Nu hebben de VS ook een front in Syrië. Waarom? En mag dat wel? Vier vragen

De Verenigde Staten hebben met enkele Arabische partners luchtaanvallen uitgevoerd in Syrië. Dat gebeurde nog niet eerder. Wat is er precies gebeurd en waarom? En doen de VS dit wel legitiem? Vier vragen en antwoorden.

Foto Reuters/ Saul Loeb

“We zullen IS waar dan ook vernietigen”, zei president Obama twee weken geleden, toen hij zijn strategie voor de bestrijding van de extremistische jihadisten van Islamitische Staat onthulde. Maar alleen Irak werd genoemd in termen van luchtaanvallen, aanvallen die daar al plaatsvonden. Aanvallen in Syrië werden niet uitgesloten, maar ook niet expliciet genoemd. Dat lag immers ook gevoelig. Nu zijn de VS dan toch actief in het land. Voor het eerst. Wat is er gebeurd, en is het wel legitiem wat de VS doen? En gaat deze strategie effect hebben?

Wat is er vannacht gebeurd?

De Verenigde Staten hebben samen met vijf Arabische partners - Jordanië, Saoedi-Arabië, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein - luchtaanvallen uitgevoerd op IS-doelen in het oosten van Syrië. Daar heeft de groepering grote delen van het gebied in handen. Centraal in de aanvallen stond de noordoostelijke stad Raqqa, het hoofdkwartier van IS en de hoofdstad van het door henzelf uitgeroepen kalifaat. De stad is al sinds maart 2013 niet meer in handen van het Syrische regime van president Bashar Assad. Ook in de oostelijke provincie Deir al-Zor vonden luchtaanvallen plaats.

De VS en hun partners richtten zich met de luchtaanvallen op gebouwen die door IS gebruikt worden en op wapenvoorraden. Rami Abdurrahman, de man achter het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten (SOHR), dat de burgeroorlog in het land monitort, zei eerder vandaag dat bij de aanvallen “tientallen” IS-strijders zijn gedood. Dat gebeurde vooral bij controleposten die door IS werden bemand.

Los van deze aanvallen voerden de VS - zonder de Arabische partners - nog een afzonderlijke reeks van acht luchtaanvallen uit in het noordwesten van Syrië in een gebied waar zich veel strijders van het aan Al-Qaeda gelieerde Jabhat al-Nusra bevinden. Die aanvallen begonnen enkele uren nadat het Pentagon, het Amerikaanse ministerie van Defensie, had laten weten begonnen te zijn met de bombardementen van IS-doelen.

De bombardementen ten westen van de stad Aleppo waren volgens de Verenigde Staten nodig, doordat er “op korte termijn aanvallen tegen de VS en (de rest van) het Westen gepland waren” door een netwerk van “ervaren Al-Qaedaveteranen”. Het zou kunnen gaan om de groepering Khorasan, feitelijk onderdeel van al-Nusra, schrijft persbureau AP. Al-Nusra, de Syrische tak van Al-Qaeda, heeft volgens de VS kampen in Syrië waar jihadisten worden getraind om aanslagen in het Westen te plegen.

Bij deze aanvallen kwamen volgens het SOHR zeven strijders en acht burgers om het leven.

Waarom voeren de VS nu luchtaanvallen uit op Syrië?

Het korte antwoord: omdat dat het land is waar IS voornamelijk actief is, en Obama immers heeft gezworen de militante sunnieten overal aan te pakken. Maar zo simpel ligt het niet.

IS heeft de afgelopen maanden een enorme opmars gemaakt, in zowel Syrië als Irak. De extremistische groepering, ooit onderdeel van Al-Qaeda, heeft in juni in haar gebied een islamitisch kalifaat uitgeroepen, waar de strenge sharia geldt. Internationale aandacht kwam er pas echt toen duizenden yezidi’s, een religieuze minderheid in het noorden van Irak, dreigden om te komen. Verschillende westerse landen besloten de Koerden in Irak te helpen. Enkele landen, waaronder de Verenigde Staten, voeren sindsdien luchtaanvallen uit op Irak.

