Ruwe schetsen en stokpaardjes

Het debat in de Kamer over de begroting voor 2015 laat deze week wellicht zien welke kant de belastingherziening opgaat.

Illustratie Rhonald Blommestijn

„Zevenentwintig kantjes besluiteloosheid”, zo diskwalificeerde CDA-leider Sybrand van Haersma Buma vorige week het plan van het kabinet om het belastingstelsel te hervormen. Dat plan, met Prinsjesdag gepresenteerd, zou te vaag zijn en de noodzakelijke herziening op de lange baan schuiven. „Na maanden van beloften en wachten ontbreekt een concreet plan”, sprak Buma bij de Algemene Politieke Beschouwingen die op Prinsjesdag volgden.

Het kabinet zegt juist bewust nog geen concrete voorstellen te hebben gedaan, omdat het voor ingrijpende belastinghervormingen steun van andere partijen zoekt, en inbreng. Premier Rutte zei zich er op te verheugen om „met elkaar in gesprek te gaan om tot een breed draagvlak te komen voor zo’n grote belastinghervorming”.

Is het optimisme van Rutte terecht? In het lange debat van vorige week legde de oppositie haar eerste fiscale wensen op tafel. Het waren veelal ruwe schetsen of bekende stokpaardjes. En ze waren net zomin doorgerekend als de eerste ideeën van het kabinet. Mogelijk biedt deze week meer uitkomst, als de financieel fractiespecialisten tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen debateren met de minister en de staatssecretaris.

De regeringspartijen VVD en PvdA sluiten zich vanzelfsprekend aan bij de door de kabinet ingediende belastingbrief van vorige week. De ‘C3’ van D66, ChristenUnie en SGP nog niet, want zij hebben alleen hun zegen aan de begroting van volgend jaar gegeven, niet aan de belastingherziening.

Dat plan – 15 miljard euro lastenverlichting op arbeid ten gunste van 100.000 extra banen – is wankel in de financiële dekking en in de timing. Als het economisch tij meezit, is dat doel volgens staatssecretaris Wiebes binnen tien jaar mogelijk. Een gunstige economie is nodig omdat het kabinet de 5 miljard euro die nodig is om negatieve inkomenseffecten te compenseren, moet komen uit toekomstige financiële meevallers op de begroting. Het gros van de lagere lasten op arbeid wordt bereikt door verschuivingen van bestaande belastingen, waaronder een vereenvoudiging van het aantal toeslagen en meer fiscale autonomie voor gemeenten. Ook wil het kabinet het btw-stelsel herzien, maar dat vraagt Europese afstemming. En de invoering van één geharmoniseerd tarief ligt politiek gevoelig, omdat dit bijna automatisch een forse verhoging van het huidige lage tarief van 6 procent met zich zal brengen. En niemand wil de ‘belasting op boodschappen’ verhogen.

Drie partijen dienden vorige week een, nog niet door het Centraal Planbureau doorgerekende, tegenbegroting in: CDA, GroenLinks en SP. Daaruit blijken al wat eerste belastingideeën van deze partijen.

Het CDA is nog het meest concreet met de al jaren bepleite invoering van een zogeheten vlaktaks: één betrekkelijk laag tarief (36,5 procent) op het gros van alle inkomens. Daarboven moet een hoger tarief van rond de 47 procent gelden voor de topinkomens. Waar dit plan vijf jaar geleden nog werd gefinancierd uit een hogere btw, heeft het CDA dat nu losgelaten.

De SP, in de peilingen weer iets verder gedaald, pleitte vorige week voor een lagere btw, een lagere belasting voor de laagste inkomens en een correctie van de „scheefgroei van rijkdom” door de invoering van een vermogenswinstbelasting en een „bescheiden” belasting voor de „echt hoge vermogens” van meer dan een half miljoen euro.

GroenLinks wil net als de SP meer halen bij de rijken om de armen te ontzien. De crisisheffing bijvoorbeeld, een tijdelijke extra belasting voor inkomens boven 150.000 euro, moet structureel worden ingevoerd. Dat zou een half miljard per jaar opleveren. En met de aanpak van belastingontwijking, door multinationals en miljonairs, hoopt GroenLinks 1,3 miljard op te halen.