzoek strookt.” En: „Wilders maakt er iets van wat die cijfers niet zeggen, in die zin is het een overdrijving en verdraaiing van de feiten […], maar aan de andere kant: de politici en journalisten die zeggen dat er geen probleem is met de islam en dat het gaat om een marginaal groepje verdoolden die uitgestoten zijn door de samenleving, dat is ook niet waar, het is een opvatting die net zo ver van de waarheid afstaat als die van Wilders.”

Volgens Koopmans blijkt uit onderzoek dat een kleine meerderheid van de Nederlandse moslims níét fundamentalistisch denkt en een grote minderheid wél. Dat is zorgelijk genoeg, zou je denken, maar Wilders en Geen Stijl houden niet van al die slappe nuances, dat is meer een sport van linksige, ongure, aan de PvdA gelieerde intellectuele types.

Dus: „Wilders heeft gelijk.” Zelfs als de onderzoekers waarop hij zich baseert, constateren dat hij hun uitkomsten manipuleert, overdrijft en verdraait.

Daarbij bleef het vorige week niet in de Tweede Kamer. In een interruptiedebatje met Samsom legde Wilders de historische ‘schuld’ voor de migratieproblemen uitsluitend bij de PvdA. In Trouw toonde Bert van den Braak van het Parlementair Documentatie Centrum gisteren aan dat dit onrechtvaardig is. „Dat er fouten zijn gemaakt, kunnen we achteraf constateren”, schrijft hij. „Dat ook de PvdA daarvoor verantwoordelijk was, is waar. Die verantwoordelijkheid geldt echter evenzeer andere partijen. Inclusief de partij waarvan Wilders in 1989 lid werd: de VVD.”

Het is een pregnant slotzinnetje dat Wilders’ tegenstrevers in de Kamer nog weleens goed van pas kan komen.