Daarna kwam er grote aandacht vanwege de onthoofdingen van twee ontvoerde Amerikaanse journalisten, James Foley en Steven Sotloff en een ontvoerde Britse hulpverlener, David Haines. De Verenigde Staten en hun bondgenoten zwoeren wraak. Twee weken geleden presenteerde Obama zijn strategie om IS “waar dan ook” af te breken en te vernietigen, zonder daarvoor grondtroepen in te zetten.

Irak stond centraal, aanvallen op Syrië werden niet uitgesloten, maar ook niet expliciet aangekondigd. Syrië ligt namelijk veel gevoeliger. Het Westen is immers fel gekant tegen het regime van president Assad, waar het in Irak aan de kant van de regering staat. En Assad strijdt ook tegen IS. De extremisten aanvallen, betekent in feite Assad helpen, en dat is niet iets wat de Verenigde Staten willen.

IS-strijders in Raqqa. 

IS-strijders in Raqqa. Foto AP

Maar het feit blijft: IS is ook actief in Syrië. Wat heet: het hoofdkwartier bevindt zich daar en de meerderheid van de - naar schattingen van de CIA - 20.000 tot 31.500 strijders bevinden zich daar. Stafchef Martin Dempsey gaf vorige maand toe dat IS niet verslagen kan worden zonder de beweging ook in Syrië aan te pakken. Tussen Irak en Syrië is er “in feite een niet-bestaande grens”, zo zei hij volgens persbureau AP.

Ook uitten anonieme Defensiemedewerkers in de Amerikaanse pers kritiek op het “getreuzel” van Obama (€). Volgens hen hadden ze een goed beeld van de IS-infrastructuur in Syrië, maar wachtten ze op groen licht van hun president.

De bedoeling is dat de luchtaanvallen vertragend en verzwakkend werken. IS alleen daarmee vernietigen, dat gaat niet gebeuren. Je kunt het meer zien als tijd winnen zodat gematigde Syrische rebellen, die strijden tegen zowel IS als Assad, getraind kunnen worden en bewapend kunnen worden, om zo op de grond IS terug te dringen.

Zijn deze aanvallen wel legitiem?

Dat is nu een belangrijke vraag. In Irak waren de aanvallen in feite geen probleem, doordat ze werden toegestaan door de regering van het land. Op die manier is er ook geen officieel VN-mandaat nodig, iets wat er normaal moet zijn in dergelijke buitenlandse inmenging in een land.

In Syrië is de situatie veel complexer, schrijft de BBC in een analyse. De Syrische regering van president Assad en bondgenoot Rusland hebben gezegd dat aanvallen een “flagrante overtreding van internationale wetgeving is”. Rusland heeft in de VN-Veiligheidsraad vetorecht, dus een mandaat was sowieso gesneuveld.

Nu heeft de Syrische Nationale Coalitie, de voornaamste oppositie in het land, wel om hulp gevraagd. Zo schrijft The New York Times dat de aanvallen van vandaag enkele uren na een oproep van Hadi al-Bahra, president van de Nationale Coalitie, kwamen. Hij riep op tot militaire actie van de VS. Aanleiding was de dreiging van IS in het grensstadje Ayn al-Arab, Kobani in het Koerdisch. Al ruim 100.000 Syrische Koerden trokken de afgelopen dagen de grens met Turkije over om die reden.

Maar hoewel veel westerse landen de Nationale Coalitie als de rechtmatige vertegenwoordiging van het Syrische volk beschouwen, hebben ze haar niet als de Syrische regering erkend. Dus dat betekent dat de Nationale Coalitie niet de autoriteit heeft buitenlandse militaire operaties goed te keuren.

Wat de Verenigde Staten wel kunnen aandragen, is dat het voornaamste doel van aanvallen in Syrië hulp aan de Iraakse regering is. IS is immers ook het probleem van Irak, en van Irak mag IS bestreden worden.

Een IS-strijder houdt een deel van wat volgens hen een Amerikaanse drone was omhoog. 

