Iconisch visje is helemaal niet stokoud

De pupfish uit Devils Hole in Nevada is een icoon in de Amerikaanse natuurbescherming. Het visje komt alleen voor in de warme bron Devils Hole. Daar heeft hij een ondiep stukje van 3 bij 6 meter als enige paaigrond uitgekozen. Geen enkel ander gewerveld dier heeft zo’n klein leefgebied. Het gaat ook nog eens slecht met deze Cyprinodon diabolis, waarvan de paairijpe mannetjes glanzend blauw gekleurd zijn. Vorig jaar waren er nog maar 68.

En nu zeggen ecologen, Amerikanen nog wel, dat de Devils Hole pupfish helemaal niet bijzonder is. De pupfish zit waarschijnlijk pas een paar honderd jaar in zijn woestijnbron, en niet al tien- of twintigduizend jaar, zoals altijd beweerd is. Dat schreven de onderzoekers woensdag in Proceedings of the Royal Society B. De pupfish komt in de bron helemaal niet van nature voor, denken ze. En ze komen met de „prikkelende hypothese” dat de Indianen hem daar hebben uitgezet.

In de VS is de eerbied voor deze pupfish (een ‘eierleggende tandkarper’) groot. Er is in 1952 een speciaal natuurreservaat voor hem opgericht. En al vaak is geprobeerd om visjes en eieren in aquaria te kweken, om de kwijnende populatie te versterken – er zijn zelfs visjes in een casino-aquarium in Las Vegas geïnstalleerd. Alle pogingen mislukten.