Techniek lukt wel, maar de ménsen!

Hoe voorkom je dat astronauten elkaar op lange Marsmissies de tent uitvechten? Tamar Stelling liet zich vier dagen in een ‘Seeker’ opsluiten om dat uit te zoeken.

Een dagje binnen zitten en dan weer weggaan was niet de bedoeling. Dat zou de psychologie van de Marssimulatie te veel verstoren. Wilde ik toegelaten worden tot de isolatiemissie in het meest recente starship sculpture van kunstenaar, bioloog en ruimtevaartonderzoeker Angelo Vermeulen, dan moest ik doen als de rest. Aldus werd ik, in zwierig grijs-zwart ruimtekostuum, met vier andere simulerend astronauten een ruimteschip ingehesen tijdens de openingsavond van techkunst-festival Gogbot op 11 september. De missie zou vier dagen duren.

‘Sorry, wát ga je doen?’ vroegen intimi. Op isolatiemissie. Vier dagen opgesloten zitten in de ‘Seeker’, een bouwwerk bestaande uit drie caravans in driehoeksformatie, met daartussen een grote overdekte ruimte. De constructie had wat weg van een Thunderbirds-raket, maar dan op een stellage van zes meter hoog, op de Oude Markt van Enschede.

De grootste uitdaging: de psyche

Voordat we Mars kunnen koloniseren, moeten we nog een hoop oplossen. Technologische uitdagingen: hoe gaan we op Mars de water-, zuurstof- en voedselvoorziening regelen? Biologische kwesties: als we op Mars wonen, kunnen we ons er dan wel voortplanten? Kan een foetus zich innestelen en ontwikkelen bij een andere zwaartekracht? Toch is dit soort problematiek te overzien. De Russen doen al seksexperimenten met gekko’s in de ruimte en er is onderzoek naar hoe we robots eten kunnen laten verbouwen in waterzuinige capsules. Hét zwarte gat van de Marsmissie, het grote onbekende, zit hem in de menselijke psyche.

Want: we kunnen onze meest getalenteerde astronauten jarenlang op Marsmissie sturen, maar gaan zij het lang genoeg met elkaar volhouden?

Ruimtevaartorganisaties als ESA, NASA en Roskosmos doen volop onderzoek naar de psychologische effecten van langdurige ruimtemissies. Alleen een retourtje Aarde-Mars kost al twaalf tot zestien maanden. Dat is lang om met een handjevol mensen in volstrekte isolatie in piepkleine ruimtes door te brengen. Biosphere 2 uit de jaren negentig is een legendarisch mislukt isolatie-experiment, waarbij ruziënde missieleden uiteindelijk de tent letterlijk afbraken. Langdurige isolatie in Antarctica leidde meer dan eens tot schizofrenie. Zelfs getrainde astronauten van simulatiemissies als de 520-daagse Mars500 vallen ten prooi aan slapeloosheid, verveling en depressie. Lees: wanneer de douche verstopt zit, moet een crew commander dat heel voorzichtig brengen.

Vermeulen wil het Marsmissie-onderzoek niet alleen overlaten aan de grote ruimtevaartorganisaties. „Traditionele, militaristische, hiërarchische, Russisch-Amerikaanse structuren werken niet voor langere tijd bij kleine gemeenschappen van zeer hoog opgeleide mensen die elders autonome communities moeten opbouwen”, meent hij. „Met Seeker verzet ik me tegen de functionaliteit van die militaristische structuur. Die maakt een mens niet tot mens. Creativiteit en autonomie wel.”

Crew commander van NASA-missies

NASA weet ook niet goed wat ze aanmoeten met de autonome astronauten die Mars moeten koloniseren. Daarom financieren ze het HI-SEAS-programma, dat isolatiemissies organiseert om autonomie in relatie tot cohesie in het team te bestuderen. Vermeulen was crew commander tijdens één van de vier HI-SEAS-missies. Zijn missie richtte zich op voedsel, om menumoeheid bij astronauten tegen te gaan. Daardoor gaan ze minder eten. Maar Vermeulens interesse in het ruimtewezen gaat verder. Om alle aspecten van samenleven in isolatie te kunnen bestuderen, bouwt hij nu ‘Seekers’.

