Volop kritiek, maar het leenstelsel komt er

Het kabinet stuurde gisteren zijn plannen voor een leenstelsel naar de Kamer. Studenten en oppositie vrezen voor grote schulden.

Oppositiepartijen en studentenbonden voelen zich gesteund door de Raad van State in hun protest tegen de invoering van een leenstelsel voor het hoger onderwijs. De Raad heeft stevige bezwaren tegen het wetsvoorstel dat minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) gisteren naar de Tweede Kamer stuurde.

De kern van de plannen was al in mei bekend geworden, toen het kabinet een deal over het leenstelsel sloot met D66 en GroenLinks. Per 1 september 2015 verdwijnt de basisbeurs en moeten studenten gaan lenen voor de kosten van studie en levensonderhoud. Na het afstuderen moet de schuld in 35 jaar naar draagkracht worden afgelost. Het geld dat vrijkomt met de afschaffing van de basisbeurs, zo’n 900 miljoen euro, wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van het onderwijs.

Oppositiepartijen vrezen dat het stelsel de toegankelijkheid van het hoger onderwijs in gevaar brengt en jongeren met een te grote schuld opzadelt. ChristenUnie-Kamerlid Carola Schouten spreekt van „beleid dat ambitie bestraft”. Michel Rog (CDA) denkt dat er 10.000 tot 20.000 jongeren minder zullen gaan studeren en vreest verder dat mensen met een middeninkomen jarenlang met hun studieschulden zitten opgezadeld.

De Raad van State, het hoogste adviesorgaan van de regering, is kritisch over het voorstel, zo blijkt uit zijn gisteren gepubliceerde advies. Zij betwijfelt of het geld dat vrijkomt bij afschaffing van de basisbeurs voldoende is om het hoger onderwijs een kwaliteitsimpuls te geven.

De raad vindt verder dat er een overgangsregeling moet komen voor de huidige bachelorstudenten. Zij moeten in de plannen van het kabinet gaan lenen voor hun masterfase, terwijl ze aan hun studie zijn begonnen in de veronderstelling dat ze die konden afronden met een basisbeurs. Hoort hun master niet gewoon bij de studie? Minister Bussemaker vindt van niet. „We hebben een harde knip gemaakt tussen bachelor en master”, zegt ze desgevraagd. „Zodra een student de bachelor heeft afgerond, wacht een nieuwe beslissing over of en waar hij zijn master doet.”

De invoering van het leenstelsel valt samen met een proef met prestatiecontracten in het hoger onderwijs. Universiteiten en hogescholen krijgen een gedeelte van hun bekostiging pas als ze aan deze afspraken voldoen. Is het wel eerlijk dat studenten geld inleveren voor beter onderwijs, met de kans dat hun instelling zijn prestatieafspraken niet haalt en dus minder geld krijgt, vraagt de raad zich af. Bussemaker maakt zich hierover minder zorgen. „Instellingen zijn juist gemotiveerder dan ooit om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.”

De studentenbonden zijn er niet gerust op. Falco Carelsz, voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg, wil graag helderheid over besteding van het vrijgekomen geld. „Studeren wordt vele malen duurder, terwijl nog steeds onduidelijk is hoe het geld geïnvesteerd gaat worden. Zorg eerst dat dit in orde is, voordat er wordt bezuinigd op studenten.”

Veertien jongerenorganisaties gaan op 14 november op het Malieveld demonstreren tegen het wetsvoorstel. Minister Bussemaker had zo’n protest wel verwacht, zegt ze. Haar plannen past ze niet aan. „De overheid geeft nog altijd 6.500 euro per student per jaar uit. En de OV-kaart en aanvullende beurs blijven bestaan.”