Stormachtige opmars van Madam Mokerslag

Celeste Plak (18) is veruit de jongste speelster van het Nederlands vrouwenvolleybalteam. „Onbevangenheid is mijn grote kracht.”

WK-debutante Celeste Plak: „Ik ben op mijn best als ik vrijheid krijg. Als ik ga nadenken, raak ik verward in mijn hoofd.” Foto’s Rien Zilvold

Opeens was daar vorig jaar Celeste Plak, het best bewaarde volleybalgeheim van Nederland. Zeventien jaar nog maar. De bondscoach kon niet om haar heen, zo goed is ze. De camera’s evenmin, zo attractief is ze. Tijd voor de introductie van Madam Mokerslag, de nieuwe hamer van het Nederlands team.

Een wapperende bos donkere krullen, een brede lach, een ferme handdruk en een spontane ‘Hoi, ik ben Celeste', zorgen voor een aangename kennismaking met veruit de jongste speelster van de nationale volleybalploeg, die vandaag in Italië aan het WK is begonnen. Achttien jaar en dan al basisspeelster. Er rust een zware verantwoording op haar gespierde schouders.

Die last voelt ze nog niet, zegt Plak. Pas toen ze vanmorgen om half elf in Verona haar Kazachstaanse tegenstanders in het oogwit keek, begon háár WK. „Als ik te veel dingen aan mijn hoofd heb, wordt het een chaos daar binnen. Ik werk van wedstrijd naar wedstrijd. Dat bevalt me goed.”

Pas als ze het oergevoel uit haar jeugd in Tuitjenhorn kan oproepen functioneert Plak op haar best. Tuitjenhorn, vlekje op het Noord-Hollandse platteland, ingemetseld tussen Schagen en Alkmaar, heeft haar gevormd. Daar speelde ze onbevangen volleybal, met vriendinnen bij de plaatselijke club De Boemel. Volleyballen buiten de periferie van Tuitjenhorn? Wist Plak veel.

Bij toeval op selectietraining

Tot ze op haar dertiende min of meer bij toeval op een selectietraining van Meisjes Jeugd Oranje belandde en werd gekozen. Natuurlijk werd Plak geselecteerd, want de toenmalige bondscoach Patrick Tonnaer herkende onmiddellijk haar talent. En Plak maakte de stap naar het serieuze werk.

Niet dus. Waar haar omgeving zei ‘moet je doen, is leuk’, vond Plak haar promotie helemaal niet leuk. Adios, zei Plak na één training; een nationale ploeg was aan haar niet besteed. „Ik moest alles heel serieus doen. Dat vond ik eng, heel eng. Het ging zo snel, dat kon ik niet bijhouden.”

Terug in Tuitjenhorn kreeg Plak al snel bezoek van Tonnaer, die zich niet wenste neer te leggen bij begraven begaafdheid. Een warm en overtuigend gesprek verder behoedde Tonnaer het Nederlandse vrouwenvolleybal voor kwaliteitsverlies. Plak keerde terug. „Daar ben ik Tonnaer heel dankbaar voor”, zegt ze. „Als hij er niet was geweest, had ik nu op tennis gezeten. ’t Was dat de aanmeldingssite niet werkte.” De les die Plak leerde „en die ik ook anderen wil meegeven” is dat je altijd je hart moet volgen. „Ik ben destijds naar die selectietraining gegaan, omdat anderen dat wilden. Na het gesprek met Tonnaer was het mijn keus op hoog niveau te volleyballen. Vanaf dat moment had ik de intrinsieke motivatie een goede speelster te worden. Toen ging het vliegensvlug, want drie jaar later zat ik bij het Nederlandse team.”

Plaks status mag gewijzigd zijn, niet haar onbevangenheid. „Dat is mijn grote kracht”, weet de speelster, die de bal doorgaans met vuur tegen de grond slaat. „Ik ben op mijn sterkst als ik vrijheid krijg, kan doen wat ik wil. Als ik ga nadenken raak ik verward in mijn hoofd. Nee, ik voel geen druk. Alles wat ik doe, doe ik met plezier. En als ik het niet goed doe, komt een ander in het veld, zo simpel is dat.”

Vanzelfsprekend lukt niet alles. Haar kanonskogels wisselt Plak nog te vaak af met foute passes. En Plak weet het, de pass moet beter om internationaal dominant te worden. Haar volgende station, de Italiaanse club Foppapedretti Bergamo, moet de volgende fase in haar leerproces worden. Een impulsieve keus, zegt de de dochter van een Surinaamse vader en Nederlandse moeder, die de laatste twee jaar in de eredivisie bij Alterno uit Apeldoorn speelde. „Vanwege de de Italiaanse volleybalcultuur en de trainer, van wie wordt gezegd dat hij goed is met jonge speelsters.”

Leren overleven

Gelukkig, verzucht volleybalicoon Ron Zwerver, gelukkig gaat Celeste snel naar een Italiaanse club. „Daar leer je overleven. Elke maandag leest ze haar cijfer op een roze pagina van La Gazzetta Dello Sport. Of de clubvoorzitter meldt dat je de bal wat vaker goed moet raken om inhouding van salaris te voorkomen. En gewoon in de bus naar een uitwedstrijd, hè, om ’s nachts om drie uur thuis te komen. Dat gebeurt allemaal in Italië. Ze zal daar leren dat volleybal niet altijd romantisch is.”

Zwerver, bij het Nederlands vrouwenteam de assistent-trainer van bondscoach Gido Vermeulen, geeft Plak een goede kans van slagen in Italië. Vol bewondering: „Er zit zoveel energie in dat mens, ongelooflijk. Ze heeft iets unieks en is fantastisch om mee te werken. Ja, ze is onbevangen. Maar op een goed moment kan ze zich daar niet achter blijven verschuilen, moet ze er staan en met druk kunnen omgaan. Ze kan wedstrijdspanning niet blijven ontkennen. Ja, Celeste heeft het in zich een dragende speelster te worden. Dan bedoel ik: in haar houding, op de training, elke dag, hè.”