Sociale Zaken in de fout

Energiebedrijf Essent hoeft een boete van 264.000 euro die de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in mei 2010 oplegde wegens het illegaal inhuren van 29 Turkse steigerbouwers, waarschijnlijk niet te betalen. Dat valt op te maken uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het laatste woord is weliswaar aan de Raad van State, maar de Luxemburgse rechters laten weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat het inhuren van de Turken helemaal niet illegaal was.

Essent had een klus in Geertruidenberg aan BIS Industrial Services gegund. Dat bedrijf schakelde Ekinci Gerüstebau uit Duitsland in voor het inhuren van steigerbouwers. Dat mocht niet, vond de Arbeidsinspectie, omdat de Nederlandse autoriteiten daarvoor geen tewerkstellingsvergunningen hadden afgegeven. Gevolg: een flinke boete.

Essent ging in beroep en de zaak belandde via de Raad van State uiteindelijk bij de hoogste Europese rechter. Het Hof wijst erop dat Turkse staatsburgers niet het recht hebben zich vrij binnen de EU te verplaatsen, maar op grond van de Associatie-overeenkomst met Turkije wel bepaalde rechten genieten in hun EU-land van ‘ontvangst’, in casu Duitsland. En omdat zij daar legaal wonen en werken kan Nederland niets uitrichten tegen tijdelijke uitzending door hun Duitse werkgever naar Nederland, want dat valt dan onder het vrije verkeer van diensten binnen de EU.