Een IS-strijder houdt een deel van wat volgens hen een Amerikaanse drone was omhoog. Foto AFP/

En gaat zelfverdediging dan misschien op? Sinds 9/11, zo schrijft de BBC, wordt verondersteld dat ook niet-regeringspartijen voor gewapende dreiging kunnen zorgen, zoals vastligt in internationale wetgeving. Dat argument gebruikten de VS voor hun aanvallen op Erbil in het noorden van Irak; daar zaten Amerikanen. Dat is in Syrië niet het geval. Een “imminente terreuraanval” die kan leiden tot een gewapende aanval op de VS door IS in Syrië is moeilijk te bepalen. Daar staat dan weer tegenover dat de VS kunnen zeggen dat die dreiging er áltijd is, omdat IS er zulke sterke antiwesterse retoriek en ideologieën op nahoudt.

Saillant detail: de VN komen deze week in een grote algemene vergadering bij elkaar. De aanvallen op Syrië zullen ongetwijfeld al het andere dat op het programma staat, waaronder een klimaattop, overschaduwen.

Update 23.00 uur: De Amerikaanse ambassadeur bij de VN Samantha Power heeft in een brief, in handen van persbureau Reuters, naar VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon geschreven dat de VS zich beroepen op artikel 51 van het VN-Handvest. Daarin staat dat staten zichzelf mogen verdedigen tegen gewapende aanvallen:

“Staten moeten in staat zijn om zichzelf te verdedigen. Ook, wanneer zoals in dit geval, de regering van de staat waar de dreiging zich bevindt niet in staat is of onwillig is om aanvallen te voorkomen.”

Ook verwijst ze naar de dreiging die van IS in Irak uitgaat. “Proportionele militaire acties” in Syrië zijn nodig om die dreiging weg te nemen.

Lees ook:

V-Raad komt nu onder topspanning (€)
Interventie zonder mandaat VN is kopzorg Westen (augustus 2013, €)

Gaan de luchtaanvallen in Syrië iets uithalen?

De vraag is hoeveel schade de Verenigde Staten kunnen aanrichten vanuit de lucht, schrijft Midden-Oostenredacteur Toon Beemsterboer vandaag in NRC Handelsblad:

“Inwoners van Raqqa vertelden de afgelopen weken tegen journalisten dat IS ondergronds is gegaan nadat president Obama aankondigde dat hij de luchtaanvallen zouden uitbreiden van Irak naar Syrië. De groep heeft gebouwen geëvacueerd die het gebruikt als kantoren, zware wapens elders opgesteld en de families van strijders buiten de stad in veiligheid gebracht.

“Ze proberen constant in beweging te blijven”, zei een inwoner van Raqqa tegen persbureau Reuters. “Ze komen alleen samen in kleine groepen.”

IS is ook allerminst bang. In een video van afgelopen week maakte de belangrijkste woordvoerder van de groepering de Amerikaanse luchtaanvallen in Irak belachelijk.

Grondtroepen zijn door Obama uitgesloten. IS moet echter uit steden teruggedrongen worden, en dat gebeurt niet door luchtaanvallen alleen. Daar zijn toch militairen voor nodig. De enige troepenmacht waar de VS nu op kunnen rekenen is het Vrije Syrische Leger, de militaire tak van de Syrische Nationale Coalitie, en dat is volgens Beemsterboer een “zwak allegaartje van milities”, dat verschanst zit in het noorden.

De tactiek is om de luchtaanvallen als instrument te gebruiken om de groepering te verzwakken en eigenlijk ook om tijd te winnen. Tijd waarin rebellen van het Vrije Syrische leger getraind en bewapend kunnen worden in Saoedi-Arabië. Obama ondertekende vorige week een wet die dat mogelijk maakt. Er is 500 miljoen dollar (389 miljoen euro) uitgetrokken voor 5.000 rebellen. Maar het zal volgens Amerikaanse functionarissen nog zeker acht maanden duren voordat de eerste eenheden gevechtsklaar zijn.

In Irak hebben de VS een geallieerde troepenmacht in de vorm van de Koerdische peshmerga. Daar is het effect van de Amerikaanse strategie momenteel nog niet enorm. IS in wel enigszins teruggedrongen, maar heeft zijn posities grotendeels weten te behouden, ondanks de Amerikaanse luchtaanvallen.

Met medewerking van Midden-Oostenredacteur Toon Beemsterboer. Lees ook zijn complete artikel uit NRC Handelsblad van vandaag (€).