Vermeulen: „Er is steeds een spanningsveld. Als mensen privacy gaan opeisen, is er geen cohesie meer en gaat het teamwerk achteruit. Maar als alles voortdurend in groepsverband moet, kunnen de individuele bemanningsleden niet meer met zichzelf uit de voeten”. In een militaire context wil je dat, aan boord van een ruimteschip niet. Vermeulen: „Maar zowel cohesie als privacy kun je sterk sturen met het design van een ruimteschip.”

Krakersattitude in de Seeker

Die eerste avond in de Seeker ruimden we ons starship, dat in allerijl was ‘afgemaakt’, een beetje op. We bewoonden de grootste Seeker tot dan toe. Vermeulen had eerder al in vier andere steden vier andere Seekers gebouwd, steeds weer met andere lokale ingenieurs, designers en kunstenaars. In Enschede zijn veel kunstenaars tevens kraker en dus leek de Seeker van binnen op een krakershol. Mogelijk vanuit diezelfde krakersattitude besloot één bemanningslid dat we geen gezagvoerder zouden hebben.

Vermeulen: „In de meeste Seekers werkten we met transparante wanden en vermeden we vaste tussenschotten. Dat maakte ruimtes minder claustrofobisch.” In de buitenschil van onze Seeker zaten ook transparante stukken. Zo verschenen er om de paar seconden weer nieuwe hoofden van festivalbezoekers in de drie kijkbollen in de Seekervloer. Sommigen staarden je aan, zwaaiden of tikten onafgebroken op het plexiglas. Zouden er ook mensentuinen komen op Mars?

Er was de intentie om elke avond – na het sleutelen aan het interieur of onze ruimtepakken (de helmen besloegen nogal snel) – een groepsgesprek te houden. Maar het bleek lastig focussen op de toekomst van de ruimtevaart als twintig meter onder je nederpunkshowband Orgaanklap stond te blèren over getroebleerde relaties met roem, drank en het andere geslacht. Keiharde festivalmuziek begon rond 17.00 uur en hield na middennacht pas op. De eerste avond was dat nog leuk, maar de daaropvolgende avonden zat de gehele Seekerbemanning deze periode apathisch uit met gehoorbeschermers op. Het deed denken aan internationaal ruimtestation ISS, dat ook veel lawaai maakt. Astronauten zijn er verplicht om oordoppen te dragen.

Integratie staat bij Vermeulen hoog in het vaandel. Hij heeft weinig met het compartimentsdenken dat je nu vaak in ruimtevaartarchitectuur ziet. Hij wil geen losse slaapkamers, eetkamers en computerkamers, maar een ruimteschip waarin de mensen nauw samenleven met de technologische en biologische systemen. Ze slapen op de plek waar het eten groeit en waar het water wordt gezuiverd. Zo’n ontwerp moet het ruimteschip robuuster, efficiënter en begrijpelijker maken voor de bemanning.

Een afwasteiltje voor de veganist

In onze Seeker was er weinig integratie. De waterzuiveringsinstallatie werkte niet, niemand wist eigenlijk wat het plan was met de goudvissen en twee bemanningsleden kregen ruzie. Een van de twee wilde – hoewel we maar een beperkte hoeveelheid water mee hadden op onze ‘missie’ – twee aparte afwasbakken voor de vaat. Eén voor borden waar veganistisch van was gegeten en één voor de vegetarische borden, want daar zaten resten ei- en melkpoeder op. De rest vroeg zich af hoe design al dit soort sociale conflicten zou moeten ondervangen. En waar de grens lag van wat dan nog een redelijk ontwerpverzoek mocht heten. Uiteindelijk verliet ik de isolatiemissie een dag eerder dan gepland, met een non-stop lopende neus en brandende ogen. De Twentse Seeker bleek volledig gestoffeerd met oude tapijttegels, oude caravankussens en vergeelde matrassen. Huisstofmijt op een ruimteschip. Daar had ik nou gewoon echt nooit aan gedacht. Wat als je inderdaad niet kunt stoken en ventileren op Mars? En voor meer dingen allergisch bent dan alleen je medemens?